Moord schaadt relatie niet

Rusland en Turkije Beide landen werken nauw samen in Syrisch conflict na eerdere crisis door neerhalen Russisch toestel.

Voor aanvang van een bespreking over Syrië in Moskou herdenken de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergey Lavrov en zijn Turkse collega Mevlut Cavusoglu de Russische ambassadeur Andrei Karlov die maandagavond in Ankara werd doodgeschoten. Foto Maxim Shemetov/AP

Als de dader van de moordaanslag op ambassadeur Andrej Karlov in Ankara had gehoopt de Turkse toenadering tot Rusland te torpederen, komt hij bedrogen uit. Juist deze dinsdag voeren de Turkse ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in Moskou overleg met hun collega’s van Rusland en Iran over een regeling voor het conflict in Syrië. Daarmee krijgt die verbeterde relatie een nieuwe dimensie. Nog maar een jaar geleden stonden beide landen over Syrië diametraal tegenover elkaar.

Kort na de moord op Karlov belde de Turkse president Erdogan al met zijn ambtgenoot Poetin. De Russische president verklaarde later voor de televisie dat de moord „zonder twijfel een provocatie was”. Woordvoerders van beide landen onderstreepten dat hun regeringen niet van zins zijn hun verbeterde relaties te laten ontsporen door dit incident. Ze weten de aanslagen aan terroristen.

Zoals vaker gebeurt in beide landen wezen regeringsgezinde commentatoren onmiddellijk – zonder enig bewijs - met een beschuldigende vinger richting het Westen. Dat zou achter deze aanslag zitten.

Modus Vivendi

Rusland en Turkije, die allebei nauw betrokken zijn bij de oorlog in Syrië maar tegenovergestelde partijen steunen - Rusland president Assad, Turkije de oppositie - hebben de afgelopen maanden een nieuwe modus vivendi bereikt, die de belangen van beide zijden dient. Rusland laat oogluikend toe dat Turkse militairen en bevriende lokale milities een strook in Noord-Syrië bezetten om zo een verdere opmars naar het westen van de Koerden te blokkeren. Voor de regering van president Erdogan, die tegelijk in een heftig conflict met de Turkse Koerden is gewikkeld is dit van het grootste belang.

In ruil hiervoor heeft Turkije zich de laatste maanden opvallend stil gehouden over het meedogenloze optreden van de Russen in Aleppo, een stad niet ver van de Turkse grens. Dit ondanks talrijke rapporten over vernietigende luchtbombardementen van Russische en Syrische vliegtuigen op woonwijken. Het lijkt aannemelijk dat de Turkse politieman die ambassadeur Karlov in Ankara doodde juist hierover zo woedend was en daarom ‘vergeet Aleppo niet’ riep.

Dat het klimaat tussen Ankara en Moskou de laatste weken snel hartelijker werd bleek vorige week dinsdag al, toen er bij de herovering van Aleppo door de troepen van Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten te elfder ure plotseling een staakt-het-vuren werd afgekondigd. Architecten hiervan: Rusland en Turkije. Beide landen hadden echter verzuimd Iran aan boord te krijgen waardoor dat akkoord in eerste instantie mislukte. Een tweede poging had meer succes.

Lees hier ons liveblog over de moordaanslag terug

Wederzijdse bewonderaars

Bij dit alles speelt een rol dat Erdogan en Poetin leiders zijn die dezelfde autoritaire neigingen hebben. Beiden kunnen goed met elkaar overweg. Zo goed dat commentatoren wel van een ‘club van wederzijdse bewonderaars’ spreken.

Beiden hebben het momenteel bovendien aan de stok met Europa en de VS. De VS en Europa hebben Rusland tot woede van Poetin sancties opgelegd wegens zijn annexatie van de Krim en zijn agressieve optreden in het oosten van Oekraïne. Erdogan is woedend op Europa en de VS wegens de volgens hem veel te lauwe reactie op de mislukte staatsgreep van afgelopen zomer. Bovendien hekelt hij de weigering van de VS om de geestelijke Fethullah Gülen – volgens de Turkse regering het brein achter de coup - uit te leveren. Dat Turkije lid is van de NAVO, die op het ogenblik een weinig vriendschappelijke verstandhouding heeft met Rusland, is bij dit alles een complicerende factor.

Vergeten lijkt inmiddels dat de relatie tussen Ankara en Moskou nog maar een jaar geleden op een dieptepunt was aangeland. In november 2015 schoot Turkije een Russische Suchoi SU-24 uit de lucht. Die zou, op een vlucht boven Syrië, het Turkse luchtruim hebben geschonden. Zo dreigde een riskante crisis met vergaande gevolgen. Westerse NAVO-landen zijn immers op grond van het NAVO-verdrag verplicht de Turken bij te staan in geval van conflict met derden, zeker met Rusland.

Moskou reageerde getergd op het neerhalen van zijn vliegtuig en kondigde stevige sancties aan. Geen invoer meer van Turks fruit en groente, geen Turkse arbeiders meer in Rusland en strenge regels voor toeristische reizen naar Turkije.

In juni zette echter een snelle ommekeer in, ingegeven door pragmatisme van Erdogan en Poetin. Juist de vermoorde ambassadeur Karlov werkte hard aan deze verbetering. Nu lijken beide landen zelfs over het Syrische conflict – met Iran erbij- in staat zaken met elkaar te doen. En tot hun voldoening staan de VS en de EU daarbij goeddeels buitenspel.