Ficq verwijt toezichthouder NVWA ‘duikgedrag’ bij sjoemelsigaret

Foto Bart Maat/ANP

„Duikgedrag.” Zo kwalificeert advocaat Bénédicte Ficq de opstelling van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ten aanzien van sigarettenfabrikanten. De toezichthouder onderneemt geen actie tegen hun beïnvloeding van de verplichte laboratoriumtest die schadelijke stoffen in sigarettenrook meet. Fabrikanten zouden niet de wet overtreden door met minuscule gaatjes in het sigarettenfilter de meetwaarden tijdens de test te verlagen. Ficq: „Dat de overheid deze misleiding accepteert is ongelooflijk.”

In het lab van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), dat de testen uitvoert, zuigt een rookmachine via de gaatjes extra lucht aan. Dat verdunt de gemeten concentratie teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO-gehalten) in de rook. In de praktijk knijpen rokers vaak de gaatjes met hun vingers of lippen dicht. Zij krijgen daardoor meer giftige stoffen binnen dan gemeten bij het RIVM. En vaak ook meer dan de maximaal toegestane norm. De advocaat spreekt daarom van een „sjoemelsigaret”.

Al in 2012 concludeerde het RIVM dat deze ‘filterventilatie’ „de belangrijkste manier lijkt” om machinaal gemeten TNCO-gehalten te verminderen. Filterventilatie is nu niet verboden.

Aangifte

In Kamervragen aan staatssecretaris van Rijn van Volksgezondheid, verwees de SP afgelopen oktober naar dit rapport. Van Rijn noemde het „zorgelijk” dat rokers met hogere gehalten aan giftige stoffen in aanraking komen dan die uit de metingen van het RIVM naar voren komen. Maar, stelt Van Rijn, het is „aan de NVWA” om te bepalen of tabaksfabrikanten een overtreding begaan. Zolang de NVWA toezicht houdt volgens de tabaksrichtlijn en de voorgeschreven ISO-methode om giftige stoffen te meten, en zolang de normen met die methode niet worden overschreden, is er geen sprake van overtreding.

De NVWA ziet volgens een woordvoerder geen aanleiding in te grijpen zo lang de door het RIVM gehanteerde ISO-methode van kracht is. Advocaat Ficq vindt dat onacceptabel. Zij deed afgelopen najaar aangifte tegen vier tabaksfabrikanten van poging tot moord of doodslag en valsheid in geschrifte. Ficq: „Het betrouwbaar meten van de bloeddruk doe je toch ook niet met de manchet om een kunstarm? De NVWA zou de waarden moeten willen weten van de gemeten ‘echte arm’.”

Ficq denkt dat zij een goede kans maakt tegen de tabaksreuzen. „Ik probeer het via het strafrecht, en dat is gek genoeg nog bijna nooit gedaan. De meeste zaken tegen tabaksfabrikanten zijn civiel, ik ken enkel één strafrechtzaak uit Israël.” In het strafrecht verzamelt niet de advocaat bewijs, maar de officier van Justitie.

Wim Voermans, hoogleraar Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, denkt ook dat Ficq sterk staat. Dat zij heeft gekozen voor de strafrechtelijke route noemt hij „origineel en juridisch spitsvondig”. „Ik denk dat wereldwijd gekeken wordt hoe dit afloopt. Het OM zal zonder twijfel serieus naar de aangifte kijken. Ficq zal moeten aantonen dat er doelbewust pogingen zijn gedaan door fabrikanten om de zaak te flessen. Dat is geen sinecure, maar zij lijkt mij geen advocaat die zo maar een balletje opgooit.”

Theo de Roos, emeritus hoogleraar strafrecht en strafrechtproces aan Tilburg University: „Dit kan interessant worden. Maar de lat ligt wel behoorlijk hoog. Is er essentiële informatie achtergehouden? Dat moet het OM kunnen bewijzen. Als er sprake is van misleiding en roekeloosheid, heb je een zaak.”