Zomaar zeventien

Het getal van vandaag, 17, heeft iets speciaals. Je kan het zelf onderzoeken. Vraag op school aan de eerste honderd leerlingen die binnenkomen: noem een willekeurig getal tussen 1 en 20. Willekeurig betekent: zomaar.

Het lijkt op een proef met een hoed vol briefjes waarop getallen van 1 tot en met 20 staan. Elk getal zit even vaak in de hoed. De briefjes zijn gehusseld en iedereen moet een briefje pakken.

Wat verwacht je dan? Dat alle getallen ongeveer even vaak uit de hoed worden gevist, natuurlijk. Al zal het ene getal toevallig net wat vaker of minder vaak gepakt worden dan het andere.

Maar zo is het níet als je mensen ‘zomaar’ getallen laat noemen. Mensen noemen één getal veel vaker dan de rest, zegt men. Vaker dan toeval. En precies, dat is 17.

Waarom zou dat zo zijn? Misschien denken sommige mensen: ik noem geen 1 of 20. Die liggen zo netjes aan de rand – dat zou niet ‘zomaar’ zijn. 10 ligt weer te netjes in het midden. 2 is vast al vaak gekozen. Doe ik 19 dan? Hm, erg dicht bij 20. Maar 17, ja, dat is mooi onopvallend. Zou het zo gaan? Eén ding is zeker. Mensen zijn slecht in zomaar getallen kiezen. Zo gaan mensen bij grotere getallen 7777 of 4444 uit de weg. Te regelmatig. Net als getallen met nullen. Ze noemen ook eerder 8541 of 9653, dan 4815 en 3695. Misschien omdat ze geleerd hebben dat de plekken links in het getal voor grote machten van tien staan. En ze noemen vaker getallen met cijfers van hun verjaardag of huisnummer erin. Zo kun je zien dat er mensen, en geen computers, getallen hebben gegrabbeld. Misschien denken mensen te veel na om ‘zomaar’ te kiezen.