Column

Zonder Wertheim

Mijn dochter raadde me onlangs een cabaretvoorstelling aan: Ergens Anders van Micha Wertheim. Ze wilde niet zeggen waar het over ging, maar het was in ieder geval iets heel bijzonders. Ik had er wel oren naar, want ik had Wertheim nog nooit in het theater gezien, alleen een keer op de televisie.

Na afloop van de voorstelling had mijn dochter – samen met haar vriend – Wertheim toevallig in de parkeergarage bij het theater getroffen. Ze hadden hem gecomplimenteerd met zijn originele voorstelling.

Zo belandde ik vorige week dinsdag argeloos en met een hart vol verwachting in het Amsterdamse Compagnietheater. Dat Wertheim even op zich liet wachten en ons voorlopig bezighield met een radio-uitzending vanuit een stereotoren op het podium, vergaven we hem graag. Het publiek moest erom grinniken, die dekselse Micha, hij zou ongetwijfeld opeens uit de coulissen springen. Toen er in plaats van hem een grappig robotje de bühne op kuierde en het publiek aanwijzingen begon te geven, bleven de bezoekers nog een poosje goed geluimd, maar hoe langer het duurde, des te meer twijfel er in de zaal groeide. Wanneer kwam hij nou zelf?

De rest heeft u gisteren in het artikel van Ron Rijghard in deze krant kunnen lezen. Wertheim kwam niet. Hij had besloten de eerste cabaretier ter wereld te worden die een voorstelling maakte waarin hijzelf niet optrad. De reacties zijn zeer gemengd, heb ik begrepen. Bewondering en boosheid. Wertheim vertelde dat hij even van slag was „door alle boze brieven”. Gemiddeld liepen er vier, vijf mensen weg – in het Compagnietheater waren het die avond twee stelletjes.

Ik vermoed dat er meer mensen hadden willen vertrekken, maar wie midden in een rij zit opgesloten, schrikt daarvoor terug. Zelf voelde ik geen aanvechting, ik was te nieuwsgierig naar de afloop van het experiment. Was ik ook tevreden? Dat is te veel gezegd. Ik was niet boos, maar voelde wel een stevige teleurstelling, omdat ik gehoopt had Wertheim als cabaretier te kunnen bekijken en beoordelen.

Daarvoor zal een volgende voorstelling nodig zijn, maar wil ik daar nog heen? Ik denk dat ik mijn dochter vooruitstuur met het verzoek om een volledige rapportage. Als Wertheim een variant probeert door bijvoorbeeld – zoals hij in NRC suggereert – iemand anders te laten optreden, haak ik af.

Mijn teleurstelling werd niet alleen veroorzaakt door zijn afwezigheid, ze ontstond ook doordat de voorstelling uitmondde in een nogal magere abstractie over de ontroerende werking van kunst. Er zaten aardige gedachten bij over al die levenloze boeken (en andere objecten) waarmee we ons omringen om ons staande te houden, maar het was niet genoeg om een avondvullende voorstelling te dragen.

Mijn indruk is dat de voorstelling ontstond vanuit een creatieve impasse. Wertheim lijkt uitgekeken op het traditionele cabaret, hij zoekt naar andere wegen. Ik zie hem eerder de kant opgaan van Laura van Dolron met haar theatermonologen dan die van Herman Finkers.

Verder hoop ik dat Ergens Anders geen navolging krijgt in de literatuur en andere kunsten. Arnon Grunberg die een halve roman aanbiedt en voor de andere helft volstaat met allerlei min of meer grappige aanwijzingen waarmee zijn lezers aan de slag kunnen – nee, liever niet.