Column

Goedheiligman

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Dat zijn vrouw stalletjes verzamelde vond hij op zich geen punt, maar om het kindje Jezus, Maria en de herdertjes tussen de os en de ezel in zijn huiskamer te zetten, dat ging hem te ver. Hij was Joods, Lucia katholiek. Niet dat het geloof nu zoveel voor hem betekende, maar er waren grenzen. Dit was er een.

Voor Lucia begon Kerst sinds haar vroegste jeugd met het neerzetten van de beeldjes in de stal, maar voor de lieve huwelijksvrede hield ze zich in. Wel bleef ze kerststalletjes kopen, maar die kwamen de verpakking niet uit, op een abstract stalletje na, dat tegenover de Chanoekakandelaar stond die hij van zijn moeder had geërfd.

Na het overlijden van haar man is dit voor Lucia de eerste Kerst alleen. Een voor een haalt ze de stalletjes tevoorschijn. Ze staat er zelf versteld van hoeveel het er zijn. Tientallen, uit de hele wereld. Haar man was nogal een einzelgänger geweest, maar Lucia houdt van feesten en gezelligheid. Dit jaar nodigt ze buurtkinderen uit voor een Holiday party.

Alles is eraan gedaan om in de kerststemming te komen. De geborduurde loper met ‘Frohe Weihnachten’, de kinderen die Silent Night zingen, kerstkransen op een rood schaaltje, en als pièce de résistance de levensgrote stal in de gang. „Op Kerstavond hoop ik de baby van de buurvrouw daar te leggen”, vertrouwt Lucia me toe. „Volgende week is ze uitgerekend. Even maar, voor de foto.”

Maar eerst, gefluister in de gang, gerommel bij de haard, en daar is hij: St.Nick – onze Sinterklaas, hier vermomd als Kerstman en zonder politiek incorrecte helpers. De juten zak met cadeautjes zet hij zelf naast zich op de grond. De kinderen gaan meteen aan zijn voeten zitten. Hij trekt aan zijn witte baard, opent een prentenboek en begint het gedicht Twas the Night Before Christmas voor te lezen: „Het was de nacht voor Kerstmis, toen in het hele huis, geen schepsel bewoog, zelfs geen muis.”

Lucia kijkt intens tevreden, terwijl de kaarsjes in het stalletje naast haar een rode gloed op haar gezicht werpen. St.Nick leest vrolijk door en eindigt met: „Ik hoorde hem roepen, terwijl hij verdween in de nacht: ‘Een fijn Kerstfeest en slaap zacht.’”

„En ook een fijne Chanoeka”, roept een jongetje van een jaar of vier dat helemaal vooraan zit.

„Nee, een fijn Kerstfeest”, zegt St.Nick, lichtelijk geïrriteerd.

„Kom, we gaan verder met het programma”, zegt Lucia, gewend de lieve vrede te bewaren.

„Nee. Ook een fijne Chanoeka!”, zegt het jochie dat de Kerstman nu recht in de ogen kijkt.

De vader baant zich met grote stappen een weg tussen de kindjes op de grond en tilt zijn zoontje op, dat koppig nog een keer „Ook een fijne Chanoeka!” van St.Nick eist.

Born in a Manger klinkt er uit de luidspreker. De Kerstman sluit het boek. Elk kind mag bij hem op schoot en krijgt een cadeautje: een plastic kerstbal met daarin een stalletje als bouwpakket. Het koppige ventje laat zijn principes varen voor een cadeau van de goedheiligman.

De middag glijdt voorbij met glühwein en advocaat. Dan zie ik in een schemerig hoekje het jongetje zitten. Groene koekspikkels op zijn rode wangen. Hij heeft de plastic bol opengepeuterd en het stalletje in elkaar gezet. Een voor een zet hij de minibeeldjes neer.

„Kijk papa”, zegt hij. Met een priegelvingertje legt hij het plastic Jezuskindje in het kribbetje. „Het past precies.”

Ik zie een tevreden glimlach op Lucia’s gezicht.

Reacties naar pdejong@ias.edu