Deze mensen werken gewoon door tijdens Kerst

Feestdagen

De meeste mensen – zo’n driekwart van de beroepsbevolking – wil vrij zijn tijdens de feestdagen. Maar voor sommigen gaat het werk gewoon door. „Niemand wil in het ziekenhuis zijn. Wij niet, de kinderen niet. Maar we maken we er samen het beste van.”

Foto Lars van den Brink

Hanneke van Santen , kinderarts ’Het is altijd even slikken als je je rooster krijgt’

Hanneke van Santen (43) is kinderarts in het Wilhelmina Kinderziekenhuis

„Met Kerst draai ik een 24-uursdienst. Ik begin op Eerste Kerstdag om half negen ’s ochtends en ga op Tweede Kerstdag ook om half negen weer naar huis. Mijn kinderen van 7, 9 en 11 vinden het stom, maar begrijpen het wel. Ze gaan met mijn man logeren bij opa en oma. Ook leuk. Toch is het altijd even slikken als je je rooster krijgt. Ik zou natuurlijk ook liever bij mijn familie zijn met de feestdagen. „Kerst associeert iedereen met een heerlijke tijd, maar dat geldt niet voor de kinderen in het ziekenhuis. Die willen naar huis. Als arts is het soms ontzettend moeilijk een kind teleur te moeten stellen. Je probeert ze zoveel mogelijk te ontslaan. Wie naar huis kan, mag naar huis, al is het maar voor een paar uur. Maar als het medisch onverantwoord is, kan het gewoon echt niet. Zelfs op de eerste hulp is het soms lastig om ouders ervan te overtuigen dat hun kind moet worden opgenomen. Niemand wil in het ziekenhuis zijn. Wij niet, de kinderen niet, de ouders niet. Maar we maken we er samen het beste van.

„Vrienden van het Wilhelmina Kinderziekenhuis verzorgen allerlei activiteiten in de kerstperiode. Zo komt een koor liedjes zingen voor de kinderen, is er een kerstdiner waar aan lange tafels kerstbroodjes gegeten worden en krijgen alle kinderen een cadeautje. ’s Avonds zie je veel ouders en grootouders met kinderen in het restaurant eten. Collega’s nemen chocolaatjes mee voor bij de koffie en de afdeling is mooi gedecoreerd. En soms kun je een speciale wens in vervulling laten gaan. Zo mocht er ooit een huisdier eventjes op bezoek komen. Dat zijn de lichte kanten. Want altijd als ik het ziekenhuis binnenloop met Kerst denk ik even bij mezelf: laat er alsjeblieft niets heftigs gebeuren dit jaar. „Een paar jaar geleden was een kindje erg ziek tijdens de Kerst. We wisten dat het zou overlijden, maar hoopten dat het niet tijdens de kerstdagen zou zijn, omdat de ouders dan nooit meer een normale Kerst zouden hebben. Uiteindelijk gebeurde het toch. Het was verschrikkelijk verdrietig, maar je doet op zo’n moment wat je kan om het afscheid zo harmonieus en vredig mogelijk te laten verlopen. Als team evalueer je dat uitvoerig, maar toch ga je met een loodzwaar gevoel naar huis. Ieder jaar als ik met Kerst thuiskom uit het ziekenhuis en mijn kinderen in mijn armen sluit denk ik: wat een geluk hebben we toch met elkaar. Dan stelt werken tijdens de feestdagen opeens niet zo veel meer voor.”

Peter Bleesing , dierenverzorger ‘Voor de dieren begint de pret pas na Kerst’

Peter Bleesing (41) is al zeventien jaar dierenverzorger in Artis

„Ik werk al zeventien jaar minstens een van de kerstdagen. Mijn vrouw en kinderen hebben er geen moeite mee, ze zijn het wel gewend. Mijn werk bestaat vooral uit het verzorgen en het observeren van de dieren. We werken in Artis in twee ploegen, dus iedereen werkt één feestdag. Ik ben geen kerstliefhebber, daarom vind ik het ook niet zo’n probleem. En volgens mijn cao krijg ik 200 procent uitbetaald, dat is natuurlijk lekker meegenomen.

„Binnenkomen in een witte tuin, dat is magisch. Helaas heeft het de laatste jaren niet vaak gesneeuwd met Kerst. Spannend om in de gaten te houden met Kerst zijn de Zuid-Afrikaanse pinguïns. Ze hebben twee broedperiodes. Eind december regent het kuikens bij de grot aan het water.

„Niet elke kerst is even vrolijk. Op 25 december 2009 kwamen we de tuin binnen en begrepen we al snel dat het mis was. Tanja, het nijlpaard, lag dood in het water. Ze was 49 geworden. De meeste nijlpaarden sterven in gevangenschap rond hun vijftigste levensjaar, maar toch was het een bittere pil voor ons allemaal. Voor een verzorger is zoiets vergelijkbaar met het verliezen van een huisdier. Het is droevig en doet pijn.

„Tanja was een icoon en zeer geliefd bij de bezoekers en verzorgers. Ze had een hoge aaibaarheidsfactor. Op die bewuste dag zijn we vooral bezig geweest met het stoffelijk overschot weg zien te krijgen. We moesten al het water wegpompen en haar vervolgens uit het bad hijsen. Een nijlpaard weegt 2.500 kilo, dus dat is een heel karwei.

Ik ben blij dat Artis haar opgezet heeft, zo blijft ze toch nog onder ons.

„Voor de dieren begint de pret eigenlijk pas na kerst. Na 26 december zijn kerstbomen niks meer waard. Artis krijgt daarom vaak onbehandelde kerstbomen cadeau of we kopen ze op. Ze worden verdeeld onder de dieren die er elk op eigen wijze wel raad mee weten.

„De kamelen knabbelen er graag aan, de olifanten eten de naaldbomen keurig kaal. De chimpansees vinden het heerlijk om ermee te slepen en ze slopen. De leeuwen vinden er weinig aan geloof ik, maar rollen er soms doorheen voor de geur. De Afrikaanse wilde honden raken uitzinnig van de geur van dennennaalden en de beleving van het tussen de bomen door lopen. Ze krijgen die sparren natuurlijk maar een keer per jaar, dus het is echt even iets anders. Het is een traktatie. Daar genieten ze echt van.”

Sylvia Schuyer , circusartiest ’Ik begin al in oktober’

Sylvia Schuyer is spreekstalmeester bij Kerstcircus Ahoy (omdat ze in het artiestenvak zit, geeft ze liever haar leeftijd niet)

„Ik kom uit een artiestenfamilie. Mijn vader was goochelaar en mijn moeder presentatrice bij het variété. Vanaf mijn zesde assisteerde ik mijn vader, dus voor mij is werken met Kerst heel normaal. We aten nooit met de familie, wij stonden op de bühne. Juist met Kerst, want dan kreeg je een beter gage. Ik ben nu al vijf jaar spreekstalmeester van het kerstcircus in Rotterdam, daarvoor deed ik twee jaar het kerstcircus in Den Bosch, en daarvoor tien jaar in Eindhoven. Door het jaar heen werk ik als goochelaar, ook een fantastisch vak. Maar als ik aan Kerst denk, dan denk ik automatisch aan het circus. Ik zou het heel gek vinden als ik niet meer voor een kerstcircus zou werken. Ik denk dat ik me verloren zou voelen.

„Werken in een kerstcircus is heel speciaal. Het is een soort reünie. Iedereen kent elkaar in ons wereldje. Als het seizoen afloopt in september, stroomt wie nog wil werken en goed genoeg is door naar de kerstcircussen. Als spreekstalmeester ben ik de rode draad door het programma heen. Ik kondig alle acts aan, zet de toon, en moet on the spot iets zeggen over de artiesten. Ik begin al in oktober met het schrijven van de teksten. Je moet je grondig voorbereiden, zodat het straks allemaal goed klinkt. Het is daarom hard werken.

„Maar in het circus laten we Kerst niet helemaal aan ons voorbijgaan, hoor. Op de 24ste houden we de shows wat vroeger dan gebruikelijk. Veel van de artiesten vieren daarna in de wagens achter Ahoy kerstavond.

„Op Eerste Kerstdag is er een traditionele kerstbrunch in de artiestenfoyer, waarvoor de hele familie is uitgenodigd. Daar gaat mijn man mee naar toe, kinderen hebben we niet. De hond blijft thuis. Er zijn kroketten, soep en lekker veel luxe beleg voor op brood. Iedereen kleedt zich mooi aan. Er zijn maar liefst twee kerstbomen en er staan kerststukjes op tafel. Twee uur later zetten we weer een show neer met z’n allen, dus je kunt je natuurlijk niet helemaal volproppen. De acrobaten kunnen sowieso niet zo veel eten. Maar het is wel beregezellig. „Als spreekstalmeester ga je als eerste de piste in en kom je er als laatste weer uit. Elke dag shows voor 3.000 man: het is feest, het is een eer. Het is het grootste en oudste circus van Nederland.”