Recensie

Duistere kunst in oude sigarenfabriek

Expositie In de voormalige sigarenfabriek Willem II in Den Bosch is nu een duistere mix van kunst te zien.

Circus Street door Rik Smits

Kijk - zo eenvoudig kan het gaan. Je hebt een goed idee: onderzoek het schemerduister in de kunst, het ongewisse en grensoverschrijdende. Het is een onderwerp dat je zelf al jaren in je schilderijen tot uitdrukking probeert te laten komen en dat nu – nu de wereld op zijn kop staat – extra actueel is. Je vraagt een bevriende kunstenaar, die zich met heel andere zaken dan jij bezighoudt, om mee te denken. Een groepstentoonstelling moet het worden, ambitieus en groot. De allerbeste hedendaagse kunstenaars hebben zich met de thematiek ingelaten, dus waarom ze niet uitnodigen? Bruiklenen zijn gewenst. Medewerking van musea verlangd.

Zo ontstaat de tentoonstelling Investigations into the Uncanny, tien maanden geleden bedacht en in een tijdspanne van twee maanden samengesteld door kunstenaars Lars Weller en Loek Grootjans. Grootjans belde Philippe Van Cauteren, directeur van het S.M.A.K. in Gent, met het verzoek bruiklenen af te staan. Waarom geen Nederlands museum gebeld? Tja: bellen of mailen die terug?

Van Cauteren gaat het waagstuk aan. Want een waagstuk is het. De voormalige sigarenfabriek Willem II in Den Bosch balanceert ergens tussen een zalenverhuur en het Amsterdamse W139. Bepaald geen typische tentoonstellingsruimte. Licht moet aangepast, verzekeringspremies verhoogd, een crowdfundingsactie wordt opgezet voor de financiering, suppoosten worden ingeschakeld.

Wat is er zoal te zijn bij Uncanny? De tekst gaat verder onder de slideshow.

Maar dan gaan de deuren van het S.M.A.K. ook genereus open. Wollen frutsels van Mike Kelley, een vroeg beeld van Mark Manders, drie woedende, aan elkaar geknoopte figuurtjes van Thomas Schütte, mysterieus nachtfotowerk van Dirk Braeckman, een schilderij van Michaël Borremans, een schitterende videoinstallatie van Bruce Nauman (Clown Torture): een complete vloot aan topkunst vaart Den Bosch binnen. Tussen die grootheden wordt werk geplaatst van veelal jonge, onbekendere kunstenaars. Kunnen die onbekenden de strijd aan met hun bekende collega’s? Blijft hun werk overeind naast de subtiliteit en expressie van de coryfeeën?

De werken van de jonge, onbekende kunstenaars blijven overeind naast dat van de corfeeën

Het antwoord is overwegend positief. Curator en kunstenaar Lars Weller bewijst het om te beginnen zelf met zijn nachtschilderijen van onheilszwangere dennenbossen, een kerstmis in Dachau, maar vooral zijn als collage opgezette portret (Uncanny Collage Painting). Wellers figuratieve nachtlandschappen worden mooi doorgewerkt in de veel abstractere unheimische landschappen van Jos Boetzkes, die eerder gaan over materiaalgebruik en associatieve kracht dan over landschap pur sang.

Een monumentale tekening van Rik Smits – een bruikleen van galerie Ron Mandos – toont in overwegend zwart-wit een uitgestorven versie van Gotham City. Neonborden schreeuwen in felle kleuren, alles ademt in Smits’ werk dreiging en verlies, Batman wordt node gemist. De clowns van Nauman voeren ondertussen aan de andere kant van de tentoonstellingsruimte hun grimmige tweelingact op. Ze zijn ver weg maar zijn toch op een merkwaardige manier verbonden: ze lijken weggelopen uit het werk van Smits.