De drugszombies zijn weg uit Lissabon

Succesvol drugsbeleid Vijftien jaar geleden zag je in de drugswijk van Lissabon de lijken van junkies op de grond liggen. Nu wordt het Portugese drugsbeleid geroemd als voorbeeld voor andere landen.

Verslaafden in de drugswijk Casal Ventoso. Foto Ernst Schade

Onder het voormalige zwembad Baptista Pereira lijkt het de hel. Zes mannen zitten in een donker hol onder een stelsel van plastic buizen tegen elkaar aangedrukt. Een paar kaarsjes zijn de enige verlichting. Drugsverslaafden zetten hier in de wijk Casal Ventoso, buiten het oog van de wereld, dagelijks een spuit in hun arm. De heroïne heeft hun lichamen gesloopt, in hun hoofden blijft de schreeuw om drugs het winnen. Sommigen zitten al tientallen jaren in deze vicieuze cirkel.

Verslaafden in de drugswijk Casal Ventoso. Foto Ernst Schade

Voor Nuno – een man van middelbare leeftijd gekleed in morsig zwart jasje en gekleurd dasje – en zijn vijf lotgenoten staat de tijd in Lissabon stil. Drugs bepaalt hun leven. Dag in, dag uit. „Ik heb een gezin met kinderen. Ik heb een baan. Ik zou graag van de drugs afkomen, maar het lukt me gewoonweg niet. Toch ben ik wel blij dat ik niet meer als crimineel word behandeld”, zegt Nuno, friemelend aan een stuk aluminiumfolie op de plek die ooit bekend stond als de ‘drugssupermarkt van Europa’.

Chronische patiënten

Ooit. Want de wereld om Nuno heen is de voorbije vijftien jaar wél drastisch veranderd. Waar veel landen worstelen met hun drugsbeleid, heeft Portugal een eigenzinnig antwoord gevonden op de ernstigste problemen. Het International Narcotics Control Board van de VN prijst het Zuid-Europese land aan als een voorbeeld. De ooit beruchte drugswijk Casal Ventoso is eind vorige eeuw letterlijk met de grond gelijk gemaakt. De bewoners zijn verplaatst naar appartementen.

Voorheen gooide de Portugese politie gebruikers hier zonder pardon in de cel. Maar sinds april 2001 is het drugsgebruik gedecriminaliseerd. De Portugezen zeggen zelf gekscherend: ‘Het is verboden, maar het mag wel’.

In tegenstelling tot in Nederland, is er geen sprake van semi-legale verkoop van drugs. Ook gebruik is nog altijd strafbaar. Verslaafden worden echter niet als criminelen gezien, maar als chronische patiënten die hulp nodig hebben. In plaats van een boete of celstraf, bepaalt een commissie welke behandeling een verslaafde dient te krijgen. De Amerikaanse filmmaker Michael Moore bracht eerder dit jaar in Where to Invade Next het vrijwel unieke Portugese beleid onder de aandacht.

Volgens Brendan Hughes, wetenschappelijk analist van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving (EMCDDA) in Lissabon, zijn er meer landen met een soortgelijke aanpak, maar krijgen drugsgebruikers daar vrijwel altijd nog te maken met de politie. „Portugal benadert de drugsproblematiek als een medisch probleem. Het is niet Justitie, maar het Ministerie van Volksgezondheid dat zich bezighoudt met drugsgebruikers die de wet hebben overtreden. Dáár zit het verschil.”

Zo verstrekken teams van hulpverleners dagelijks pakketten met schone naalden aan verslaafden en onderhouden ze contact met Nuno en de andere gebruikers. Zo’n vierhonderd verslaafden leven in Lissabon op straat. „We zijn er niet om mensen van de drugs af te praten”, benadrukt de 27-jarige psychologe Rita Lopes tijdens een ronde door drugswijk Lumiar. „We bieden verslaafden wel alle hulp die ze nodig denken te hebben. Als ze willen, brengen we ze naar een medische post. En we helpen met het zoeken naar huisvesting. Daar hoeven ze allemaal niets voor te betalen.”

Tekst gaat verder na de video:

Gevangenissen stroomden vol

Hoe anders was het in Lissabon twintig jaar geleden. In de jaren negentig waren delen van de stad volledig in de ban van heroïne en cocaïne. Het land telde in 1999 circa honderdduizend heroïne-verslaafden; oftewel 1 procent van de bevolking. Het drugsgebruik vond plaats in alle lagen van de samenleving. Iedereen kende wel iemand die in de problemen zat. Repressieve maatregelen werkten slechts averechts. De gevangenissen stroomden vol met verslaafden. Drugs groeiden uit tot ‘probleem nummer één’ van Portugal.

Rondom treinstation Alcântara-Terra krioelde het van de drugsbazen, dealers en gebruikers. Hier woonde de onderkant van de samenleving in zelf gebouwde krotten op de heuvels. De bewoners van Casal Ventoso, veelal voormalige fabrieksarbeiders zonder uitzicht op een beter bestaan, stortten zich op de drugshandel.

Socioloog Miguel Chaves, die het boek Van landloperij naar drugshandel over de beruchte wijk schreef, gaat tijdens een wandeling terug in de tijd. Hij schetst al wijzend op de groene heuvels het beeld van een Braziliaanse favela in West-Europa.

„Op een vrijdagmiddag kwamen hier zomaar vijfduizend mensen hun drugs halen. Die werden hier in kleine porties verhandeld. Dat was nieuw. Voor vijftig euro kregen ze dan een dagelijkse hoeveelheid heroïne van goede kwaliteit. Daar stonden de mensen hier letterlijk op straat voor in de rij. Als ze hun shot genomen hadden, konden ze verderop voor vijf euro een tentje huren om in te slapen.”

Foto Koen Greven

De mensen lopen nog steeds over ‘de trap van de doden’ naar boven. Chaves: „Hier lagen de levenloze lichamen van gebruikers die aan een overdosis waren overleden. Anderen waren zwaar ziek en liepen als zombies rond. Talloze verslaafden leden aan aids. Junkies waren voortdurend op zoek naar geld. Injectiespuiten gebruikten ze als wapens om mee te dreigen. Overal lagen gebruikte naalden. Tussen de verslaafden woonden duizenden mensen in een wereld waarin niemand zijn kind wilde zien opgroeien. Casal Ventoso stond symbool voor de donkerste kant van Portugal.”

Junkies op zoek naar geld gebruikten spuiten als wapens om mee te dreigen

Totaal andere aanpak

Het was de socialist José Sócrates, de toenmalige minister van Sport en Jeugd en latere premier, die eind jaren negentig een groep van negen experts uit verschillende vakgebieden bij elkaar bracht om te brainstormen over de drugsepidemie. Sócrates was door de verslaving van een familielid extra gemotiveerd om de problemen structureel anders aan te pakken. Het negental kreeg alle ruimte en voorzieningen die het nodig had om een strategie te bedenken.

João Goulão – voorheen huisarts – die als pionier in de verslavingszorg was gevraagd mee te denken, werd de architect van de nieuwe aanpak. Hij geldt nu als hét gezicht van het succesvolle Portugese drugsbeleid, dat door de regering met circa 75 miljoen euro per jaar wordt ondersteund.

Goulão kijkt graag terug op de voorbije zestien jaar. Als huidig directeur van SICAD – het Drugs en Verslaving Instituut van het ministerie van Volksgezondheid – plaatst Goulão de Portugese situatie in historisch perspectief. Hij trekt een streep bij de Anjerrevolutie in april 1974. „De Portugezen leefden daarvoor in een arm en geïsoleerd land. Er waren geen drugs. De hele hippie-beweging is aan ons voorbij gegaan. In de eerste jaren van vrijheid explodeerde het drugsgebruik. Onderscheid tussen drugs werd nauwelijks gemaakt. Gebruikers stapten van cannabis gemakkelijk over op heroïne en cocaïne. Dat je er zwaar verslaafd aan kon raken, wist vrijwel niemand.”

Critici voorspelden dat Portugal een paradijs voor gebruikers zou worden

Drugsverslaafden waren volgens Goulão zieke mensen. „En zo moesten ze in onze optiek ook worden behandeld. Als patiënten. De drugs zijn altijd illegaal gebleven. Dealers verdwijnen nog steeds in de cel. Maar met gebruikers gaan we anders om. Als ze gepakt worden met minder dan een bepaalde hoeveelheid voor persoonlijk gebruik, moeten ze binnen 72 uur voor een commissie met een jurist, een psycholoog en een sociaal werker verschijnen. Daar wordt bepaald welke hulp nodig is. De rode loper wordt voor hen uitgerold. Negentig procent staat open voor een behandeling.”

Tekst gaat verder na de video:

Voorheen waren mensen bang om te zeggen dat ze een drugsprobleem hadden, zegt Goulão. „De angst voor opsluiting in de cel zat diep. En bovendien waren afkick-klinieken heel duur. Nu kan iedereen een programma op maat krijgen. Onze strijd tegen verslaving richt zich op preventie, het behandelen van mensen en zorgen dat ze weer een waardevol leven kunnen opbouwen.” Hij weet nog goed op hoeveel tegenstand het beleid aanvankelijk stuitte.

„De wereldwijde strijd tegen drugs was gericht op streng bestraffen. Er kwam kritiek vanuit de VS. En van conservatieven uit Portugal zelf. Ze voorspelden dat Lissabon een paradijs voor gebruikers zou worden. Dat er drugstoerisme zou komen. Wij wisten natuurlijk ook niet precies hoe het zou uitpakken. Maar daar is allemaal niets van gebleken.”

Excessen verdwenen

Het Portugese drugsbeleid heeft niet alle problemen opgelost. Op sommige plekken bij de resten van Casal Ventoso bepalen drugsgebruikers nog altijd het straatbeeld. En ook de handel is op klaarlichte dag gewoon zichtbaar. Een methadonbus voorziet dagelijks zo’n twaalfhonderd verslaafden in hun behoefte.

Het totale drugsgebruik is in Portugal tussen 2001 en 2016 niet eens spectaculair gedaald – denk aan cannabis, coke en pillen. Maar het aantal heroïne-verslaafden is wel met 70 procent verminderd. Mede daardoor is het aantal diefstallen, aids-patiënten en drugsdoden sterk teruggelopen. „Drugs staat nu in de lijst van nationale problemen op de dertiende plaats”, stelt Goulão tevreden vast.

„De politie kan zich nu op vele andere zaken richten.”