Opinie

    • Tom-Jan Meeus

SP is net als andere linkse partijen: in alle opzichten verzwakt

Deze week: het onvermijdelijke einde van SP-leider Emile Roemer. Ofwel: het grote drama van de Nederlandse politiek, waardoor de SP niet meer kan concurreren met de PVV.

Een paar maanden geleden, eind oktober, raakte ik aan de praat met een SP-politicus die al jaren meedraait in de hoogste regionen van zijn partij. Het was buiten Den Haag, en buiten het zicht van partijgenoten.

We liepen wat recente politieke gebeurtenissen af, zoals je dat kunt doen met politici: beeldvorming, werkelijkheid en laatste weetjes die zich vermengen in het schijninzicht van de dagkoersen.

Ik zei dat ik verrast was dat de SP na de Algemene Politieke Beschouwingen geen afscheid van Emile Roemer had genomen. Al in de nazomer, ruim voor Prinsjesdag, had ik in SP-kringen opgevangen dat het geduld op was. Roemer moest nu eens gaan „knallen”, zoals ze zeiden. Hij kon het belangrijkste beleidsdebat van het jaar niet wéér met een onvoldoende eindigen, zoals telkens sinds 2012.

Anders is het een keer klaar, noteerde ik destijds.Maar Roemer was niet beeldbepalend geweest, en daarna toch aangebleven. Zelf vond ik hem trouwens beter dan eerdere jaren, maar beeldvorming kan hardnekkig zijn. De meeste duiders waren opnieuw erg negatief, zeker nadat de PvdA de financiële onderbouwing van het Nationaal Zorgfonds, waarmee de SP de marktwerking in de zorg wil beëindigen, aan stukken reet.

Ik legde dit die SP-prominent in oktober voor, en toen gebeurde het. Roemer, zei hij, had nog één kans zich als partijleider te bewijzen: 15 maart 2017. Als de partij genoeg zetels behaalt om te gaan regeren, zei hij, mag Emile naar het kabinet. Als hij te weinig zetels haalt, zal hij vertrekken – en neemt Ron Meyer de leiding over.

Dus toen het AD deze week een onthullend stuk bracht over interne kritiek op Roemer en verdeeldheid in de Kamerfractie, paste dat bij langer sluimerend ongemak: SP’ers die de pijn van de eigen neergang niet meer aankunnen. Vandaar dat de explosieve reactie vanuit de fractieleiding op de AD-onthullingen me niet vreemd voorkwam.

De vraag is alleen: wat verklaart de neergang, samen met die van andere linkse partijen?

Onder partijvoorzitter Jan Marijnissen (hij vertrok in die functie najaar 2015) was het decennia lang ondenkbaar dat ze op SP-burelen tegenover verslaggevers klaagden over elkaar, laat staan over de leiding. Alles draaide om de partij; individuele kritiek en persoonlijk ongerief waren daaraan ondergeschikt.

De SP was, in haar diepste wezen, een project dat met collectieve symboliek de tijdgeest van zelfontplooiing bestreed: we komen op voor anderen, zodat anderen voor ons op zullen komen – en daarna draaien we een shaggie.

Er was een electorale markt voor, de PvdA verloor door aanhoudend regeren met de VVD haar arbeidersflank, en de vaardige Marijnissen wist de taal van de gewone man de nationale vergaderzaal binnen te brengen.

Het ging voor het eerst mis, vertelde een SP’er me ooit, toen Marijnissen in 2006 een enorme zege boekte. Jonge fractiemedewerkers, vooral academici, waren ineens Kamerlid.

Mensen die zich schikten in de partijcultuur van hard werken en salaris afdragen. Maar ook mensen die zich, anders dan veel SP-aanhangers, uitstekend raad wisten met de cultuur van zelfontplooiing. Je kon het aan ze zien.

Na Marijnissens vertrek uit de Kamer, in 2009, begon het verval. Wilders meldde zich als concurrent, niet alleen met zijn taal, ook met een concurrerend verhaal: in plaats van de klassenstrijd werden immigratie en multiculturaliteit als ongemakken voor de gewone man aangewezen.

We komen voor onszelf op door anderen af te wijzen.

Het drama van de Nederlandse politiek is dat de SP hier nooit antwoord op heeft gehad. SP-kiezers begonnen over te lopen naar Wilders, en kwamen steeds moeilijker terug. Soms verlangden SP’ers naar de tijd waarin de partij sceptisch over arbeidsmigratie was.

Maar de academici zetten de discussie in de Kamerfractie naar hun hand – de SP verkoos solidariteit met vluchtelingen en arbeidsmigranten boven solidariteit met de natuurlijke achterban.

Solidariteit

Bij de SP was solidariteit voortaan ongeveer hetzelfde als bij de PvdA: we komen in de eerste plaats op voor anderen.

Zo hield de SP op een serieus alternatief voor de PVV te zijn: de partij tobt nu alweer jaren met verzwakte peilingen, ondanks de historische impopulariteit van de PvdA. Ik ben geneigd er het einde van links in te zien, al weet je dat nooit zeker: dingen kunnen weer omslaan. Maar zwakker is het solidariteitsgevoel sinds de oorlog niet geweest, en slechter stond links er de afgelopen zestig jaar niet voor.

Solidariteit wordt voortaan vooral nog gewaardeerd als het begint bij het eigenbelang. Zie het succes van 50Plus, de opkomst van Denk, de discussie over afschaffing van het eigen risico in de zorg.

De verheffing van het volk is overgegaan in zelfbescherming van het volk (en geregeld in verhuftering van het volk).

De SP staat erbij en kijkt ernaar. Daar komt het onvermogen van Roemer om zijn grote punten te maken bij. Je zult op het Binnenhof weinig mensen vinden die hem als persoon niet waarderen. Maar je kunt je afvragen hoe goed hij zijn omgeving leest. Hij hoopt in deze campagne uit te dragen dat hij, als enige van alle zittende lijsttrekkers, nooit een deal met Rutte sloot. Geen slecht argument. Maar ik ben bang dat het nog tot geen kiezer is doorgedrongen.

En deze week, na het AD-artikel, deed hij tactisch opnieuw alles fout. Grote problemen hou je klein nu journalisten amper nog tijd voor het natrekken van andermans nieuws hebben. Zo doet elke fractie dat (en zo zeldzaam zijn lekkende Kamerleden niet: komt in elke fractie voor. Dus hierover publiekelijk in verontwaardiging ontsteken en daarna een fractievergadering inlassen: het zijn fouten die ze in de gemeenteraad van Meppel niet meer maken.

Het gedrag van de fractieleiding liet bovendien de neiging zien interne kritiek te beantwoorden met de repressie van Marijnissen. Ook dat werkt niet meer.

Zo werd in het AD-stuk ook de Rotterdamse SP-fractievoorzitter Leo de Kleijn opgevoerd. De partijtop wantrouwt hem, hoewel hij in 2012 nog bij de eerste twintig op de kandidatenlijst stond.

Nu voert hij openlijk campagne om bij de eerste tien te komen. Ook bij hem gaat zelfontplooiing nu dus boven het partijbelang „Het kapitalisme werkt niet, dat moeten we weer scherper uitdragen”, zei hij me. De partijtop blijft zich verzetten tegen zijn kandidatuur. Ook de afdrachtregeling – SP-politici moeten hun bovenmodale verdiensten aan de partij afstaan – blijft ongelukken veroorzaken. Talrijke bestuurlijke talenten blijken meer verlangen naar zelfontplooiing te hebben dan de partij aankan.

Begin deze maand werd bijvoorbeeld nog een geliefde wethouder in Rijswijk uit de partij gezet, Björn Lugthart (36), omdat hij het bestuur om privacy-redenen inzage in zijn belastingaangifte weigert. De zoveelste SP-bestuurder die zegt: wat mijn partner verdient, en wat zich verder in mijn privéleven allemaal afspeelt, gaat de partij niets aan.

De Rijswijkse fractie steunt de wethouder, maar het partijbestuur eist, vertelde fractievoorzitter Eric Schutte me, dat de fractie haar steun aan de wethouder intrekt. Repressie. „Dat gaan we niet doen”, vertelde Schutte me.

Ook deze kwestie kan eigenlijk alleen maar fout aflopen.

Zo is de crisis onder Roemer compleet. Een partij die het contact met haar natuurlijke achterban voor een deel kwijt is. Een verzwakte leider die gelekte kritiek eigenhandig uitvergroot tot een crisis. Een partijbestuur dat dissident gedrag krampachtig onderdrukt, en het verlies van bestuurlijk talent op de koop toeneemt.

Intussen dwingt Lodewijk Asscher, de nieuwe PvdA-leider, de SP verder in het defensief. Een verlies-verlies-verlies-situatie voor Roemer. Zet daar al het politiek activisme op rechts tegenover, en het beeld is compleet: links verpietert, rechts ruik de overwinning.

De SP zelf is intussen een partij zoals alle linkse partijen: in alle opzichten verzwakt. Zoekend naar richting, verlangend naar een verleden dat nooit meer terugkeert. En geleid door een politicus die zichzelf, misschien, alleen nog kan redden als hij de definitie van solidariteit van zijn politieke tegenstanders overneemt: vooral voor jezelf opkomen.

    • Tom-Jan Meeus