China wordt steeds dominanter in de kunstwereld

De duurste kunst

De kunstmarkt koelde in 2016 enigszins af. De toptien van de duurste kunst bracht bijna de helft minder op dan vorig jaar. Ondertussen is China opnieuw kunstland nummer één.

54,4 miljoen dollar, Edvard Munch: Pikene på broen (Meisjes op een brug), 1900. Sotheby’s New York, 14 november.

Pas één keer eerder haalde de Chinese kunstenaar Cui Ruzhuo de Nederlandse pers. Dat was in 2014, toen zijn zwart-wit aquarel Besneeuwde berg direct na een veiling (opbrengst 2,7 miljoen euro) door schoonmakers van een hotel in Hongkong werd weggegooid. Ondanks een zoektocht langs stortplaatsen bleef de koker met het kunstwerk spoorloos.

De 72-jarige Chinees figureert dit jaar verrassend in de toptien van hoogste veilingopbrengsten. Als enige levende kunstenaar staat Ruzhuo na Picasso en Modigliani, maar vóór Cy Twombly en Francis Bacon, op plaats acht met een grote, in 2013 gemaakte aquarel van besneeuwde bergtoppen. Op een veiling bij Poly Auction in Hongkong had een Chinese verzamelaar er in april omgerekend bijna 38 miljoen euro voor over.

In diverse opzichten tekent deze verkoop de kunstmarkt van 2016. Vorig jaar was New York nog het verkooptoneel van de volledige toptien. Dit jaar, met drie topverkopen in Londen en één in Hongkong, waren de Verenigde Staten duidelijk minder dominant. In de toptwintig staan zelfs zes Chinese verkopen.

De belangrijkste oorzaak voor deze geografische spreiding was het geringe aanbod van onbetwiste meesterstukken met een waarde boven de 100 miljoen dollar, die bijna per definitie te koop worden aangeboden in New York, het centrum van de kunstwereld.

Het duurste geveilde kunstwerk van dit jaar, Hooischelf van de Franse impressionist Claude Monet, bracht in november bij Christie’s 81 miljoen dollar op. Een opbrengst die in de toptien van vorig jaar goed zou zijn geweest voor de zesde plek.

Toen werd de lijst aangevoerd door hoogtepunten uit het oeuvre van Picasso, Modigliani en Giacometti, met opbrengsten van respectievelijk 179, 170 en 141 miljoen dollar. Veelzeggend is ook een vergelijking van de totaalresultaten van de toptiens toen en nu: bijna een miljard dollar in 2015, tegen ruim een half miljard dollar dit jaar.

Minder garanties

Waarom hielden de grote verzamelaars de kluizen van hun belastingvrije kunstopslagplaatsen gesloten? Vooral omdat de veilinghuizen zich strenger opstelden en minder scheutig waren met het garanderen van minimale opbrengsten aan verkopers. Bij de grote najaarsveilingen in New York was vorig jaar voor een miljard dollar aan garanties afgegeven, dit jaar aanzienlijk minder.

De winstgevendheid van de veilinghuizen leed onder die toezeggingen, soms moesten ze op topverkopen zelfs geld toeleggen. Dit jaar hebben ze zich meer gericht op de middenmarkt (kunst tot 25 miljoen dollar), een categorie waar de courtages minder onder druk staan.

De hoge opbrengst voor de aquarel van Cui Ruzhuo onderstreept ook de gewijzigde financiële wereldorde. De waarde van kunstwerken kan niet meer alleen gebaseerd worden op de kunstgeschiedenis. Cui Ruzhuo is een van de duurste levende kunstenaars, omdat Chinese kunstliefhebbers zijn aquarellen zo waarderen.

Alle categorieën bij elkaar opgeteld is China wat betreft omzet ook opnieuw kunstland nummer één. Dat weerspiegelt zich eveneens in de top 500 van kunstenaars met de hoogste veilingopbrengsten. Daarin staan dit jaar 187 Chinezen, tegenover 99 Amerikanen.

Oude meesters

Oude meesters van museumkwaliteit worden steeds zeldzamer. Vervalsingschandalen, met onder meer een Frans Hals-portret en een schetsboek van Vincent van Gogh, onderstrepen de grote vraag. Symptomatisch is ook het fenomenale aankoopbedrag voor wat, voor zover bekend, toch de kunsttransactie van het jaar mag worden genoemd: Rembrandts Marten & Oopjen. Nederland en Frankrijk maakten in januari voor de huwelijksportretten liefst 160 miljoen euro over aan Eric de Rothschild, het vijfvoudige van Rembrandts hoogste veilingopbrengst ooit.

In de veiling-toptien staat dit jaar één oude meester: Lot en zijn dochters van Peter Paul Rubens, dat in juli voor 58 miljoen dollar door Christie’s werd verkocht. Een reusachtig en tegelijk ook relatief bedrag. Een graffiti-doek uit 1982 van Jean-Michel Basquiat verwisselde voor bijna hetzelfde bedrag van eigenaar en een schilderij van de voormalige Rotterdamse huisschilder Willem de Kooning, heel wat minder zeldzaam, bracht aanzienlijk meer op.

Hoewel de kunstmarkt in 2016 enigszins afkoelde, is de langetermijnontwikkeling nog altijd florissant. Neem de veilingomzet van hedendaagse kunst. Die is sinds 2000 verveertienvoudigd, naar zo’n 1,5 miljard dollar.

Het aantal (vermogende) verzamelaars groeit, net als de museum-industrie. Voorlinde in Wassenaar was in september beslist niet het enige nieuwe museum. Volgens marktonderzoeker Artprice openden dit jaar wereldwijd 700 nieuwe musea.

Dat is dertien nieuwe musea per week. Alleen die ontwikkeling zal de komende jaren vermoedelijk al zorgen voor de nodige druk op de kunstmarkt.