Vliegangst

Toen een vriend me uitnodigde voor zijn beroemde Derde Kerstdagborrel dacht ik niet „Hoi feest!”, maar „Ik hoop dat ik dan nog leef.” Daar schrok ik van. Bij mijn weten ben ik niet terminaal. Thuis probeerde ik na te gaan waarom ik twijfelde over mijn levensverwachting. Misschien was het, dacht ik, omdat ik binnenkort op reis ga. Vrijdag vertrek ik voor een paar dagen naar Sint Petersburg. Rusland is misschien een beetje eng, maar ik ben daar inmiddels zo vaak geweest dat ik Poetin als familie beschouw. Waar kwam die angst dan opeens vandaan?

Na lang piekeren moest ik toegeven dat het door het vervoermiddel kwam. Ik ben jarenlang panisch geweest voor vliegen. Aanvankelijk probeerde ik die angst te dempen door oxazepammen weg te werken alsof het autodrop was, maar ik werd daar zo warrig van dat ik weleens zonder schoenen bij de bagageband ben beland. Op aanraden van een vriend, die jarenlang vliegangst had gehad en tegenwoordig piloot is, nam ik vliegles in zo’n ultra light toestelletje. Dat hielp. Na tien vlieguren te hebben gemaakt, durfde ik een lange reis aan als passagier en vloog ik zonder al te veel zweet naar Mongolië. Uiteindelijk ben ik het zelfs gaan waarderen. Tot nu.

Want vrijdag vlieg ik voor het eerst in zes maanden weer. Normaal vlieg ik minstens vijf keer per jaar, maar niet eerder had ik zolang achter elkaar niét gevlogen. De angst die bedwongen leek, is in al haar hevigheid weer terug.

Kijk, vliegangst an sich is niet zo slecht. Hadden Icarus of de kapers van 9/11 er maar last van gehad. Waar ik meer mee zit is dat ik blijkbaar regelmatige blootstelling nodig heb aan waar ik bang voor ben, en dat zorgt voor een bijzonder vervelend vooruitzicht: ik moet dus dingen blijven doen die ik liever niet doe (vliegen, in de trein het toilet bezoeken, opnemen als een onbekend nummer belt) zodat ik er niet doodsbang van word. Dat ik tegen mijn zin dingen moet doen die ik haat, zodat ik er maar geen nachtmerries van krijg. Het is een beetje alsof ik bang ben voor zweepslagen en mezelf dus om de zoveel tijd moet flagelleren om die angst de baas te blijven.

Stiekem hoop ik nu zelfs een beetje dat ik vrijdag neerstort, want dat zou ontzettend veel vlieguren en onderhoudsvluchten schelen. Ter afleiding ga ik maar mijn huis op orde brengen. Je weet maar nooit. Straks kom ik nog terug ook.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.
    • Ellen Deckwitz