De kunst mag komen, maar komt er niet

Wie: bewoners versus de gemeente Amsterdam

Waar: bestuursrechter Amsterdam

De kwestie: vergunning voor een kunstwerk

De fundering voor het kunstwerk ligt er al, in de Theophile de Bockstraat in Amsterdam-Zuid. Op de grasstrook tussen de huizen moest het kunstwerk Westland Wells van kunstenaar Femke Schaap geplaatst worden. Haar ontwerp bestaat uit drie eenheden van elk zes betonblokken, variërend in hoogte en breedte. Op de blokken worden lichtbeelden van bruisend water geprojecteerd, ook ’s nachts.

Dat willen de bewoners van de Theophile de Bockstraat niet. En het gaat ook niet gebeuren. Stadsdeel Zuid besloot dit voorjaar het kunstwerk niet te plaatsen, tot woede van de kunstenaar. Het verzet in de buurt was te groot, zei de stadsdeelvoorzitter. Meer dan honderd bezwaarschriften waren ingediend.

Hoewel het kunstwerk er niet komt, vechten de bewoners toch de verleende vergunning aan. Want zij vrezen dat het plan weer op tafel kan komen. Vooral omdat nog geen alternatieve locatie is gevonden.

Zes buurtbewoners zijn naar de rechtbank gekomen. Het zou flauw zijn ze te beschrijven als typische Amsterdam-Zuidbewoners, goed geëquipeerd om zich in dit soort procedures te storten. Maar wat opvalt is dat ze hun klachten eloquent verwoorden en vaak dwingend hun hand opsteken als ze een correctie nodig vinden op de woorden van een ander. En waar in volksbuurten de overheid vaak vanzelfsprekend wordt gezien als gezamenlijke vijand, lijken deze bewoners oprecht ontgoocheld over hún overheid die „als een mammoettanker is doorgevaren” met de plannen voor het kunstwerk „dat er móést komen”, zoals één van hen het omschrijft.

De bewoners vrezen door het kunstwerk gezondheidsklachten te ontwikkelen. Het licht zal van de betonblokken terugkaatsen naar hun woning, denken ze. Daar wil de rechter meer van weten. Want er wordt wel licht op de betonblokken geprojecteerd, maar „het is niet zo dat er lichtbundels in de huiskamers van woningen zullen schijnen”.

De bewoners en hun advocaat zeggen dat het kunstwerk „baadt in het licht” dat „stroboscopisch” op de betonblokken wordt geprojecteerd. Het is niet, zoals de gemeente wel doet, te vergelijken met het licht van een lantarenpaal. Eerder met „het storingsbeeld van een kapotte televisie”. Als de rechter doorvraagt over de gevreesde gezondheidsklachten, zegt één van hen: „Je kijkt ’s nachts uit het raam en je ziet die onrustige beelden, daar word je zenuwachtig van.”

De rechter: „Ik kan me voorstellen dat je er niet op zit te wachten, maar de lichtsterkte is vergelijkbaar met die van een lantarenpaal en daar kun je toch ook je gordijnen voor dichtdoen?”

Een bewoner: „Het is eerder het licht van een kapotte lantarenpaal.”

De gemeente heeft wel de lichtsterkte onderzocht, maar niet de impact van bewegende beelden, zeggen de bewoners. Dat is ook onveilig in het verkeer, vinden ze. Door de straat loopt een druk fietspad. De beelden zullen afleiden en ongelukken veroorzaken, denken zij.

De gemeente heeft een verkeersdeskundige onderzoek laten doen en op diens aanwijzing één van de drie locaties van het kunstwerk verplaatst. Nu zal het kunstwerk geen verkeersproblemen veroorzaken.

Maar omwonenden zijn ook bang dat kinderen de betonblokken als klimrek zullen gebruiken en dan op de lagere betonblokken vallen. Het kunstwerk is niet bedoeld om op te spelen, maar is daar wel op beoordeeld en ook geschikt bevonden. „Knotsgek” noemt een bewoner dat.

Na zes weken doet de rechter uitspraak. Hij laat de vergunning in stand. De bewoners hebben niet aannemelijk weten te maken dat het kunstwerk schade aan hun gezondheid of de natuur zal toebrengen. Het licht zal niet buiten de betonblokken worden geprojecteerd en heeft geen „stroboscopisch karakter” maar bestaat uit „overvloeiende beeldeffecten” met een „lage lichtintensiteit”. De overheid heeft verder aangetoond dat er een belangenafweging is gemaakt, die in het nadeel van de bezwaarmakers is uitgepakt. Dat mag.

Stadsdeel Zuid ziet zich door het vonnis bevestigd in de opvatting dat „de procedure goed is doorlopen”, zegt een woordvoerder. Het kunstwerk mag er dus komen – maar het komt er niet.