Ruttes Oekraïne-oplossing dichterbij dankzij GroenLinks

Oekraïne-Referendum

De fracties van GroenLinks fracties waren tegen het Oekraïneverdrag, maar de leden stemden vóór. Rutte heeft bijna voldoende steun.

De kans dat premier Rutte in de senaat voldoende steun krijgt voor ratificatie van het associatieverdrag met Oekraïne is sterk toegenomen. Het GroenLinks-congres riep zaterdag de fracties in Tweede en Eerste Kamer op de samenwerkingsovereenkomst te steunen die onderwerp was van het referendum in april.

Aanvankelijk wilde GroenLinks de nee-uitslag van dat referendum overnemen en daarmee de kabinetsoplossing die premier Rutte in Brussel heeft uitonderhandeld niet steunen. Maar het partijcongres nam zaterdag in Utrecht met grote meerderheid (58 procent) een motie aan om toch met het kabinetsvoorstel in te stemmen; ze acht het belang van goede samenwerking met Oekraïne te groot.

De steun van met name de senaatsfractie van GroenLinks – vier zetels – is premier Rutte zeer welkom. De coalitie heeft in de Eerste Kamer geen meerderheid. Voor het associatieverdrag met Oekraïne, mét de appendix waarin Rutte de Nederlandse nee-stemmers tegemoet denkt te komen, heeft het kabinet zeventien extra stemmen in de senaat nodig.

Het kabinet rekent op D66 (tien zetels). De senator voor de Onafhankelijke Senaatsfractie (1 zetel) liet de NOS dit weekend weten Rutte ook te steunen. Reken GroenLinks erbij, en het kabinet heeft nog maar twee zetels nodig. Dat verandert vooral de positie van het CDA, dat niet meer doorslaggevend hoeft te zijn. Het CDA wil het kabinet in de Tweede Kamer niet steunen, maar Rutte hoopt erop dat een aantal senatoren wél voor ratificatie stemt. In de Eerste Kamer heeft het CDA twaalf zetels.

Het kabinet kan inmiddels ook hopen op kleinere partijen, zoals SGP of 50Plus (allebei twee zetels), of de ChristenUnie (drie zetels). Die partijen moeten nog een afweging maken voor het debat over de ratificatie van het verdrag, dinsdag in de Tweede Kamer.

GroenLinks was op zichzelf al voorstander van het associatieverdrag, maar wilde niet voorbijgaan aan de afwijzing ervan door het referendum. „We moeten de uitslag daarvan zeer serieus nemen”, was het belangrijkste argument dat Tweede Kamerlid Rik Grashoff het congres voorhield. In dezelfde redenering zullen de beide fracties in het parlement nu niet om de aangenomen motie van het eigen congres heen kunnen. „We zullen dit overnemen”, zei Grashoff na afloop van de stemming. „De partijdemocratie is voor ons doorslaggevend.”

Het congres zette later op de dag überhaupt een streep door het gangbare standpunt van de partij inzake referenda. Een meerderheid van de leden stemde de invoering van het correctief referendum uit het verkiezingsprogramma weg.

Volgens de indieners van dit amendement zijn correctieve referenda onwerkbaar, omdat de meeste onderwerpen niet te vatten zijn in „een simpele ja-neevraag”. Bovendien is de betrouwbaarheid van de overheid in het geding. Met een correctief referendum zouden burgers „er niet meer van uit kunnen gaan dat de wet geldt, als deze op elk moment door een willekeurige groep burgers kan worden afgeschaft”.