NRC checkt: ‘Meerderheid wil van vuurwerk af’

Dat zei burgemeester Pieter Broertjes van Hilversum in NRC.

Foto ANP / Koen van Weel

De aanleiding

Wel of geen vuurwerk in Hilversum? Burgemeester van de stad, Pieter Broertjes, probeert sinds de jaarwisseling van 2011-2012 een vuurwerkvrije zone in zijn gemeente in te stellen. Die nacht ging er een vuurwerkbom af bij theater Gooiland en vielen er vier gewonden. Afgelopen jaar was vuurwerk in bepaalde delen van de stad verboden. Doel is om Hilversum op den duur helemaal vrij te maken van consumentenvuurwerk, zegt Broertjes in een artikel in NRC van afgelopen week. Hij pleit voor één door de gemeente georganiseerde vuurwerkshow.

Vuurwerkverkopers zijn daar niet blij mee. Zij vechten het verbod bij de rechter aan. Broertjes zegt in NRC: „Een meerderheid van de samenleving wil van het vuurwerk af.” Klopt dat, wil een lezer weten.

Waar is het op gebaseerd?

We vragen Broertjes naar zijn bron. Zijn woordvoerder stuurt een peiling onder het EenVandaag Opiniepanel (ruim 50.000 mensen) uit 2014. Ruim 23.000 mensen vulden begin december een online vragenlijst in. De woordvoerder verwijst naar het antwoord op de vraag: ‘Vindt u het een goed of een slecht plan als al het vuurwerk in uw gemeente wordt verboden en er in de plaats een grote vuurwerkshow komt georganiseerd door de gemeente?’. Daarop antwoordde ruim 60 procent van de respondenten dat dat een goed plan is.

En, klopt het?

De peiling uit 2014 is niet de enige over dit onderwerp – en ook niet de meest recente. Vorig jaar deed EenVandaag in december dezelfde peiling. Opnieuw onder ruim 23.000 respondenten. De peiling is volgens Lex Olivier, ombudsman voor markt- en opinieonderzoek, „afdoende representatief voor Nederland”.

Daarnaast zijn de meest recente en veel geciteerde peilingen die van I&O Research (deze maand, onder ruim 2.500 mensen) en TNS NIPO (in het voorjaar van 2016 onder ruim duizend respondenten, maar kwantitatief én kwalitatief).

Wat komt uit die peilingen naar voren?

Kijken we enkel en alleen naar de uitspraak zoals Broertjes die deed – ‘Een meerderheid van de samenleving wil van het vuurwerk af’ – dan vindt geen van deze studies daarvoor een meerderheid.

Het aantal mensen dat voor een totaalverbod op vuurwerk is, schommelt tussen slechts 14 procent (EenVandaag) en de helft van de respondenten (TNS NIPO).

Nemen we de stelling ruimer, zoals de rest van het NRC-artikel impliceert – ‘Een meerderheid van de samenleving wil van het consumentenvuurwerk af’ – dan is de uitkomst in twee van de drie peilingen anders. Althans: op voorwaarde dat er een (grote) vuurwerkshow door de gemeente wordt georganiseerd. Bij EenVandaag is 60 procent voor dat model. TNS NIPO ziet ook een meerderheid. I&O Research vindt nét geen meerderheid: 48 procent.

Conclusie

Voor een volledig verbod op vuurwerk is in geen van de peilingen een meerderheid te vinden. Kijken we echter naar de stelling zoals die in de context van het artikel geuit wordt, namelijk ‘consumentenvuurwerk’, dan beoordelen we de stelling als half waar. Er is in de omvangrijkste twee peilingen een meerderheid te vinden voor zo’n verbod, mits er een gemeentelijke vuurwerkshow voor terugkomt.