Laatste Nederlandse beer leefde in beboste duinen

Beren in Nederland

In de duinen bij Noordwijk zijn bruine-berenbotten uit de tiende eeuw gevonden. Het was misschien de laatste Nederlandse beer.

Botjes van de linker voorpoot van de laatste Hollandse beer. Foto Ivo Verheijen

In de Waterleidingduinen bij Noordwijk leefden in de 10de eeuw nog beren. Dat bewijzen botten van een volwassen bruine beer, die daar in februari 2016 gevonden zijn. Het zijn de laatste zekere resten van een wilde beer in Nederland. Onderzoekers van de universiteiten van Leiden en Groningen publiceren deze week over de unieke vondst in het Nederlandse zoogdierentijdschrift Lutra.

Beren komen van nature voor in West-Europa. In de Romeinse tijd waren ze in de Lage Landen echter al schaars geworden, door jacht en oprukkende menselijke bewoning. Uit de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen zijn ruim tien vondsten bekend van berenbotten en -tanden.

Bio-archeoloog Wim Kuijper van de Universiteit Leiden vond de botten in februari van dit jaar, met zijn vrouw, vertelt hij. Ze zei: „Joh, daar ligt een bot achter je.” Kuijper onderzocht op dat moment een Middeleeuwse zandlaag die bij werkzaamheden bloot was komen te liggen. Hij was op zoek naar de resten van slakken, zijn specialisme. Uiteindelijk vond Kuijper bijna alle botten van de linkervoorpoot van een bruine beer. De botten zijn gedateerd op 880-970 n.Chr.

Al bekend was dat het duingebied tussen Den Haag en Haarlem nog tot in de Middeleeuwen was bedekt met een uitgestrekt, vochtig loofbos. „Het gebied was enkele honderden vierkante kilometer groot”, aldus Kuijper. „Er leefden ook edelherten en wilde zwijnen. Het was een geschikt leefgebied voor beren.”

Er is weinig bekend over de verspreiding van de bruine beren in Nederland in de Vroege Middeleeuwen. Op Kuijpers vondst na zijn alle resten van beren gevonden in menselijke nederzettingen.

Aangenomen wordt dat de beer in die tijd al zeldzaam was. Op basis van zijn vondst denkt Kuijper dat er in West-Nederland nog een inheemse populatie van maximaal tien à twintig beren resteerde. Soms trokken ook nog individuele beren vanuit Duitsland het land in. In een rond 1600 geschreven jachthandboek over Holland staat over beren: „zijn daer eertijdts veel geweest, doch in lange jaren gene”. Waarschijnlijk was de Hollandse berenpopulatie op de lange termijn te klein om te overleven.

Overigens deed Wim Kuijper bij zijn onderzoek in de Waterleidingduinen nóg een bijzondere vondst. In de duinbossen leefden destijds grote aantallen van een pietepeuterig slakje. „Het bijenkorfje, 2 millimeter groot. Die komt nu niet meer in Nederland voor.”