Oorlogspropaganda komt van alle kanten

partijdige informatie

Het regime van president Assad, de rebellen én de internationale media vertellen hun eigen, gekleurde verhaal over de oorlog in Syrië.

Foto George Ourfalian/AFP

Misschien heeft u hem ook gedeeld: de video waarin de Canadese journaliste Eve Bartlett in twee minuten de traditionele media met de grond gelijk maakt over wat echt aan de hand is in Aleppo?

Alles wat u gehoord heeft is fout. Er is in Syrië geen burgeroorlog. Er is alleen het legitieme regime van Bashar al-Assad, dat onder de Syriërs brede steun geniet in zijn strijd tegen de terroristen in Oost-Aleppo.

Een geruststellende gedachte. Als die burgers in Oost-Aleppo een verzinsel zijn van de westerse media, is het niet zo erg wat er nu gebeurt. Daar slaapt een mens rustiger van.

Alleen: Bartlett is geen onafhankelijke journaliste. Zij werkt voor staatspropagandazender Russia Today. Met andere woorden: zij wordt betaald door Rusland, dat Oost-Aleppo sinds maanden bombardeert. Haar toespraak was georganiseerd door de Syrische VN-missie.

De volledige toespraak van Bartlett (de tekst gaat door onder de video)

Mensen als Bartlett zijn er sinds het begin van de Syrische oorlog. Je hebt er die zeggen dat de betogingen tegen president Assad in 2011 gefilmd zijn in geheime studio’s in Qatar. Of dat het juist pro-Assad-betogingen waren die door de westerse media zijn voorgesteld als protest tegen zijn bewind.

De voorbije dagen wordt Bartletts versie van de feiten echter massaal gedeeld op sociale media, ook in Nederland. Het gaat daarbij niet om de gebruikelijke trolls. Gewone mensen die nooit een uitgesproken mening hadden over Syrië zijn plots overtuigd van het regimeverhaal.

Hoe komt dit plots, na vijf jaar onverschilligheid over de Syrische oorlog? Enerzijds doet de slogan ‘de media liegen u voor’ het de laatste tijd gewoon erg goed, aan de linker- én aan de rechterzijde.

Anderzijds zijn er aanwijzingen voor een georkestreerde campagne. Amerikaanse journalisten die recent onderzoek deden naar de Russische informatieoorlog tijdens de Amerikaanse verkiezingen kwamen ook bij Syrië uit.

„Telkens wanneer een expert iets publiceert dat kritisch is voor het Assad-regime wordt hij of zij op Twitter en Facebook aangevallen door horden trolls. Vaak behoren die accounts toe aan mooie jonge vrouwen die graag met Amerikanen willen praten over politiek. Deze honeypot-accounts zijn gelinkt aan accounts van de Syrian Electronic Army, hackers die voor het Syrische regime werken.

‘Fake news’

Propaganda hoort bij oorlog. Deze week nog werd Syrisch VN-gezant Jaafari betrapt op fake news. Hij zwaaide met een foto die moest bewijzen hoe behulpzaam de Syrische soldaten zijn voor de burgers uit Oost-Aleppo. De foto dateert van vorige zomer uit Fallujah in Irak.

Ook de oppositie is na vijf jaar bedreven geraakt in het bespelen van de publieke opinie. De Witte Helmen redden levens, maar ze hebben ook een verhaal te verkopen. Sommige van hun video’s zijn ongeloofwaardig.

Activisten hebben wel eens banden in brand gestoken voor een video, of op andere manieren de waarheid een handje geholpen. De ‘troubadour van de revolutie’, zogezegd in 2012 gedood door het regime, blijkt volgens een artikel van het tijdschrift GQ nog in leven te zijn – hij is nu vluchteling in een Europees land.

Ook worden de problemen in het eigen kamp regelmatig verzwegen. In de eerste plaats: de aanwezigheid van extremisten die ervoor gezorgd heeft dat journalisten zich niet meer in rebellengebied kunnen begeven zonder gekidnapt te worden.

De oppositie is natuurlijk de underdog. Als zij in de knel zit roept zij luid om hulp. Het regime doet dat niet: zijn verhaal is stabiliteit. Het regime mag geen zwakheid tonen en dus vertelt het niet dat er verliezen zijn, zoals de oppositie dat doet.

Voorgelogen

Het idee dat we voorgelogen worden over Syrië leeft ook wel bij de traditionele media; met name de Britse Independent. Veel mensen deelden deze week Robert Fisks artikel waarin hij stelt dat de rebellen ook geen lieverdjes zijn.

Dat is na vijf jaar oorlog in Syrië niet meteen een onthulling, en het is belangrijk te weten dat Fisk sinds 2012 resoluut de kant van het regime heeft gekozen, iets waarvoor hij beloond is met exclusieve toegang.

Fisks collega bij The Independent, Patrick Cockburn, heeft van de counter narrative zijn handelsmerk gemaakt. Westerse journalisten kunnen het verhaal van de Arabische Lente niet loslaten, stelt Cockburn, en dit kleurt hun berichtgeving. ‘Waarom alles wat u hoort over Syrië en Irak mogelijk niet waar is’, was de titel van een recent artikel van zijn hand.

Cockburn was vorige maand te gast op de Amerikaanse universiteit van Beiroet. „Ik neem het de Syrische oppositie niet kwalijk dat zij aan propaganda doen. Dat is hun job”, zei Cockburn daar.

Het probleem is volgens hem hoe de media omgaan met die propaganda. Maar de voorbeelden die hij gaf – Viagra en verkrachting in de Libische oorlog – waren verhalen die deze krant destijds ook links heeft laten liggen.

Patrick Cockburn heeft wel gelijk als hij zegt dat veel journalisten de revolutie niet kunnen loslaten. Wij citeren vaak mensen van wie we weten dat zij zich vastklampen aan een droom die al lang dood is, en die nu in Oost-Aleppo ook ten grave is gedragen.

Maar alvorens de conclusie te trekken dat Oost-Aleppo bevolkt werd door extremisten, is het goed te kijken naar de graffiti die is achtergelaten op de muren. Geen jihadistische slogans, maar citaten van dichter Nizar Qabbani en zangeres Fairouz. Slogans als: ‘Onder elk verwoest gebouw liggen families die met hun dromen zijn begraven door Assad en zijn bondgenoten’.

Veel burgers van Oost-Aleppo gaan nu in Idlib belanden, de laatste grote stad in handen van de rebellen. Anders dan Aleppo staat Idlib echt onder de controle van Al-Qaeda. Het is de uitkomst die Assad wilde: wanneer straks het offensief tegen Idlib begint, zullen er geen kaarsen worden gebrand op de Dam.

Past u ondertussen op voor mensen die beweren dat alleen zij de waarheid in pacht hebben. Zoals Richard Spencer, correspondent in Beiroet voor de Britse krant The Times, opmerkte over het discours van Cockburn. „Als we niets mogen geloven van wat uit Syrië en Irak komt, waarom moeten we dan wel geloven wat Fisk en Cockburn opschrijven?”