In Marokko is volop werk

Arbeidsmigratie

Marokkaanse Nederlanders vinden hier maar moeilijk werk. Sommigen zoeken daarom een baan bij Europese bedrijven die in Marokko zijn gevestigd. Op bezoek bij een Nederlands callcenter in Casablanca. „Als ik op mijn werk de telefoon opneem, heet ik Sophie Vermeer.”

In Marokko zijn ongeveer twintig Nederlandstalige callcenters. Er werken in totaal zo’n 700 mensen, vooral jonge Marokkaanse Nederlanders. Foto's Tom van der Leij

‘Hee schatje”, roept Zakaria Ouarigly (35) in het Nederlands tegen een vrouwelijke collega. „Hoe gaat het?” Voor de deur van callcenter Cbis, in de Marokkaanse metropool Casablanca, staat de personeelsmanager een sigaretje te roken met andere Marokkaanse-Nederlanders. Allemaal zijn ze recent vanuit Nederland naar Marokko verhuisd. „Er is hier volop werk”, zegt Ouarigly, die zelf bijna drie jaar geleden terugkeerde. „En je kunt hier fantastisch stappen. Ik heb nog geen moment spijt gehad.”

Cbis, dat onder meer de klantenservice doet voor telecombedrijven in Nederland, is gevestigd in een modern kantoorgebouw. Voorzien van headsets zitten zo’n 250 mensen achter computerschermen, zowel mannen als vrouwen, met en zonder hoofddoek. Behalve een Nederlandse afdeling, waar 70 mensen werken, heeft Cbis Spaanse, Franse, Engelse, Duitse en Belgische afdelingen. „De salarissen en andere kosten zijn hier aanzienlijk lager dan in Europa”, legt Ouarigly uit. „En de Marokkaanse economie is booming.”

Steeds meer Europese bedrijven vestigen hun klantenservice of verkoopafdeling in Marokko. Verspreid over het hele land zijn alleen al zo’n twintig verschillende Nederlandstalige callcenters, waar in totaal zo’n 700 mensen werken. Het personeel bestaat vooral uit jonge Marokkaanse Nederlanders. Terwijl geweld en economische malaise de rest van Noord-Afrika teisteren, is Marokko een baken van rust. De economie groeit al een decennium met gemiddeld meer dan vier procent per jaar.

Intolerantie

Lang niet alle Nederlandse bedrijven met callcenters in Marokko komen daar openlijk voor uit. Ze wekken liever de indruk dat ze vanuit Nederland opereren. Zeker is wel dat American Express, Hewlett Packard, Groupon, Dell en Gazprom tenminste een deel van hun Nederlandstalige klantenservice of verkoopactiviteiten vanuit Marokko laten verrichten.

„Als ik op mijn werk de telefoon opneem heet ik Sophie Vermeer”, zegt Soumaya Touzani (26), die in de havenstad Tanger voor callcenter IBP (International Business Projects) werkt. Ook al haar collega’s gebruiken traditionele Nederlandse namen. Dat ze niet hun echte naam gebruiken heeft volgens Touzani, die uit Den Haag komt, onder meer te maken met de groeiende intolerantie jegens Marokkanen in Nederland. „Als klanten merken dat je Marokkaans bent, gooien ze soms de hoorn op de haak.”

Touzani pakt een stoel. Vanuit het raam is in de verte de Middellandse Zee te zien. De negatieve sfeer in Nederland was voor haar een belangrijke reden hun geluk te beproeven in Marokko. „De dingen die Geert Wilders roept doen pijn”, zegt ze. „Het is ernstig dat steeds meer Nederlanders hem steunen. Daardoor voel ik me minder welkom.”

Solliciteren onder verschillende namen

Ze is niet de enige. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bleek vorige week dat migranten en hun kinderen, zich steeds minder thuis voelen in Nederland. Ze vinden dat het klimaat verhardt en spreken over discriminatie. Volgens het SCP voelde in 2006 nog 80 procent van de Marokkaanse Nederlanders zich thuis in Nederland, inmiddels is dat gedaald tot 60 procent.

Ook het vinden van werk is lastiger voor deze groep. Met een Marokkaanse naam is het moeilijker solliciteren dan met een Nederlandse, bleek in 2011 al uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht. De Gemeente Den Haag gaf vorig jaar opdracht om dezelfde sollicitatiebrieven onder verschillende namen naar werkgevers te sturen. Sollicitanten met een Nederlandse naam kregen vaker een uitnodiging voor een gesprek dan sollicitanten met een niet-Nederlandse naam. Marokkaanse Nederlanders scoorden het slechts van allemaal.

Behalve Marokkaanse Nederlanders besluiten ook andere Nederlanders in Marokko een baan te zoeken. „Ik was kapster in Rotterdam”, zegt Fanny Lankhuizen (33), adjunct-bedrijfsleider van IBP in Tanger. „Sinds anderhalf jaar woon ik in Marokko.” Lankhuizen vertelt dat ze met haar moeder vanaf 2003 geregeld op vakantie ging in dit land. „Veel leukere landen ken ik niet. Zon, zee, strand, gezelligheid – je hebt hier alles.”

Toch was wonen en werken in Marokko niet haar eerste keus. Lankhuizen: „Ik heb hier in 2004 mijn huidige echtgenoot leren kennen. Ik heb geprobeerd hem naar Nederland te krijgen, maar omdat ik als kapster te weinig verdiende, kreeg hij geen verblijfsvergunning.” Lankhuizen, gekleed in een wit wollen vest, zocht geruime tijd in Nederland naar een beter betaalde baan. „Maar die vond ik niet.”

Verschillende Marokkaanse rekruteringsbureaus zoeken in Nederland personeel. Want de vraag naar Nederlandstalige arbeidskrachten is groter dan het aanbod. Op Facebookpagina’s als Werken in Marokko en Nederlanders in Marokko wijzen ze op het zonnige klimaat, de goede salarissen en het bruisende uitgaansleven. „Werken in Marokko is hip”, aldus de Facebookpagina van Maroc at Work. Een ander bureau, INO Jobs, spot met de uitspraken van Wilders: „Minder Marokkanen? Gaan wij regelen.”

Duizend euro per maand

Het netto honorarium in de callcenters ligt rond de duizend euro per maand. Dat is te vergelijken met het salaris van een Marokkaanse arts, en aanzienlijk meer dan een onderwijzer. De kosten van levensonderhoud zijn ongeveer tweeënhalf keer zo laag als in Nederland. In een stad als Tanger heb je voor 250 euro al een mooi appartement. In Casablanca en de hoofdstad Rabat zijn de huren wat hoger. Er kan veel in Marokko: de regering propageert een liberale islam, de verkoop van alcohol is toegestaan.

„Ik heb het afgelopen jaar zo’n driehonderd Marokkaanse Nederlanders aan werk geholpen”, zegt Rachid Khoukhi (28), eigenaar van rekruteringsbureau Maroc at Work. In zijn woning in al-Jadida vertelt Khoukhi dat hij de Marokkaans-Nederlandse rappers Appa en Ismo, respectievelijk een vriend en een neef, inzet om personeel te werven. „Ik heb de videoclip van Ismo gesponsord. Appa plaatste op Facebook een oproep aan Marokkaanse Nederlanders om hier te solliciteren. Het filmpje is al meer dan 50.000 keer bekeken.”

Khoukhi, die begon in een callcenter van American Express, klaagt over gebrekkige motivatie onder Marokkaanse Nederlanders. „Als je werkloos bent, moet je niet zeuren maar actie ondernemen.” Hij vertelt over kennissen die een Wajong-uitkering hebben, omdat ze vanwege psychische problemen niet zouden kunnen werken. „Ik ken behoorlijk wat Marokkaanse Nederlandse jongeren die zo’n uitkering volgens mij op onterechte gronden hebben gekregen. Daarmee moedig je gemakzucht aan.”

Geen vergunning nodig

Marokkaanse Nederlanders kunnen zonder al te veel problemen aan de slag in Marokko. Ook als ze in Nederland zijn geboren, hebben ze automatisch de Marokkaanse nationaliteit. Daardoor is geen werkvergunning of een speciaal visum nodig.

Behalve in callcenters zijn er ook in andere Marokkaanse bedrijfstakken steeds meer banen, vooral voor hoog-opgeleiden. Onder meer in de landbouw, voedingsindustrie, toerisme en bankensector is werk. De regering investeert veel in de infrastructuur. Gloednieuwe snelwegen verbinden de belangrijkste steden. De export neemt toe. Renault assembleert auto’s in Marokko, verse vis gaat naar Spanje. Vrachtwagens vol groenten en fruit rijden dwars door de Sahara naar Senegal en Mali.

„Ik vind het erg leuk om in Marokko te werken”, zegt Layla Maachou (22) van callcenter Cbis in Casablanca. „Maar binnenkort keer ik terug naar Nederland. Na zes maanden vind ik het genoeg.”

Maachou, die uit Den Haag komt, vertelt dat ze nooit het plan had om lang te blijven. „Ik had even behoefte aan wat anders. En ik wilde Marokko beter leren kennen. In de vakanties gingen we wel eens naar familie in het noorden, maar een stad als Casablanca kende ik nauwelijks.” Terug in Nederland wil ze haar koksopleiding afmaken.

Maachou, in leren jas en strakke spijkerbroek, zegt dat ze veel geleerd heeft in Marokko. „De mentaliteit is hier anders. Mensen parkeren zomaar overal hun auto, en komen afspraken vaak niet na. Ik ben daardoor Nederland meer gaan waarderen.”

Toch sluit ze niet uit dat ze ooit terug komt naar Marokko, bijvoorbeeld om een eigen restaurant te beginnen. De Nederlandse keten Le Souq, ook gevestigd in de markthal in Rotterdam, opende onlangs al een filiaal in Tanger. „Een ding weet ik nu zeker”, lacht Maachou. „Uiteindelijk ben ik meer Nederlands dan Marokkaans.”