Even is het doodstil op de kerstmarkt

De kerstmarkt in Frankfurt aan de Oder In Berlijn bleven de kerstmarkten dinsdag gesloten uit respect voor slachtoffers van aanslag. Elders in Duitsland niet, zoals in Frankfurt aan de Oder, bij de Poolse grens. „Dit is een belangrijke traditie voor ons.”

Kaarsjes op de Breitscheidplatz in Berlijn Foto Hannibal Hanscke / Reuters

De burgemeester, de kerstman en twee geestelijken beklimmen precies om zes uur ’s avonds een klein podium op de kerstmarkt in Frankfurt aan de Oder, aan de Duitse grens met Polen. In Berlijn waren de kerstmarkten dinsdag dicht. Het gemeentebestuur had daartoe opgeroepen, om respect te tonen voor de slachtoffers van de aanslag bij de Gedächtniskirche.

Maar in de rest van Duitsland bleven de kerstmarkten open. „We willen een signaal geven dat we niet zwichten voor terreur”, zegt Martin Lebrenz, woordvoerder van de stad Frankfurt (60.000 inwoners). Er is wel wat extra politie ingezet – „niet omdat het opeens onveiliger is geworden, maar om de mensen een rustig gevoel te geven.”

Erg zichtbaar zijn de agenten niet. Maar het publiek op de kerstmarkt geniet ook zó wel van de glühwein, de worst, de wafels, het gemoedelijke sfeertje en het vermaak. Er klinken blikkerige kerstliedjes, in een tent met stro op de grond rijden kleine kinderen rondjes op pony’s, en er is een keur aan kaarsen, engeltjes en notenkrakers te koop.

„Het is vreselijk wat er in Berlijn is gebeurd. Maar ik vind dat je na zoiets juist naar buiten moet, de straat op”, zegt Kati, een vrouw van middelbare leeftijd, die in de lange rij staat bij het stalletje voor ‘Finse glühwein’.

Zo denken velen er hier over, ook in de grote kring rond een open houtvuur aan de rand van de kerstmarkt. „Mijn vrouw vond het niet fijn dat ik hier vanavond naartoe ben gegaan”, zegt Ralf, die ook alleen met zijn voornaam in de krant wil, met een brede grijns. Hij woont al 25 jaar in de stad, en wil de gezelligheid van de kerstmarkt niet missen. „En ach, risico loop je altijd als je een voet buiten de deur zet.”

Was het een aanslag? Vijf vragen over de aanslag in Berlijn

Kerstman, dominee en pastoor

Maar om niet de indruk te wekken dat Frankfurt onverschillig is voor het drama dat zich een etmaal eerder ruim honderd kilometer westwaarts afspeelde, heeft burgemeester Martin Wilke besloten op de markt een moment van bezinning en solidariteit met de nabestaanden van ‘Berlijn’ te houden.

Als de klokken van de naburige Marienkirche zes slaan, drommen de Frankfurters rond het kleine podiumpje waar de burgemeester het woord neemt, geflankeerd door de kerstman, een Duitse dominee en een pastoor uit het Poolse Slubice, pal over de grens.

Op hetzelfde moment dat in de Gedächtniskirche in Berlijn een herdenkingsdienst begint, roept burgemeester Wilke, in de walm van geroosterde worsten, zijn burgers op in gedachten even bij de slachtoffers van de aanslag en hun familie en vrienden te zijn. Het is nu doodstil op de kerstmarkt. De Frankfurters, die in een halve cirkel om het podium staan, kijken naar de punten van hun schoenen, of staren ingetogen voor zich uit.

Terrorisme en vluchtelingen

Later, weer tussen de stalletjes, legt de burgemeester uit waarom hij eigenlijk meteen wist waarom de kerstmarkt in zijn stad gewoon moest doorgaan. „Dit is een belangrijke traditie voor ons. Die willen we ons niet laten afpakken, en al helemaal niet door terrorisme.”

„Traditie?”, lacht Siegfried Preusche, uitbater van een eettentje op de markt. „De mensen komen alleen naar de kerstmarkt om te eten en te drinken. Eigenlijk is dit geen kerstmarkt, maar een Fressmeile, een vreetstraat. Het christelijke geloof is hier ten tijde van de DDR een beetje afgebouwd. Maar de kerstmarkten stelden toen nog wel wat voor. Er waren altijd prachtige figuren uit de sprookjes van de gebroeders Grimm, als kind was je daar echt van onder de indruk.”

Als de dader van de aanslag een vluchteling blijkt te zijn, had de (partijloze) burgemeester gezegd, moeten we niet álle vluchtelingen daarvoor verantwoordelijk maken. Frankfurt heeft duizend asielzoekers opgenomen.

Voor Preusche en de twee oude vrienden met wie hij in zijn zaakje een kop koffie drinkt, is er met de komst van honderdduizenden vluchtelingen naar Duitsland iets verkeerd gelopen.

„Maar als je daar iets van zegt, word je meteen weggezet als extreem-rechts”, zegt Bernd Hoffmann, die sinds 1973 in Frankfurt woont en nu gepensioneerd is. Merkel kan bij deze mannen niets goed meer doen. „Ook zonder al die vluchtelingen hadden we waarschijnlijk terrorisme gehad”, zegt Hoffmann.

„Maar die twee dingen worden toch met elkaar in verband gebracht. Dat gaat haar de kop kosten.”

    • Juurd Eijsvoogel