Interview

Woorden sturen ons politieke oordeel

Linguïst Elisabeth Wehling

Ze schreef een boek over de invloed van taal. „Mensen zijn naïef over de rol die framing speelt in onze kijk op de werkelijkheid.”

Foto Hollandse Hoogte

Voordat Elisabeth Wehling uitlegt hoe politieke taal eigenlijk werkt, wil ze eerst iets kwijt over kaneel, zout en een vogelhuisje. Daarna komen Donald Trump en Angela Merkel pas aan de orde.

Om woorden te kunnen begrijpen, stelt de Duitse cognitief linguïst, activeren onze hersens een hele voorraadkamer aan opgeslagen kennis. „Als je bijvoorbeeld het woord ‘kaneel’ leest”, zegt ze, „activeert dat woord in je brein het reukcentrum – want uit ervaring weet je dat kaneel een sterke geur heeft. Lees je het woord ‘zout’, dan activeert dat woord het smaakcentrum in de hersens, want je weet uit ervaring dat zout een sterke smaak heeft.”

En daar blijft het niet bij. Associaties die we bij een bepaald woord hebben gaan met onze waarneming aan de haal. Ze plaatsen woorden en feiten niet alleen in een raamwerk, een ‘frame’, maar dat frame kan onze waarneming veranderen.

Dit voorjaar verscheen haar boek Politisches Framing. Daarin haalt Wehling een experiment aan waarbij een groep proefpersonen twee zinnen te lezen kreeg: ‘John wilde het vogelhuisje repareren. Hij sloeg op de spijker toen zijn vader binnen kwam.’ Een tweede groep kreeg een net iets andere tekst te lezen: ‘John wilde het vogelhuisje repareren. Hij zocht de spijker toen zijn vader binnenkwam.’

Aan alle proefpersonen werd even later gevraagd of ze in de tekst het woord ‘hamer’ hadden gelezen. Zeker, zei meer dan de helft van de eerste groep ten onrechte. In de tweede groep dacht nog altijd eenvijfde het woord ‘hamer’ gelezen te hebben.

Vooral het woord ‘slaan’ in combinatie met ‘spijker’ activeert een frame waarvan ook een hamer deel uitmaakt. Het woord is niet gevallen, maar toch aangekomen.

Zo sterk werkt framing, zowel in het dagelijkse spraakgebruik als in politieke campagnes, zegt Wehling, onderzoeker aan de University of California in Berkeley, in een telefonisch interview. „Framing heb je nodig om dingen te begrijpen. Maar het kan twee kanten op werken, afhankelijk van de ‘communicatieve bedoeling’ van de spreker: er kan misbruik van framing worden gemaakt, bijvoorbeeld om een bepaalde ideologische boodschap over te brengen. Maar het kan ook verhelderen.”

Frames sturen onze maatschappelijke, economische en politieke oordelen, zegt Wehling. „Maar helaas zijn de meeste mensen nogal naïef over de grote rol die framing speelt in ons begrip van de werkelijkheid. Dat verandert de laatste tijd wel iets, maar het zou iedereen op school moeten worden bijgebracht dat onze hersenen zo functioneren.”

Welke rol speelde framing in de Amerikaanse presidentsverkiezingen?

„Beide kandidaten hebben zich van framing bediend, maar Trump deed dat veel effectiever”, zegt Wehling, die al vroeg zei dat een overwinning van Trump waarschijnlijk was. „Hij gebruikte klare taal en woorden die heel fysiek en aanschouwelijk zijn, en die makkelijk een zintuigelijke waarneming oproepen. Het land is ziek, zei hij, het wordt vergiftigd. Ook Clinton was volgens hem ziek en labiel.

„Clinton pakte het anders aan. Ze noemde feiten en trad in details. Haar leus ‘Stronger together’ kwam niet aan. Ze viel Trumps economische plan aan met de uitspraak dat het „Trumped up trickle down economics” was (Verzonnen economie van rijkdom die naar beneden doorsijpelt) – veel te ingewikkeld. Later, in het derde tv-debat, maakte ze er iets anders van: economie op anabole steroïden. Dat was een sterker beeld, maar als je daarmee pas na een campagne van achttien maanden en vlak voor de verkiezingen komt, dan heb je een probleem.

„Trump beloofde dat er een muur aan de grens met Mexico zou komen. Het woord ‘muur’ appelleert aan ervaringen die iedereen kent uit het dagelijks leven. Je ziet meteen een muur voor je – dat is in vaktermen: basic level cognition, herkenning door gebruik van woorden die je meteen verbindt met zintuiglijke waarneming van dingen die je kunt vastpakken, ruiken, horen of zien. Spreken over een muur is veel effectiever dan zeggen dat je ‘ervoor zult zorgen dat de grensbewaking geïntensiveerd zal worden’ – dat laatste blijft erg abstract voor veel mensen.”

Kun je een frame bestrijden met feiten?

„Feiten kun je zonder frame helemaal niet communiceren. Wil je dat een feit overkomt, dan moet je het zelf in een frame plaatsen. Het gaat er altijd om: in wélk frame plaats ik de feiten? Neem de opwarming van de planeet. Tegenwoordig wordt dat vaak ‘klimaatverandering’ genoemd: dat klinkt meteen al een stuk minder zorgwekkend. Of een ander voorbeeld: Spreek je over ‘vluchtelingencrisis’ dan zijn de vluchtelingen het probleem, spreek je over ‘verdrijvingscrisis’, dan is de verdrijving van die mensen het probleem.”

Dus je kunt een frame bestrijden met een tegenframe?

„Dat noemen we reframing. In de politiek, en ook in je persoonlijk leven, is er altijd een moment dat je je kunt afvragen: in welke termen spreek ik over deze situatie? Hoe langer je daarmee wacht, hoe moeilijker het wordt om er nog anders manier over te spreken en over te denken.”

Heeft Angela Merkel vorig jaar geprobeerd de komst van bijna 900.000 vluchtelingen naar Duitsland positief te framen met haar uitspraak ‘Wir schaffen das’?

„Of het zo bedoeld was weet ik niet. Maar het was niet sterk. De connotatie was niet: wij wíllen dit en we kúnnen dit, maar vooral dat het een hele zware opgave zou worden. Het innerlijke gejammer zat er al in.”

Politisches Framing; Wie eine Nation sich ihr Denken einredet – und daraus Politik macht – door Elisabeth Wehling. 226 pag. €21,00.