Opinie

Verweerschrift van een rechter

Geert Wilders noemde de rechters knettergek, de Vlaamse politicus Bart De Wever omschreef ze als wereldvreemd. kruipt in de huid van de rechter en dient de critici van repliek. „Hoevelen onder u zijn ooit tevreden met een uitspraak? Tenzij die voor het volle pond gelijk valt met het eigen groot gelijk.”
Illustratie Randall Casaer

Aan allen die het willen lezen: neem kennis van het vonnis dat ik vel over mezelf. ’t Is een arrest zonder appèl. Zelfs een rechter, dus ook ik, moet leren leven onder één verdict. Niet langer mogen zijn wat men ooit was. Verkleed en opgedoft ben ik niet meer dan een acteur. Geen burger meer, maar een instantie van distantie, bij wie de burger niettemin finaal verhaal kan komen halen. Ik speel wat ik moet zijn opdat u des te meer geloven zou in mij. En zo, tot nut van ’t algemeen, laat ik mij nobel amputeren. Tot eenmanskoor van noodlot en geluk. Tot figurant die niettemin als enige een lijn mag trekken in ons doen en laten.

La tragi-comédie des hommes?

Daarvan ben ik de slecht geschminkte som.

Maar daar ligt juist mijn juk. Mijn last die start en stopt met burgers zoals u. Ik word gegijzeld door úw wens, uw wil, uw groot geloof dat ik vervanger ben – ja, remplaçant kán zijn – van wat in alle bijbels wordt geroemd als Boom van Goed en Kwaad.

Door u ben ik geen mens meer.

Ik ben de zure appel waar de mensheid in moet bijten.

Op zoek naar feit en spijt.

Beducht voor straf en schuld.

Belust op raad en rust.

Welaan dan, allen die dit leest: bijt maar!

Je suis une pomme! Uw gezondste vrucht.

Uw toeverlaat, uw brede rug.

Uw waarborg tegen willekeur en waan.

Uw wissel op de klucht van ons bestaan.

Hier ben ik! Overlaad me maar opnieuw met al uw klachten, uw geroddel. Uw verdachten, uw verwijten, uw betichten. De argumenten die uw zaak moeten verzachten en uw straf moeten verlichten. Geef hier, mon Dieu! Ik stel me voor ze open, allemaal. Ik neem ze aan en neem ze au sérieux.

Ik wel.

En u?

Voor u ben ik te vaak een goed vermomde zondebok. Van alles wat verkeerd liep in uw leven moet ik opeens de bron doorgronden. Het verloop, de motivatie. De scha, de schande, letsels en locatie. En meest van al: de compensaties allerhande, achteraf. U laat dat allemaal aan mij.

Maar naderhand betreft uw nieuwe klacht toch mij. ‘Monsieur le juge!’ Ik dus, die uit hoofde van mijn ambt moet luisteren naar elk van uw j’accuses, hoe gewichtig of pietluttig ook… Die ‘ik’ bleef in gebreke! Ik liet u in de steek! Ik gaf uw dure advocaten zelfs een donderpreek!

Ik was te streng, te laf, te minzaam, te vermoeid…

Niet opgezet met iemand van uw rang of stand…

Of juist afgunstig op goede naam en uw fortuin…

Nu eens eerlijk: hoevelen onder u zijn ooit tevreden met een uitspraak? Tenzij die voor het volle pond gelijk valt met het eigen groot gelijk? Het enige wat klagers en beklaagden willen horen, is wat ze al dachten vóór de start van hun proces.

Wat u daarbij van mij – uw zure appel – eist, is dat ik water ben en vuur tezelfdertijd. Rigide en inschikkelijk. Én soepel én standvastig. Integer en gedwee. Zo maakt u niet alleen van mij een schizofreen. Een psychiater kwam benamingen tekort voor úw gedrag. U zoekt autoriteit en u betwist haar. U wilt bij me komen klagen, maar u tegelijk beklagen over mij.

Wie denkt u dat ik ben? Uw kleuterjuf? Uw tweede moeder? Een betere vader, die u met één verdict van dader kan veranderen in dupe?

Mij goed, hoor. Doe maar voort! Verlos u gemakzuchtig van uw schuld door ze te laden op mijn bult. Wat u niet kan of wil aanvaarden, moet ik maar zien te klaren in mijn eentje. Gebonden door normen en verordeningen die door anderen zijn geschreven of bedacht – soms honderd jaar geleden.

Ik pas die toe, meer niet. Dat is mijn plicht. Ik kan en mag ze niet veranderen. Zo zit ons recht ineen. Het haalt zijn macht uit de terugwerkende kracht van terugkerende regels. Geen hond wordt beter van een wet die elke maand verandert. Dat is een goed recept voor chaos, maar niet voor zekerheid. En zekerheid is wat u, de burger, meest begeert.

Het fundament van elke samenleving is dat er vonnissen wórden geveld en uitgevoerd. Zonder oordeel en zonder straffen? Geen rechtvaardigheid en geen correcties. Dat beseft het kleinste kind zelfs, met zijn hand in de koektrommel betrapt.

Waarom blijft u dat feit dan toch aan mij alleen verwijten? Waarom noemt u mij ‘kil’ en ‘eigenmachtig’? Was ik dat niet, u liet mij wraken, en terecht. Ik mag geen woede tonen en geen haat. Geen passie, geen compassie, privilege of primaat.

Voor mij mag enkel gelden wat geschreven staat.

De wet is hard, maar wel de wet: ‘Dura lex, sed lex.’ Of had u dat liever anders gezien? Voor elk van u, en voor iedere politicus, een ander setje wetten? Al naargelang de stand van mijn pet of die van de zon?

Een smid slaat met zijn hamer zwaarden plat en ringen rond. Mijn kleine hamer slaat voorgoed de waarheid in een vorm, zoals een munt geslagen wordt uit zilver. Soms komt dat zilver uit de eerste mal te voorschijn als dukaat, maar uit de tweede als een fluitje van een cent. Zo is het, en niet anders.

Of nee: dat is zo menselijk als wat. Waarom moet ik opeens perfecter zijn dan elk van u? Mijn baan bewijst het mij nog dagelijks: de mensheid is tot veel in staat. Van moed tot moord, van overspel tot zwendel, van deernis tot vergeving. Ze is maar één ding nooit.

Volmaakt.

Ik vraag u geen pardon, ik vraag u enkel dit. Betoon me af en toe begrip. Ik ben maar één van u. En net als u schiet ik op tijd en stond misschien tekort.

Maar u staat het dan vrij om, in beroep, een tweede rechter van mijn fout te overtuigen. Die procedure is voorzien en poepnormaal. Mag ik mij soms, als enige, niét beroepen op verzachtende omstandigheden? Waaraan verdien ik dat verbod – ik die u zo lang naar goed vermogen heb gediend? Of leeft u liever in een wereld zonder mensen zoals ik, die de courage hebben om nog recht te durven spreken?

Ik doe tot slot wat iedere beschuldigde moet doen als hij verschijnt voor mij. Ik buig het hoofd, in nederigheid en in respect. U bent vandaag mijn rechter en mijn jury.

Ik leg mijn lot in uw handen. Úw balans.

Welnu? Hoe luidt het – uw verdict?

Krijg ik wat u na elke misstap voor uzelf bepleit?

Herstel van eer?

Krijg ik een tweede kans?

Zo ja: wanneer?