Boem!

In café-restaurant Frankendael in Amsterdam-Oost ging het leven gisterochtend gewoon door. De eerste tafels voor mensen die een dierbare hadden weggebracht naar de naastgelegen Nieuwe Oosterbegraafplaats waren al gedekt, in het zaaltje achter het cafégedeelte werden ballonnen opgehangen vanwege de tachtigste verjaardag van ‘opa Leo’ en de ober vroeg of ik de papiertjes die om de koekjes zaten voor de verandering een keer niet op de grond wilde gooien.

Een tafeltje verderop controleerden vier mannen op leeftijd met veel volume de jaarrekening van hun club of vereniging. De penningmeester had alles naar eigen zeggen vier keer doorgerekend en daarna uitgeprint, maar hij bleef uitkomen op een negatief saldo van 65 euro 11.

Hoe dat kon, bleef totaal onduidelijk.

„En als je die lunchpakketjes nou niet meerekent…”, zei een van de mannen terwijl hij als een vis in z’n kop koffie hapte. „Klopt het nog niet.”

Hoe langer ze het erover hadden, hoe minder de cijfers klopten.

„Jammer van Berlijn, ik vond dat altijd een mooie stad”, zei een man met een baard opeens boven zijn papieren uit, alsof hij wilde zeggen dat ze het nu wel lang genoeg over dat tekort van 65,11 euro hadden gehad.

„Niet overdrijven hoor, Arie”, zei een ander. „Die stad staat er nog, alleen de kerstmarkt is weg.”

„Betonblokken”, zei de man met de baard weer, „ze gaan nu overal betonblokken leggen. Op het Museumplein en in Breda, rondom dat Glazen Huis.”

„Nou, dat mogen ze van mij opblazen.”

„Van mij ook.”

De man die als enige nog niets gezegd had, zei opeens dat hij het wel zou weten als hij terrorist was.

„Ik zou mezelf opblazen op het parkeerdek van de Arena, sta je meteen op de kaart…”

Het gesprek kreeg een nieuwe dynamiek, er volgde een opsomming van mogelijke doelwitten, gevolgd door een lachsalvo.

Die humor viel stil toen een oude vrouw in een gewatteerde roze jas zich bij het groepje meldde, om een van de mannen op te halen.

„Ja, twaalf uur moeten we in het ziekenhuis zijn… Niet twee uur…”

Tegen het groepje: „Ja, dan ben je toch een lul…?”

Ze zochten het kortom maar uit met hun tekort 65 euro 11, hij moest mee.

Ze keken hem na en zagen hoe hij in een Honda Civic werd geduwd.

„Boem!”, zei een van de drie toen zij de autodeur achter zich dichttrok.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.