Op het Cubaanse internet zoeken jongeren de grenzen op

Vrije meningsuiting

Zo’n 5 procent van de Cubanen heeft toegang tot internet. Toch voltrekt er zich een mediarevolutie. Jongeren wisselen usb-sticks uit met de inhoud van blogs.

Jongeren bij een internethotspot in Havana, Cuba. Foto Reuters/Alexandre Meneghini

Cuba is mateloos fascinerend, zegt Anne Nelson, docent internationale media aan de Columbia Universiteit in New York. „Dit land is het interessantste laboratorium op het gebied van technologie en maatschappij dat ik in de dertig jaar waarin ik dit vak uitoefen heb gezien.” Ook al is er nauwelijks digitale infrastructuur, het opleidingsniveau is hoog en er bestaat nauwelijks analfabetisme. „Nu krijgen mensen langzaam toegang tot internet. Hoe zullen de Cubanen ermee omgaan?”

Nelson was dit weekend in Amsterdam, voor een programma over Cuba in debatcentrum De Balie. Ze ging in gesprek met Cubaanse bloggers over de ontwikkeling van nieuwe media in het land. Daar werd de informatievoorziening tot voor kort volledig gedomineerd door de staat, en sinds 1959 geregeerd door Fidel en later Raúl Castro.

Op het publiceren van ‘laster’ staat volgens het Cubaanse strafrecht drie jaar cel. Je inlaten met ‘vijandige propaganda’ kan tot vijftien jaar cel leiden. Pers en meningsuiting zijn alleen toegestaan als ze ‘conform de socialistische maatschappij’ zijn.

Nu zijn er radicale veranderingen gaande in het medialandschap. En niet alleen sinds de VS en Cuba twee jaar geleden hun diplomatieke relaties herstelden, of sinds Fidel Castro overleed, op 25 november. Al eerder begon de eenzijdige berichtgeving door staatsmedia scheurtjes te vertonen. Internet is nog altijd zeer beperkt beschikbaar – naar schatting heeft 5 procent van de Cubanen toegang. Toch ontwikkelt zich een levendig digitaal mediaklimaat, met blogs die zich proberen te ontworstelen aan de censuur van de staat.

Dat zijn vooral jonge mensen, die balanceren tussen de oude tweedeling van staatspropaganda en totale dissidentie. Op internet vinden zij een vrijplaats om zich te uiten, door te schrijven over ondernemerschap, cultuur, sport en andere thema’s die jongeren bezig houden. De wet verbiedt privébezit van media, maar op internet gelden vooralsnog geen regels. Daar zoeken jongeren de grenzen op van vrije meningsuiting.

„Tot voor kort kenden we alleen de staat, die het eiland neerzet als een paradijs, en de dissidenten, die het doen voorkomen als een hel”, zegt José Jasán Nieves van het blog El Toque, dat met hulp van het Nederlandse RNW Media (de vroegere Wereldomroep) in 2012 werd opgericht. „Maar Cuba is zo veel meer dan dat. Jongeren snakken naar een realistisch beeld van hun eigen land. Dat beschrijven wij. Verhalen van mensen uit het dagelijks leven, en hoe zij proberen Cuba te veranderen.”

Met de beperkte toegang tot internet gebeurt dat nu vooral nog via een offline alternatief: ‘el paquete’, het pakket. Dat is een usb-stick van 1 terabyte met de nieuwste films, series en magazines, waaronder ook El Toque, waarvan wekelijks verschillende versies worden verspreid over het eiland. De staat gedoogt de distributie. Wie er precies achter zit, is onbekend.

Dat klinkt weinig spectaculair, maar op Cuba is het revolutionair. „Wij hebben een andere relatie tot de macht dan de vorige generatie”, zegt Nieves. „En we zijn, meer dan hen, bereid de grenzen op te zoeken. In stilte, gewoon door ons werk te doen. Dat is gelegitimeerd, omdat het de Cubaanse maatschappij ten goede komt.”

Dat vindt ook Harold Cárdenas Lema, oprichter van het invloedrijke blog La Joven Cuba en ook verbonden aan El Toque. „Bloggers creëren een unieke ruimte, waarin ze kunnen onderhandelen met de staat”, zegt hij. „Als wij iets schrijven, bijvoorbeeld over misstanden bij de bouw van een hotel, neemt de staat direct na publicatie maatregelen om het op te lossen, om dat vervolgens trots te melden in hun propaganda. Dat heeft de formele oppositie nooit voor elkaar gekregen.”

Wat nu nog ontbreekt, is brede toegang tot internet. Dat is alleen beschikbaar voor een kleine groep Cubanen, zoals ambtenaren en staatsmedia. De rest is afhankelijk van een klein aantal wifi-hotspots, en die zijn onwaarschijnlijk duur. Een uur wifi kost 2 dollar, 10 procent van een gemiddeld maandelijks inkomen.

Is een onafhankelijke pers mogelijk in het gesloten Cuba? Ja, zeggen de bloggers, al bestaan er nog altijd grenzen. Maar die respecteren ze. „Het is veel effectiever het systeem van binnenuit te veranderen, dan er alleen maar tegenaan te schoppen”, aldus Cárdenas Lema. „Dat gaat wel langzaam, maar wat wij nu doen, is ongekend. Daar had de generatie van onze ouders alleen maar van kunnen dromen.”