Albumoverzicht: Ash Borer en de grote hits van The Human League

De Britse band The Human League is dus meer dan een one-hit-wonder. Dat bewijst een nieuwe boxset.

  • ●●●●●

    Jean-Michel Jarre : Oxygene 3

    Oxygene 3 Pop: Het meest opmerkelijke aan het album Oxygene 3 van de Franse synthesizermaestro Jean-Michel Jarre is dat het in grote lijnen hetzelfde klinkt als het megasuccesvolle eerste deel uit de trilogie. Er mag zich een revolutie in de techniek van elektronische muziek voltrokken hebben; veertig jaar na dato keert Jarre terug naar de analoge synthesizers en de warme klanken die zijn hit ‘Oxygene Part IV’ van het eerste album karakteriseerden. In 1976 was het revolutionair dat zulke grensverleggende muziek zo heerlijk romig kon klinken. Nu levert het opnieuw een zevental hapklare soundscapes op waarvan ‘Part 20’ met zijn kerkorgel en pruttelende blobjes de avontuurlijkste is. Het boek bij de boxset Oxygene Trilogy toont één groot verschil. Wat vroeger met een enorme spoelenrecorder werd opgenomen, past nu in een Macbook Pro. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Fanga: Kaleidoscope

    Kaleidoscope Afrobeat: Terwijl veel afrobeatgroepen het genre oprekken, keert de gerenommeerde band Fanga juist terug naar de kern. Dat wil zeggen meer funk dan jazz, roterend rond een brommende baritonsax en een soepel afro-gitaartje. De Franse band bestaat al sinds 1998. Eerder experimenteerde Fanga onder meer met Marokkaanse ‘gnawa’, maar zulke Noord-Afrikaanse invloed is niet hoorbaar op Kaleidoscope. Wel grooves uit Ethiopië, Mali, Benin en Nigeria, want gevarieerd is de band nog altijd. Vooral zanger en liedjesschrijver Korbo uit Burkina Faso zorgt ervoor dat Fanga anders klinkt dan de meeste afrobeatbands. Zijn sociaal bewuste teksten nemen een belangrijke plek in. Het beste nummer van de plaat is dan ook ‘Soldiers’, waarop de beat aanvankelijk opgebouwd wordt uit het laden van een geweer en op een reggae-achtige wijze het geweld in de samenleving bespreekt. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Ensemble Correspondances, o.l.v. Sébastien Daucé: Marc-Antoine Charpentier: Pastorale de Noël

    Marc-Antoine Charpentier: Pastorale de Noël Klassiek: Van duisternis naar licht: die weg bewandelt de 17de-eeuwse componist Marc-Antoine Charpentier in Pastorale. Zijn herders verrijzen tweemaal uit de ellende, na het horen over de geboorte van de verlosser. Charpentier mocht er al zijn vindingrijkheid op loslaten, want hij werkte niet in de starre hiërarchische verhoudingen van het Franse hof, maar voor de ‘vrijgevochten’ katholieke gravin Marie de Lorraine. Ze ging op haar zestiende in ballingschap naar Italië, in ongenade gevallen bij de machtige kardinaal Richelieu. Twaalf jaar later keerde ze terug, vastbesloten haar geslacht weer op de kaart te zetten. Dat deed ze via de kunst. Charpentier voer wel bij een patrones uit het muzikaal liberale Italië De dramatiek en bewegelijkheid spat van dit kerstverhaal af, vooral door de liefdevolle bevlogenheid van dirigent Sébastian Daucé en zijn Ensemble Correspondances. Joost Galema

  • ●●●●

    The Human League: A Very British Synthesizer Group

    A Very British Synthesizer Group Pop: Jaren tachtigfenomeneen The Human League valt gemakkelijk weg te zetten als het one-hit-wonder van het feministische popmanifest ‘Don’t You Want Me’. Dat zou afdoen aan de rol die de groep rond zanger Phil Oakey heeft vervuld bij de emancipatie van de synthesizer in de Britse popmuziek. Een cd met outtakes in de boxset A Very British Synthesizer Group illustreert hoe de groep onontkoombare melodieën wist te wringen uit primitieve elektronische apparatuur. Vroege songs als ‘Being Boiled’ en ‘Stylopops You Broke My Heart’ legden het fundament voor het succes toen de schoolmeisjes Susan Sulley en Joanne Catherall bij de band kwamen. Een dvd vol blitse video’s laat nog eens zien hoe een androgyne zanger met asymmetrisch kapsel het vuur opstookte onder een uitdagend popfenomeen. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Ash Borer: The Irrepassable Gate

    The Irrepassable Gate Metal: De Amerikaanse metalband Ash Borer verkiest een klein publiek. Door hun moeilijk te doordringen black metal, maar ook door hun online afwezigheid. Anoniem zijn ze allang niet meer: de bandleden zijn meer of minder gelieerd aan bands als Vanum, Triumvir Foul en Yellow Eyes. Allemaal bands die Amerikaanse black metal zo opvallend fris houden.

    Ash Borer mikt op sfeer: ze verstoppen hypnotiserende melodieën onder moerassige lagen van gruizige gitaarriffs, en een ver in de mix verdronken, echoënde krijszang. Het is uitdagend om daar in te graven.

    Soms vuurt een pislink stuk jaren negentig black metal door de dikke mist, zoals in het gave ‘Grey Marrow’ en halverwege ‘Lacerated Spirit’, waarin onheilspellende noise ontbrandt in ongetemde snelheid.

    Iets van rust zou niet misstaan, want The Irrepassable Gate is wel wat uitputtend. Peter van der Ploeg