Column

Wonderkind

Met wonderkinderen loopt het vaak niet goed af, maar ze blijven een fascinerend fenomeen. Een opmerkelijk verhaal over een wonderkind staat in McSorley’s wonderbaarlijke saloon, de onlangs in vertaling uitgekomen bundeling van reportages door Joseph Mitchell, een Amerikaanse journalist die in de jaren dertig en veertig furore maakte.

Mitchell ging in 1940 op bezoek bij Philippa Duke Schuyler, een 9-jarig meisje uit New York, en haar ouders. Philippa had een IQ van 185, ze las Plutarchus tijdens treinreizen, schreef gedichten voor haar poppen, speelde poker en had al ruim zestig stukken voor piano gecomponeerd. Ze begon op haar vierde te componeren en verdiende enkele jaren later als klassiek pianiste 175 dollar per optreden.

Haar vader George was een zwarte journalist, haar rijke moeder Josephine was blank en wijdde zich vooral aan Philippa. Mitchell zocht hen op in hun vierkamerappartement. Philippa geeft hem een hand, „niet verlegen, zoals de meeste kinderen, maar zelfverzekerd. (…) Haar huid is lichtbruin. Het is een beeldschoon kind.”

„Plutarchus is allesbehalve taai”, zegt Philippa tegen Mitchell. „Ik ben erg geïnteresseerd in de Romeinen. Hierna wil ik Verval en ondergang van het Romeinse Rijk kopen. Dat is ook in de Modern Library-reeks verschenen.”

Vervolgens speelt ze een uurtje piano: eigen composities, maar ook iets van Rimski-Korsakov en Bach. Haar vader complimenteert haar met haar nieuwste stuk, zij reageert: „Dank je, George, ik ga er morgen nog een beetje aan schaven.” Haar ouders hebben al negen plakboeken over haar samengesteld, maar die mag Philippa pas inkijken als ze ouder is.

Mitchell schetst in Avond met een hoogbegaafd kind het beeld van een vredig gezin, voor een groot deel toegewijd aan hun enige kind, die briljante dochter. Helaas, achteraf moet worden vastgesteld dat Mitchell de essentie heeft gemist. Het is een harde les voor journalisten: ze zien vaak niet meer dan de façade, ook als ze, zoals Mitchell, meer tijd voor hun werk nemen.

Ik vroeg me af hoe het met Philippa was afgelopen. Op internet vond ik een recensie in The Washington Post uit 1995 van een biografie over Philippa: Composition in Black and White door Kathryn Talalay. Philippa bleek een vreselijk leven te hebben geleid. Ze werd in afzondering opgevoed, gedrild en geslagen door haar moeder, die haar dwong rauw voedsel te eten omdat dat beter zou zijn voor haar genie.

Toen Philippa als teenager de plakboeken mocht inzien, ontdekte ze dat ze het ‘product’ was van een genetisch experiment van haar ouders: die – vooral haar moeder - wilden aantonen dat de rassenkwestie alleen oplosbaar was via rassenvermenging. Omdat de ouders daarover destijds in het openbaar spraken, moet Mitchell dat geweten hebben, en het is voor mij dan ook onbegrijpelijk dat hij het uit zijn reportage weglaat.

Pas als ze volwassen is, ontdekt Philippa de wereld. Ze schrikt van het racisme waarmee ze geconfronteerd wordt. „I’m not a Negro!”, schrijft ze haar moeder en ze besluit dat ze van Spaanse afkomst is. Ze neemt afscheid van de muziek, wordt journalist en sterft, 35 jaar oud en ongetrouwd, in 1967 als oorlogscorrespondent bij een helikopterongeluk in Vietnam. Haar moeder zal zelfmoord plegen op haar tweede sterfdag.