Recensie

Vogelpoepfluimen als romantische boodschappen

Standbeelden blijven toch statische klompen brons, denk je. Dus wie op een afwisselend grappige, tragische en ontroerende manier een verhaal kan vertellen over de onmogelijke liefde van twee standbeelden, een verhaal dat je echt raakt, die doet dan meer dan één ding goed. Dat verhaal staat in De vogels, een schitterend prentenboek bij een beeldententoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Het ontstijgt de geijkte jonge doelgroep van prentenboeken.

Ten eerste de tekst van dichter Ted van Lieshout (1955): die is geserreerd en toch veelzeggend, met als eenmalig refrein de ballade-achtige regels: ‘Twee beelden staan naar elkaar te kijken. Ze kunnen elkaar niet bereiken.’ Zij in het park, hij op het plein, tragisch verankerd in hun sokkels.

Ten tweede de schitterende tekeningen van geweldenaar Ludwig Volbeda (1990), die hiermee verbluffend debuteert als prentenboekenmaker. Hij varieert in composities, tekent soms veel en energiek, soms juist weinig en verstild. Volbeda toont dat beelden kunnen vertellen en dat hij contra-intuïtieve effecten kan bereiken: hij moet het doen met stilstaand materiaal, nota bene! De standbeelden zijn wel statisch en ogen grauw – en toch zijn ze meelijwekkend, in hun hulpeloosheid. Uit ragfijne lijnen trekt hij ook een waanzinnig gedetailleerde stad op, strakke gebouwen in zwart-wit, slechts wat kleur in het groen. Daarboven zwermen de vogels, als woeste golven gekleurde hagelslagjes: individueel onbeduidend, maar als geheel indrukwekkend. Ze zijn de postillons d’amour voor de verliefde beelden, én schijten hen onder. Sterker nog: de vogelpoepfluimen zijn de romantische boodschappen.

Of het nu in woord is of in beeld, De vogels is vergeven van dat soort paradoxen, bij uitstek de stijlmiddelen voor een romantische ballade. Die krijgt een vurige climax: de enige kans voor de beelden om samen te zijn is door géén beelden meer te zijn. En die ontknoping voelt goed.