Koerst Congo weer aan op geweld?

Kinshasa Deze maandag eindigt de termijn van president Kabila. Maar nieuwe verkiezingen houdt hij tegen. De Congolezen hebben alle vertrouwen in de politiek verloren. „Wat er in Congo gaat gebeuren, hangt van de straat af.”

De Congolese hoofdstad Kinshasa, zaterdag. De repressie groeit in het land. Betogingen zijn verboden, en tal van journalisten en activisten zitten in de cel. Foto Eduardo Soteras/AFP

‘Het volk moet het heft in eigen handen nemen, want vanaf vandaag heeft Congo geen wettige president meer.” Woede klinkt in de stem van Valentine Mubake, een hoge leider van de grootste oppositiepartij UPDS. Congo staat op scherp want president Joseph Kabila weigert op te stappen, hoewel zijn termijn deze maandag afloopt.

De regering heeft demonstraties verboden en sinds enkele dagen controleert de politie de mobiele telefoons van jongeren op illegale oproepen tot betogingen. Talrijke journalisten en activisten zitten in de cel en in september schoten veiligheidstroepen vijftig betogers dood. „Ze kunnen mij niet meer bang maken”, zegt een jonge straatverkoper ondanks de groeiende repressie.

„Kabila neemt ons in de maling door de Grondwet niet te respecteren, politici denken altijd met ons te kunnen spelen, we moeten in opstand komen.”

Kogelwerend vest

Zware politieke turbulentie is niet nieuw voor het aan bodemschatten rijke Congo. De eerste premier, Patrice Lumumba, werd vlak na de onafhankelijkheid in 1960 op gruwelijke wijze gedood. Zijn opvolger, Mobutu Sese Seko, viel na 32 jaar dictatuur en liet het land in 1997 in chaos achter. Hoe onbestuurbaar het uitgestrekte en diverse Congo is bleek ook in 2001, toen president Laurent Kabila door zijn kindsoldaten werd vermoord. Zijn opvolger, zoon Joseph Kabila, hijst zich iedere dag in een kogelwerend vest.

Joseph Kabila vervalste in 2011 de verkiezingen en weigert stug nieuwe te organiseren. Met naar verluidt een geschenk van 500 dollar (478 euro) voor parlementariërs en 50 miljoen voor een leider van een oppositiefractie wist hij de verkiezingen anderhalf jaar uit te stellen, maar het merendeel van de oppositie wijst dit akkoord af. Een bemiddelingspoging van de Katholieke Kerk faalde zaterdag.

De afgelopen maanden laaiden in drie provincies gevechten op met milities. Het geweld was gefinancierd door politici in Kinshasa. De VS en Europa kondigden sancties af. Congo is al jaren een instabiele factor in de regio, en daarom opereren er namens de VN-Veiligheidsraad 20.000 blauwhelmen om de bevolking te beschermen. Maar een hoge VN-medewerker waarschuwt:

„We hebben niet de middelen tegen grootschalige onlusten.”

Het is druk in de tuin van de veterane oppositieleider Étienne Tshisekedi. De 84-jarige politicus bereidt tussen zijn planten al vier decennia lang acties voor van zijn UPDS, eerst tegen Mobutu en toen tegen de familie Kabila. Zonder succes. Het roept de vraag op of de bevolking nog wel vertrouwen heeft in de politieke klasse. „Wat er in Congo gaat gebeuren, hangt niet meer van ons af maar van de straat”, beaamt zoon Félix Tshisekedi, die een bijeenkomst van de oppositiecoalitie Rassemblement leidt.

Staat als roofdier

De mengeling van politieke en sociale onvrede is gevaarlijk in een overvolle stad van twaalf miljoen zielen die lijdt onder de schrijnendste armoede van het hele continent en waar de meeste inwoners op één maaltijd de dag moeten doorkomen. Het kleinste pand op de centrale boulevard met hoge regeringsgebouwen is het ministerie van Financiën. De miljarden aan inkomsten uit de mijnbouw bereiken de staatskas niet.

De staat fungeert net als onder Mobutu en de Belgische koning Leopold II als roofdier. Het IMF weigert leningen sinds 2012 bij gebrek aan transparantie in de staatsfinanciën. Ambtenaren krijgen niet meer of laat betaald, hun maandsalaris is door de waardevermindering van de frank in waarde gedaald van 100 tot 70 dollar.

Jean-Baptiste Sondji is leider van de kleine Arbeiderspartij. „Het mobutisme is niet dood”, zegt hij, verwijzend naar de regeerstijl van Mobutu.

„Kabila gedraagt zich meer als corrupte zakenman dan als president en de kliek om hem vormt een mijnbouwmaffia.”

De politiek raakte volgens hem vergiftigd na het vredesakkoord dat in 2002 een einde maakte aan een oorlog waarbij honderdduizenden, mogelijk miljoenen doden vielen. „Dat akkoord bracht allerlei obscure rebellenleiders aan boord, zonder kwaliteit voor behoorlijk leiderschap, die nu de democratie ontmantelen”.

Sondji demonstreerde mee op 21 september, de dag waarop verkiezingen hadden moeten plaatsvinden en de ordetroepen vijftig betogers doodschoten. „Die dag ontaardde in diefstal door werkloze jongeren en plundering door politie”, zegt hij. „Ik ben naar huis gegaan, wij politici hadden geen controle. Congolezen geloven niet meer dat wij hun problemen kunnen oplossen.”