Recensie

Een ongemakkelijk lichaam

Het Mexicaanse debuut Walking Distance is een feelgoodfilm die je een onbehaaglijk gevoel wil geven. Of andersom. Maar het wringt op een prikkelende manier. Het begint al met de openingsbeelden waarin de obese Fede met zijn naakte rug naar de camera zit. Láng met zijn rug naar de camera zit. Elke plooi, elke zweetdruppel wordt bestudeerd. Daardoor word je als toeschouwer al direct in de positie van voyeur geplaatst. Dit lichaam is net zo ongemakkelijk om naar te kijken als om mee te leven.

De trailer van Walking Distance. De tekst gaat verder onder de video.

Dat laatste blijkt al snel als duidelijk wordt dat Fede door een hartkwaal een geïsoleerd bestaan leidt en het filmverhaal erop gericht is om hem de deur uit te krijgen. Als hij een oud filmrolletje vindt – hij droomt ervan om fotograaf te worden – moet hij er toch op uit. De wandeling naar de fotozaak opent zijn ogen voor de wereld. Ingewikkelder is het niet. De korte afstanden uit de Spaanse titel dekken net zo goed de lading als de loopafstand van de Engelse: dit is een film die zich met wandelpas de rust gunt om naar de kleine dingen te kijken. Het hortende en stotende tempo waarmee Fede op gang komt, geldt ook voor de film. Het doet wel wat denken aan de Russische film Mama (2010), al was die film rigider in zijn stijl.

Een meer recente vergelijking die zich opdringt is Virgin Mountain (2015) van de IJslandse meester van de onderkoelde humor Dagur Kári. Walking Distance speelt niet met humor, maar is uiteindelijk een motivatiefilm over de eerste stap die iedereen moet zetten, en het bedaagde sentiment dat daar in veel films mee gepaard gaat. Ook daar kun je een lichtelijk ongemakkelijk gevoel van krijgen.