Kan nee tegen het Oekraïneverdrag toch nog ja worden?

Nederland

Premier Rutte zit dicht bij een deal met beide Kamers over het associatieverdrag met Oekraïne.

Foto Koen van Weel/ANP

Wederom een nieuwe episode in het Oekraïne-drama. Het is dinsdag 258 dagen geleden dat een grote meerderheid van de opgekomen kiezers in een referendum ‘nee’ zei tegen het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraine. En opnieuw zal de Tweede Kamer er een debat over voeren.

De sfeer is anders dan de vorige keren. Premier Rutte zit heel dicht tegen een oplossing aan die op de zo noodzakelijke meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer kan rekenen, waardoor het ‘nee’ een ‘ja’ wordt. Dan kan Nederland toch nog zijn handtekening kunnen zetten onder het contract tussen de EU en de voormalige Sovjet-lidstaat. Maar, zo zeggen de tegenstanders, dit gaat wel ten koste van het contract van het kabinet met de kiezers. Want de zo duidelijk uitgesproken opvatting van de mensen die op 6 april nee tegen het verdrag zeiden, wordt volgens hen alsnog genegeerd.

Lees ook: Hoe Zwitserland de referendumpuzzel heeft opgelost

In feite voert de Tweede Kamer dinsdag een debat over twee verschillende zaken. Het ene gaat over de houding van Nederland tegenover Oekraine en de rest van de Europese Unie. Dat is de inhoudelijke vraag. Maar daarnaast speelt de instrumentele vraag. Hoe ver mogen politici afwijken van het mandaat dat de kiezer hen heeft verstrekt?

Al op de avond van de uitslag van het referendum was ‘de’ politiek tamelijk eensgezind. Het signaal dat de kiezers hadden afgegeven kon niet worden genegeerd. Zoals CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma toen zei: „Je kunt niet miljoenen mensen naar de stembus laten gaan voor een referendum om de uitslag vervolgens bij een ‘ja’ wél, maar bij een ‘nee’ niet te volgen.” Buma staat nog altijd op dit standpunt.

Aantal oppositiepartijen is gaan schuiven

Anderen zijn wel gaan schuiven. D66 bijvoorbeeld steunde in april nog een motie van de SP. Hierin werd de regering opgeroepen de wet waarin de Nederlandse ratificatie van het verdrag met Oekraïne was geregeld, in te trekken. Die motie werd toen dankzij de tegenstem van de Kamerleden van de regeringsfracties VVD en PvdA met 75 tegen 71 stemmen verworpen. Naarmate de tijd voortschreed is D66 zich meer naar het regeringskamp gaan bewegen. De Democraten steunden Ruttes poging een oplossing te vinden waarmee ‘recht’ kan worden gedaan aan de zorgen van de tegenstemmers.

Het leidde tot de aanvullende verklaring over hoe het verdrag gelezen diende te worden. Vorige week donderdag wist Rutte zijn Europese collega-regeringsleiders hiervoor te winnen. Het afgelopen weekeinde schaarde onder druk van het partijcongres ook GroenLinks – eerder voor niet tekenen van het Verdrag – zich bij de ‘oplossingsgerichten’. In de Tweede Kamer was het kabinet al verzekerd van een meerderheid. Maar het gevolg van de recente bewegingen is dat het kabinet nu ook in de Eerste Kamer heel dicht bij een meerderheid zit.

Lees ook: Rutte sluit in Brussel deal over Oekraïneverdrag

Nog twee stemmen nodig

Er zijn nog twee stemmen nodig. Gaan de senatoren van de ChristenUnie overstag of die van de SGP dan heeft het kabinet het CDA niet eens meer nodig voor een meerderheid. Deze partijen huldigden het standpunt dat de kiezer nu eenmaal had gesproken. „Wij organiseren onze eigen democratische nederlaag’’, waarschuwde ChristenUnie-fractievoorzitter Segers in april.

Strikt genomen kan het kabinet verwijzen naar de referendumwet waarin staat dat het om een niet bindende uitspraak gaat. Maar al voorafgaand aan het referendum en ook na de uitslag hebben politici verwachtingen gewekt.

Niesco Dubbelboer, tegenwoordig van de beweging Meer Democatie was indertijd als PvdA’er een van de Kamerleden die de referendumwet indiende. Volgens hem staat het kabinet nog één koninklijke weg open: de oplossing van Rutte met de aanvullende verklaring bij het omstreden verdrag moet opnieuw in een referendum aan de bevolking worden voorgelegd. Dubbelboer: „Zo hebben ze het in Ierland en Denemarken eerder ook gedaan bij referenda met een nee. In beide gevallen kreeg de regering toen een ja.”

    • Mark Kranenburg