Zwangerschap verandert moederhersenen

Tijdens de eerste zwangerschap veranderen de hersenen van de aanstaande moeders ingrijpend. Terwijl hun buik groeit, krimpt de grijze stof in verschillende hersengebieden die belangrijk zijn voor het inlevingsvermogen in de gedachten en emoties van andere mensen. De onderzoekers die er maandag over publiceerden in Nature Neuroscience schrijven dat kleinere hersenen niet noodzakelijkerwijs minder goed werken – wellicht juist beter. De breinveranderingen zijn gemeten voor en na de eerste zwangerschap. Ze blijven bestaan tot minstens twee jaar na de bevalling.

Immense hormonenvloed

Tijdens de zwangerschap overspoelt een immense hormonenvloed het lichaam van een zwangere vrouw. De hoeveelheid van het vrouwelijke hormoon oestrogeen die door een zwanger lijf giert is bijvoorbeeld even groot is als de hoeveelheid die het lijf van een kinderloze vrouw in haar hele leven tegenkomt.

Omdat geslachtshormonen een grote invloed hebben op hersencellen, wilden hersenwetenschapper Elseline Hoekzema van de Universiteit Leiden en haar collega’s in het Spaanse Barcelona weten of er veranderingen te meten zijn in het jonge-moederbrein.

De onderzoekers maakten hersenscans van 25 vrouwen die van plan waren om voor de eerste keer zwanger te worden, en scanden ze opnieuw na de zwangerschap. De hersens van de jonge moeders vertoonden opvallende veranderingen. Ook wanneer die werden vergeleken met de hersenen van nieuwbakken vaders en met die van vrouwelijke leeftijdgenoten die nooit zwanger waren geweest.

Die wijzigingen waren zo duidelijk dat een patronen-analyserend computerprogramma kon aanwijzen welke breinscans van jonge moeders waren en welke van kinderloze vrouwen.

Dunnere grijze stof

De grijze stof in de buitenste laag van de hersenen, waarin de zenuwcellen zitten, was in de loop van de zwangerschap op verschillende plekken dunner geworden. Dat gebeurde in beide hersenhelften op plaatsen die een rol spelen bij het vermogen om je te verplaatsen in de opvattingen, intenties en gevoelens van anderen, in het besef dat die anders kunnen zijn dan die van jezelf - de zogeheten theory of mind.

Dat minder grijze stof niet noodzakelijk een slechtere hersenfunctie geeft blijkt uit een andere periode van een mensenleven waarin grote hormonale veranderingen optreden, de puberteit. Dan krimpt de grijze stof ook. Onderzoekers vermoeden dat die veranderingen het puberbrein juist verfijnt, zodat het sneller en efficiënter kan werken. Bij zwangeren zouden de hersenveranderingen een voorbereiding zijn op het moederschap, vermoeden de onderzoekers.

Een deel van de gebieden die tijdens de zwangerschap zijn veranderd reageerde sterk wanneer moeder foto’s van hun eigen baby bekeken, maar niet als een moeder een foto van een onbekende zuigeling zag. Op basis van de breinveranderingen konden de onderzoekers ook voorspellen hoe goed de binding van de moeders aan hun kind was.