Het draait in het darten nog maar om één man

WK darts

Michael van Gerwen is op het hoogtepunt van zijn carrière. Bij het WK in Londen zijn alle ogen op de Nederlandse darter gericht.

Michael van Gerwen werd in een artikel in The New York Times vorige week ‘de Michael Jordan van het darten’ genoemd.

Een bericht van ene Karin op Twitter – overduidelijk dartsfan, aangezien ze net als de grote spelers ‘180’ achter haar naam heeft geplakt – werd vorige week tientallen keren gedeeld. Ze zou het jaarlijkse sportgala van de NOS gaan boycotten, nu Michael van Gerwen alweer niet is genomineerd als Sportman van het Jaar. Een van de retweets kwam van zijn ouders Henri en Wilma, die elk bericht over hun zoon delen met een paar honderd volgers en hem op zijn officiële account meer dan eens vragen toch vooral aan hun „rikketik” te denken als hij weer eens een spannende wedstrijd speelt.

De opwinding over het uitblijven van een nominatie voor de 27-jarige Van Gerwen was groot onder de rabiate fans van de sport. Vorig jaar ook, toen hij het bijzondere aantal van achttien toernooien won – dit jaar nog wel wat meer. Hij veroverde al 25 titels; geen darter heeft er zoveel achter zijn naam. Maar zijn kandidatuur was niet eens serieus overwogen. Niet dat Van Gerwen er zelf mee zit, die vindt dat Max Verstappen moet winnen.

Even werd pijnlijk duidelijk dat hoe populair de dartsport ook lijkt in Nederland – naar de belangrijke WK-wedstrijden met Nederlanders kijken al gauw een miljoen mensen en kaarten voor de eerste buitenlandse wedstrijd van de prestigieuze Premier League in Ahoy waren in drie kwartier uitverkocht – er zijn nog steeds genoeg mensen die het geen topsport vinden. Voetbal, hockey, zwemmen? Natuurlijk. Maar met een bierbuik pijltjes naar een bord smijten? Sportminister Edith Schippers, die zaterdag in Alexandra Palace in Londen de openingswedstrijd van Van Gerwen op het WK bijwoonde, wilde voor eens en altijd duidelijk maken dat darten wel degelijk topsport is. Maar ja, over die nominaties ging ze niet.

„In alles merk je dat het darten niet past bij het plaatje dat er bestaat over sport”, zegt Jacques Nieuwlaat, al jaren commentator bij RTL 7. „We zien sport als fitte mensen die over een baan rennen, of schaatsen. En dat is prima. Dat hij geen sportman van het jaar zou worden, prima. Maar wat is het voor moeite tien sporters te selecteren die mooie prestaties hebben geleverd? En dan laat je de collegasporters vervolgens kiezen.”

Het Nederlandse publiek snapt de hele uitverkiezing van Sportman van het Jaar ook niet, zegt darter en analist Co Stompé. „Ik snap het technische verhaal erachter ook wel, maar een grotere sporter qua prestaties is er gewoon niet.”

Maradona en Messi

Michael van Gerwen is op het hoogtepunt van zijn carrière. Beter dan ooit, populairder dan ooit, rijker dan ooit. Zelfs The New York Times wijdde vorig week een groot artikel aan hem. De Michael Jordan van het darts werd hij in de kop genoemd, een boude poging om ook de Amerikanen – toch niet bepaald een groot dartsland – duidelijk te maken hoe groot Van Gerwen is in zijn sport.

Niet dat hijzelf een even zo boude vergelijking schuwt. „Als je kijkt naar Lionel Messi nu en Diego Maradona toen, dan vind ik Messi twintig keer beter”, zei hij. Zestienvoudig wereldkampioen Phil Taylor was de Maradona in deze vergelijking, hijzelf de Messi, zo zei hij desgevraagd. En iets anders dan winst op het WK, dat hij nog maar één keer won – in 2014, ziet hij als een ramp. Zo zeker was hij lange tijd niet van zichzelf.

Van Gerwen werd geboren in Boxtel, zijn ouders wonen er nog steeds. Hijzelf woonde de afgelopen jaren in het nabijgelegen Gemonde, maar verhuist zodra zijn nieuwe huis is gebouwd terug naar Vlijmen, bij Den Bosch. Vroeger voetbalde hij, naar eigen zeggen, bedroevend slecht. Maar nog steeds kijkt hij in een week als deze als PSV-fan liever naar de topper tegen Ajax dan partijen van zijn concurrenten op het WK.

Rond zijn elfde begon hij met darten. Jarenlang werd hij gepest vanwege zijn gewicht; op zijn vijftiende woog hij ruim 130 kilo en zat hij zelfs nog enkele maanden in een kliniek. Zijn doorbraak was in 2006, ook het jaar dat Nieuwlaat hem voor het eerst van nabij zag spelen. „Stond ie daar als zestienjarig pikkie, onbevangen. Zo gooide hij ook.” Stompé noemt het een „wilde gedrevenheid”. „Je merkte het meteen: dit wordt een heel grote. Hoe makkelijk het eruit zag bij hem vooral.”

Het tv-publiek zag toen voor het eerst die typische stijl: het lichaam iets naar links gedraaid, ver voorover leunend, terwijl hij in moordend tempo zijn pijlen ter hoogte van zijn mond naar het bord gooide. Machinaal was het, in een strak ritme. Zo staat hij tien jaar later eigenlijk nog steeds, alleen nu zonder haar.

Van Gerwen haalde destijds eerst de halve finales van de World Darts Trophy, waarin hij verloor van de Engelsman Martin Adams. Daarna won hij als zeventienjarige de Winmau World Masters ten koste van diezelfde Martin. Niet eerder had zo’n jonge darter een tv-toernooi gewonnen. Nieuwlaat: „Hij werd de nieuwe posterboy van het Nederlandse darts.”

In 2007 stapt Michael van Gerwen, met onder anderen Jelle Klaasen, over van profbond BDO naar de PDC, waar toen veel meer geld te verdienen viel – en nu nog meer. Maar bij de PDC volgden matige jaren. „Bij de BDO is het allemaal wat gezelliger, bij de PDC speelt iedereen opeens voor zijn hypotheek”, zegt Nieuwlaat. „Bij de BDO speel je op een gemiddeld toernooi soms met duizend man naast elkaar op een vloer, wordt er gegeten, gedronken. Bij de PDC speel je maximaal met 128 spelers, mag er niet gesproken worden, niet gegild. Dat is wennen.” Het was volgens Stompé ook gewoon nog te vroeg. „Een harde leerschool.”

De redding voor Van Gerwen bleek het jeugdcircuit; even het spelen tegen mannen die drie of vier keer zo oud waren loslaten en gewoon weer tegen leeftijdgenoten. Stompé: „Al het talent dat erin zat, kwam er weer uit. Die tour heeft hem weer laten winnen.”

Slechts één wereldtitel

Niets dat Van Gerwen meer ontspant dan winnen, niets dat hem zelfverzekerder maakt. Dat gaat ook op als hij een avondje het bordspel Kolonisten van Catan speelt met een vriendengroep waartoe ook PSV-keeper Jeroen Zoet behoort. Bij de PDC begon dat winnen pas echt vanaf 2012, met de World Grand Prix, zijn eerste grote toernooi. Een jaar later stond hij voor het eerst in de finale van het WK, waarin hij verloor van Phil Taylor. In 2014 won hij wel, van de Schot Peter Wright.

Maar bij die wereldtitel is het gebleven. En dat knaagt. Hij weet dat die zestien titels van Taylor niet meer geëvenaard zullen worden; Taylor is nu 56 en Van Gerwen heeft al eens gezegd op z’n laatst op zijn veertigste te willen stoppen.

„Slim [van Van Gerwen] overigens, als je ziet hoe Taylor nu zijn carrière laat doodbloeden”, zegt Stompé. „Maar hij vindt zelf die WK-titels heel belangrijk. De buitenwereld zal hem sowieso de grootste Nederlandse darter vinden, ook al werd Raymond [van Barneveld] vijf keer wereldkampioen. Je ziet trouwens dat Michael voorzichtiger is geworden. Eerst was het vijf titels in tien jaar, nu de tijd begint te dringen is het vijf in zijn carrière.”

De koning van deze generatie

Voor Van Gerwen is darten pure topsport. Hij mist geen toernooi, investeert er alles in. Terwijl Van Barneveld ongelukkig wordt van steeds maar die ellendige hotels, heeft Van Gerwen daar geen last van. „Mensen willen mij toch zien”, zegt hij dan.

Van Gerwen wint op dit moment overal waar hij komt, is in de woorden van RTL-commentator Nieuwlaat de „koning van deze generatie”. „Het draait de laatste drie, vier jaar nog maar om één man. En het is ook een jongen die zichzelf heel goed vindt.” Als er iets is veranderd aan Van Gerwen, dan is het wel dat zijn mond groter is geworden naarmate hij meer is gaan winnen. Stompé: „Terwijl hij echt een klein hartje heeft.”

„De lijn tussen zelfvertrouwen en arrogantie is heel dun”, zegt Nieuwlaat. „Hij pakt nu een te groot stuk van de taart en de rest ruikt bloed. Het zal niet altijd zo goed blijven gaan en ik durf te zeggen dat die afrekening dan komt. Dan zullen ze keihard zijn.”