Vechten tegen een Albanese droom

Verstekelingen

Albanezen proberen via Hoek van Holland illegaal in Engeland te komen. Velen worden gepakt.

Foto’s Peter de Krom

Als je aan hen vraagt wat ze komen doen, zeggen ze: ‘We are tourists’, en wijzen vaag om zich heen. ‘Beautiful here.’ In hun rugzak zit een rol ducttape, het bonnetje van de Hema er nog bij. Verder een stanleymes, naald en draad en een setje kleding. Groepjes mannen zijn het, schuchter lopen ze door Hoek van Holland, weggedoken in de kragen van hun jas.

Wijkagenten Jeroen Gerritsen en Romano Meijboom weten wel beter. De Albanezen die in de herfst naar Hoek van Holland komen, zijn daar niet voor de mooie zonsondergang of een strandwandeling. De mannen, het zijn vrijwel uitsluitend mannen, willen naar Engeland. Daar, denken ze, kunnen ze goedbetaald zwart werk krijgen. Werk dat in hun eigen land niet te vinden is.

Oversteken naar Engeland kan niet zomaar. In Nederland mogen ze met hun Albanese paspoort drie maanden zonder visum verblijven, maar niet werken. Voor het Verenigd Koninkrijk hebben Albanezen een visum nodig dat alleen zakenmensen en studenten kunnen krijgen. Dus proberen ze de oversteek illegaal te maken. Soms kunnen ze zich een paar dagen een goedkoop hotel veroorloven, vaak ook bivakkeren ze in een bunker in de duinen of onder een zeiltje tussen de bomen. Het doel is in de haven in een van de vrachtwagens te klimmen en ongezien de boot op te komen. Dagelijks vertrekken twee vrachtschepen en twee combischepen, passagiersschepen die ook vracht vervoeren.

Dit jaar werden tot oktober 840 mensen aangehouden omdat ze in een Nederlandse haven in een vrachtwagen naar Engeland probeerden te klimmen of er al in zaten. Van hen probeerden 450 dat in Hoek van Holland. Bijna de helft van de ‘inklimmers’ kwam uit Albanië. Dit zijn meestal mensen die het op eigen houtje proberen, er zit geen smokkelbende achter. De agenten treffen ook Eritreeërs, Afghanen, Iraniërs, Pakistanen en Algerijnen, maar Albanezen zijn verreweg in de meerderheid.

Evenwijdig aan de terminalkade ligt een winderige dijk. Braamstruiken en lage begroeiing langs de dijk zijn weggehaald, verstoppen gaat niet meer. Tussen dijk en kade loopt de spoorlijn naar Hoek van Holland Haven. Op de ruim twee kilometer lange kade staan de vrachtwagens zij aan zij opgesteld. Tussen dijk en haven staan drie hekken, twee ervan zijn onlangs bijgeplaatst om het verstekelingen lastiger te maken. Lastig, maar niet onmogelijk.

Vrachtwagens met zeildoek

Met de duisternis als dekking klimmen ze ’s nachts over de hekken. De vrachtwagen die ze zoeken moet een laadruimte hebben met zeildoek eromheen. Dat zijn er veel. Vrachtwagens met metalen goederen hebben de voorkeur. Als je tussen de wasdrogers ligt, is het idee, ben je niet zichtbaar in de scanner. Een van de mannen klimt op de wagen, snijdt het doek aan de bovenkant open, de anderen klimmen achter hem aan. Van binnen wordt het zeil zo netjes mogelijk dichtgeplakt. Langs de randen van de laadbak strooien de mannen snelfilterkoffie. Of ze smeren tandpasta in alle kieren. De honden waarmee de marechaussee zoekt, worden zo misleid, denken ze. Dat is onzin. Honden ruiken overal doorheen, zegt wijkagent Meijboom. Hijzelf trouwens ook.

Twee Albanezen lopen over de dijk langs het terrein van Stena Line. Foto Peter de Krom

Soms proberen verstekelingen de marechaussee op een dwaalspoor te brengen door één wagen open te snijden en juist in een andere te gaan zitten. Ze hopen dat ze de honden alleen bij de opengesneden wagen laten snuffelen. We vinden ze toch, zegt Meijboom: „Als zo’n laadbak opengaat, ruik je ze. Dagenlang niet douchen, geen schone kleding. Dat valt niet te verdoezelen. Daar heb ik geen hond voor nodig.”

De Koninklijke Marechaussee controleert paspoorten in Nederlandse havens omdat Engeland buiten het Schengengebied ligt. Sinds juni vorig jaar is die controle behoorlijk verscherpt. Woordvoerder Alfred Ellwanger acht de kans dat iemand er nog doorheen glipt klein. De marechaussee controleert vrachtwagens steekproefsgewijs. Met CO2-meters kan eenvoudig worden vastgesteld of er mensen in het laadruim zijn. Daarnaast lopen ze de vrachtwagens af met honden. „Het laadruim hoeft niet eens open, de honden ruiken van buitenaf of er mensen in zitten.”

Praatje maken

Rederij Stena Line controleert zelf ook. We hebben onze eigen security, zegt woordvoerder Ruud Nijhout. „Aan boord controleren we nog een keer.” Laatst zaten een paar mannen verstopt in een camper. In Engeland worden bij aankomst ook weer controles uitgevoerd.

Vroeger had je als eenling of groepje een kans aan de overkant te komen. Nu is de pakkans tegen de 100 procent, denken ook agenten Gerritsen en Meijboom. Buiten de terminal van Stena Line zijn zij verantwoordelijk. Dat is in zekere zin een lastiger opgave. Want wat doe je met mannen die wat rondscharrelen? Albanezen mogen vrij rondreizen in West-Europa, en met de internationale bus kom je daar makkelijk.

Als Gerritsen of Meijboom melding krijgt van een groepje Albanezen op de dijk, gaan ze een praatje maken en bekijken de paspoorten. Verder kunnen ze weinig doen, al bungelt de ducttape uit hun broekzak. Gerritsen: „Soms hebben ze een uitdraai van Google Maps bij zich van de Stena Line-kade.”

Soms hebben ze een uitdraai van Google Maps bij zich van de Stena Line-kade

Als ze proberen over het hek te klimmen, pakt de marechaussee hen op en draagt hen over aan de Vreemdelingenpolitie. Ze moeten dan Nederland uit. Als ze niet vrijwillig gaan, worden ze in bewaring gesteld en uitgezet, zegt een woordvoerder van Justitie.

Meijboom en Gerritsen zien de jonge mannen met wie ze een praatje maakten soms een paar weken later weer. Frustrerend vinden ze dat. Maar ze snappen die Albanezen ook wel. „Het zijn vrijwel alleen jongemannen”, zegt Meijboom. „Van een jaar of 17 tot een jaartje of 30. Die hebben geen toekomst in Albanië en dromen van geld verdienen in Europa. Het zou helpen als ze in hun eigen land een baan kunnen krijgen.”

Gerritsen: „Als wij ons werk goed doen, is het hier minstens zo uitzichtloos als in Albanië. Maar ze blijven komen, ze dromen. Wij vechten tegen een droom.”

Ze vrezen dat mensen uitgebuit worden, in handen vallen van mensensmokkelaars en veel geld betalen voor een reis die ze waarschijnlijk nooit afmaken. Of, heel misschien, wel – als de bende professioneel te werk gaat.

Een enkele keer komen Albanezen toch ver. Zo werden er vorig jaar twee gesnapt toen ze het Stena-schip al opliepen. Ze hadden in het café voor een paar honderd euro de bedrijfsjas en -pas geleend van een 32-jarige medewerker van de rederij, die aan drank en cocaïne was verslaafd. Een supervisor op het schip herkende de ‘collega’s’ niet, waardoor de Albanezen tegen de lamp liepen. De verslaafde medewerker is ontslagen en kwam voor de rechter.

Gasten zijn gasten

De uitbaters van café Prins Hendrik aan de hoofdstraat van Hoek willen niets kwijt over Albanezen. Andere bezoekers wel; zij zien hen vaak op het verwarmde terras van het café, waar ze de wifi kunnen gebruiken. Soms zitten ze er een halve dag op één kop koffie.

De eigenaar van hotel Kuiperduin, die niet met zijn naam in de krant wil, zegt de Albanezen nu zo’n half jaar te zien. Daarvoor zag hij ze nooit. In het begin vond hij het prima, gasten zijn gasten. Maar sinds een week of drie is hij hen een beetje zat aan het worden. Hotel Kuiperduin valt in het 50-eurosegment. Voor Albanezen is dat toch duur. Gevolg: twee jongemannen huren een kamer, maar vervolgens slapen ze er met drie, vier of vijf man. De eigenaar: „Ze nemen de kamer altijd zonder ontbijt. Dan wordt er ook gegeten. Dat geeft een hoop rotzooi. Er wordt gerookt op de kamer terwijl dat niet mag. Nee, ik ben er een beetje klaar mee.”