Dreigende apartheid vergt krachtige tegenmaatregelen

In het aanhoudende debat over feitenvrije politiek kan ook de vorige week verschenen studie Integratie in zicht van het Sociaal en Cultureel Planbureau bewijsmateriaal aanleveren. Beeldvorming in de media en verschuivingen in politieke voorkeuren suggereren dat de weerstand tegen migranten alleen maar toeneemt, maar de cijfers uit diverse onderzoeken bieden, zoals het Planbureau vaststelt, een „genuanceerder” beeld.

Het percentage autochtone Nederlanders dat van mening is dat er te veel mensen van een andere nationaliteit in Nederland wonen is sinds het begin van deze eeuw „gestaag” gedaald. Ook is de houding tegenover migranten niet negatiever geworden. Het beeld is „minder gepolariseerd”, aldus het SCP.

Dit is een positieve constatering bij een rapport dat voor het overige een zeer zorgelijke ontwikkeling schetst. Het SCP onderzocht vier grote in Nederland aanwezige migrantengroepen: Marokkaanse Nederlanders, Turkse Nederlanders, Surinaamse Nederlanders en Antilliaanse Nederlanders. Het opleidingsniveau van al deze groepen is gestegen. De onderwijsprestaties verbeterden en hetzelfde geldt voor de beheersing van de Nederlandse taal.

Aan de andere kant is de achterstand van deze groepen op de arbeidsmarkt nog altijd even groot. Lange tijd was de verwachting dat met de komst van tweede en derde generaties de verschillen geleidelijk aan zouden verdwijnen. Deze verwachting is maar „ten dele” uitgekomen, zegt het Planbureau.

Onderwijsniveau en taalbeheersing hebben het verschijnsel discriminatie op de arbeidsmarkt en daarbuiten niet weggenomen. Dat leidt dan weer tot toenemend onbehagen onder migranten over hun leven en hun mogelijkheden in Nederland. Kortom, zoals het rapport eufemistisch vaststelt, is er sprake van „een spanningsvol beeld”.

Minder eufemistisch kan worden geconcludeerd dat het integratiebeleid in belangrijke mate faalt. Sterker nog, er is een tegenovergestelde tendens naar segregatie. Zo ontstaat de apartheidssamenleving vanzelf.

Vanwege de beperkte acceptatiegraad voelen migranten zich buitengesloten en gaan zij zich met hun betere opleidingsniveau en grotere taalvaardigheid meer manifesteren als eigen groep. Zie bijvoorbeeld de opkomst van een politieke beweging als Denk die drijft op dit sentiment.

Als discriminatie een doorslaggevende factor is bij het uitsluiten van groepen, gaat het veelal om mentaliteit. Het is een gegeven dat mentaliteit zich maar moeilijk laat beïnvloeden door beleid. Dat kan hooguit randvoorwaarden scheppen om gedragsverandering te bewerkstelligen. Maar op dat beperkte terrein ligt er nog wel een enorme opgave. Voor de overheid en de samenleving als geheel.