‘Het is moeilijk om geen schulden te maken’

Bos en Lommer, Amsterdam Een kwart van de bewoners van de Amsterdamse wijk Bos en Lommer heeft schulden. Vooral, zo blijkt, bij de Belastingdienst.

Op de markt op het Amsterdamse Bos en Lommerplein is het rustig. Groenteman Sahin Al (linksonder): „De crisis voorbij? Voor de regering misschien.” 

Met de tv-serie Schuldig in het achterhoofd, en het kabinetsvoorstel van deze week om schuldenaren te beschermen, gaan we naar Bos en Lommer in Amsterdam. Daar kampt ruwweg een kwart van de bewoners met schulden – rond het stedelijk gemiddelde. Donderdagochtend is er een ‘financiële salon’ van welzijnsorganisatie ABC Alliantie. Bij de balie staan tientallen mensen in donkere winterjassen. Ze hebben plastic tasjes bij zich en dubbelgevouwen enveloppen vol rekeningen, aanslagen, aanmaningen.

Er staat één witte man tussen die advies nodig heeft om bezwaar te maken tegen de korting op zijn AOW, er zit één witte mevrouw met haar zoon te wachten. De rest bevestigt wat wethouder Arjan Vliegenthart altijd zegt: armoede heeft een kleur in de stad.

In de salon zelf, een zaaltje met zes bureaus, buigen medewerkers en vrijwilligers zich over de paperassen. Een Egyptische Nederlander blijft zijn rekeningen maar op stapeltjes sorteren. „Bijna alles gaat weg.” Hij is 23 jaar slager geweest bij een groothandel. In 2011 is hij ontslagen, deed hij zijn Citroën AX weg en sindsdien leven ze met zijn zessen (het jongste kind is net geboren) van 1.300 euro per maand, plus toeslagen voor zorg, huur en kinderen.

Hij laat een rekening van de Belastingdienst zien: 380 euro te betalen vóór 31 december. Hij snapt het niet. Hij had een regeling getroffen voor geld dat zijn vrouw ten onrechte had gekregen, 22 euro per maand betaalt hij af.

De vrijwilliger belt de Belastingdienst en hoort dat die aflossing eigenlijk 63 euro per maand te laag was. Nu komt er een nieuwe betalingsregeling. En dan zijn er nog de rekeningen van Menzis, school, tandarts. Hij heeft nog vijftig euro: „Daar moet ik tot 26 december van eten.” De vrijwilliger, bemoedigend: „De uitkering komt vóór Kerst, hoor.”

Jongeren geven alles uit

De Belastingdienst, blijkt in dit zaaltje, is de belangrijkste schuldeiser. En daar worden ook de hoogste schulden opgebouwd: een jaar onterecht kinderopvangtoeslag en je moet tienduizenden euro’s terugbetalen. Overheidsregelingen zijn kreupelhout waar zelfs de hoogstopgeleiden niet zomaar doorheen wandelen. De meeste bezoekers van de salon – bijstandsgerechtigden, AOW’ers, mensen met baantjes van zeer korte duur – zitten hier omdat ze geld moeten terugbetalen van toeslagen die zijn bedacht om hun in hun armoede tegemoet te komen.

Vivian Kaarsbaan kreeg via het uitzendbureau „alleen werk als andere mensen vrij waren”, in de zomer, met Kerst. Dan wilde ze liever een uitkering met toeslagen, en af en toe een klein baantje, in de hoop op een dienstverband. Zij verhuisde van Zuidoost naar Bos en Lommer, de achterbuurt die de laatste jaren naar hippe wijk promoveerde. Hier had ze misschien kans op betere banen. Haar huur verdubbelde, haar inkomsten niet. Nu heeft ze voor 6.000 euro schuld bij de Belastingdienst: te veel ontvangen zorg- en huurtoeslagen. „Ik heb te veel verdiend om die toeslagen te krijgen, maar te weinig om ze te kunnen terugbetalen.”

Wie we in de salon helemaal niet zien: jongeren. Komt dat doordat in deze wijk de jeugdwerkloosheid relatief gering is? Bij de salon zien ze een andere oorzaak. Ouders komen hier de problemen van hun kinderen oplossen. Als de medewerkers horen dat kinderen meerderjarig zijn, en dus zelf moeten komen, bellen ze die weleens op. Dan liggen ze vaak nog in bed.

„Jongeren zijn verwend”, zegt Huseyin Tuncer, eigenaar van modezaak Manzaram op de Bos en Lommerweg. Ze worden verwend door Albert Heijn, waar ze een paar uurtjes per dag kunnen werken, niemand die op hen let en als ze zeggen ‘mag ik vandaag wat eerder weg’, kan het altijd. Hij heeft moeite personeel te vinden dat fulltime wil werken.

Jongeren „geven alles uit wat binnenkomt”, zegt Tuncer. Hij zei tegen een kennis die drie meerderjarige kinderen thuis had: „Nou, jij kan lekker cashen elke maand. Wat betalen ze je? Duizend euro?” Die man had beteuterd gegrinnikt. „Hij betaalt alles voor zijn kinderen. Hij was al blij dat ze geen schulden hebben.”

Net niet naar de voedselbank

Markt op het Bos en Lommerplein. De kramen beslaan hooguit de helft van het plein, sommige zijn niet meer dan kale planken. Langs de randen staan winkels leeg. Deze maand vertrok C&A. „Hoe het gaat? Slecht”, zegt groenteman Sahin Al. Weinig klanten, kleine bedragen.”

Hoe rijmt hij zijn pessimisme met de jongste cijfers van het kabinet? De werkloosheid is verder gedaald, de koopkracht gestegen, de economie trekt aan. De crisis is voorbij.

„Voorbij? Voor de regering misschien, maar niet voor de mensen.”

Marwa Michel (30) struint de aanbiedingen op het plein af. Haar zoon van vijf helpt haar woorden te vinden. Ze woont zes jaar in Amsterdam, maar heeft na haar taalcursus vier jaar geleden bijna nooit meer Nederlands gesproken. Haar man is schoonmaker. Ze hoeven „net niet naar de voedselbank”. Ze heeft wel openstaande rekeningen, zegt ze.

Wat een ingewikkeld land is dit ook, met waterschappen, gemeenten en rijk waar je allemaal verschillende belastingen aan moet betalen. „Het is moeilijk om geen schulden te maken.”

Lees ook over de stemming op de Zuidas: Hertjes met inhoud op de Zuidas