Column

Yellen, een vrouw die durft te twijfelen

Toch interessant: een van de machtigste vrouwen ter wereld twijfelt openlijk. Waar twijfel onder prominente economen best zeldzaam is, zeker onder die met belangrijke banen, zegt de econoom met de belangrijkste baan van allemaal regelmatig in speeches dat er van alles is wat economen niet begrijpen en wat nog onderzocht moet worden. Ik heb het over Janet Yellen, baas van de centrale bank van de Verenigde Staten, de Fed.

Deze week nog hingen de wereldwijde financiële markten aan haar lippen omdat ze aankondigde wat de Fed met de rente zou doen: verhogen, zoals verwacht werd. De Amerikaanse economie draait goed en dus kan de rente van het zeer lage niveau af. En passant liet ze weten niet van plan te zijn voor het einde van haar termijn, in 2018, op te stappen. Donald Trump heeft haar regelmatig bekritiseerd vanwege de lage rentestand.

Via een stuk van de denktank Bruegel over de harde discussie die economen op dit moment over hun eigen vak voeren, stuitte ik op een speech van Yellen van 14 oktober. Ik was getroffen door hoe openlijk ze erkent dat er nog zo ontzettend veel is dat economen niet weten.

Acht jaar na de crisis stelt ze vragen aan de economische wetenschap die nogal wezenlijk zijn. Bijvoorbeeld: wat drijft inflatie? En: welke invloed heeft de financiële sector op de economie? En – dit is mijn vrije vertaling: waarom duurde de recessie zo lang? En: welk effect op de rest van de wereld heeft het onconventionele monetaire beleid van centrale banken, zoals de Amerikaanse?

Als je kwaad wil, kun je economen en Yellen hierom beschimpen. De baas van de Amerikaanse centrale bank weet niet wat inflatie drijft! Geldontwaarding zou toch de kern van het werk en de kennis van de Fed moeten zijn. Yellen zegt natuurlijk niet dat ze geen idee heeft wat de antwoorden op haar vragen zijn. Ze zegt vooral: de economische wetenschap moet onderzoeken of de antwoorden nog steeds kloppen, of de antwoorden precies genoeg zijn en of er geen andere antwoorden mogelijk zijn.

Yellen trekt een historische parallel. „Extreme economische gebeurtenissen hebben vaak tekortkomingen in de collectieve kennis van economen blootgelegd. De Grote Depressie en de stagflatie van de jaren zeventig hebben nieuwe manieren van denken over economische fenomenen veroorzaakt. De financiële crisis kan weer zo’n keerpunt blijken.”

En dat is niet alleen vanwege de extreme financiële crisis. De economie, de arbeidsmarkt en de maatschappij lijken ook wezenlijk te veranderen. Het aantal banen voor middelbaar opgeleiden daalt, terwijl het voor hoogopgeleiden maar doorgroeit. De arbeidsmarkt polariseert, constateerde De Nederlandsche Bank vrijdag in een rapport over de Nederlandse economie. Denktank Bruegel ziet in het Westen net een wat andere ontwikkeling: er komen ook minder banen aan de onderkant.

Wat drijft die ontwikkeling? Digitalisering en automatisering, mondialisering of is er toch een andere oorzaak? Afkalvend vakbondslidmaatschap misschien? Economen discussiëren er een end op los.

En wat doe je eraan? Investeer in onderwijs, is een veelgenoemd advies. Zorg voor gelijke kansen. Dubbeltjes moeten kwartjes kunnen worden. Maar daarna houden de overeenkomsten wel op. Liberaliseer het Europees dienstenverkeer zegt DNB. Maak de arbeidsmarkt flexibeler. Nee, geef werknemers meer zekerheid, zegt de ander.

De discussie is voorlopig niet klaar. Maar ik zie alvast één lichtpunt: dit is de allerleukste tijd om economie te studeren of te bedrijven. Er valt een wereld te ontdekken.