Rutte met molensteen verkiezingen in

Oekraïneverdrag Nog vóór de verkiezingen stemt het parlement alsnog over het Oekraïneverdrag, ondanks het referendum. Rutte loopt electoraal risico.

Rutte bij aankomst bij de Europese Top in Brussel, waar de lidstaten spraken over het associatieverdrag met Oekraïne. Foto Jonas Roosens/ANP

Weinig opwekkend vooruitzicht voor premier Mark Rutte (VVD): midden in de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen een wetsvoorstel verdedigen dat door zijn tegenstanders wordt uitgelegd als het negeren van de volkswil. Dit onvermijdelijke scenario ontrolt zich nu rondom het Oekraïne-verdrag, dat begin april in een overigens niet bindende volksraadpleging werd weggestemd. Het kabinet wil nu alsnog toestemming van het parlement om de omstreden associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne te ratificeren. De zogeheten instemmingswet die hiervoor nodig is werd vrijdag door het kabinet aanvaard en direct voor advies naar de Raad van State gestuurd.

Rutte kon deze stap zetten nadat hij donderdag zijn collega-regeringsleiders van de Europese Unie had weten te winnen voor een ‘annex’ bij het samenwerkingsverdrag met Oekraïne. Daarin zijn in de woorden van Rutte de zorgen van de nee-stemmers „geadresseerd”. Het verdrag betekent geen opstap naar een EU-lidmaatschap van Oekraïne, leidt niet tot extra geld voor het land, geeft geen veiligheidsgarantie af, opent niet de Europese arbeidsmarkt voor Oekraïners maar noemt wél corruptiebestrijding daar een speerpunt.

Nu wil Rutte tempo maken. De kwestie heeft zich nu wel lang genoeg voortgesleept. Vindt de minister-president, die zich ten doel stelt „problemen op te lossen”. Maar de VVD-lijsttrekker Rutte zit hierdoor met het verwijt dat hij de kiezer bruuskeert.

Populisme

De brandstof van de in de westerse wereld sterk groeiende populistische beweging is het sentiment dat de „politieke elite” niet naar het volk luistert. Geen betere illustratie dan het door het volk afgewezen referendum. Een geluid dat behalve door de PVV en SP ook wordt vertolkt door het anders zo gouvernementele CDA. Zodra de Raad van State advies heeft gegeven over de wet om het Oekraïneverdrag te ratificeren zal het op de agenda van de Tweede Kamer worden geplaatst. Dit zal gebeuren voordat de Tweede Kamer half februari op verkiezingsreces gaat.

Met de steun van behalve de coalitiepartijen VVD en PvdA, in elk geval D66 en mogelijk GroenLinks en de kleine christelijke partijen is er een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar in de Eerste Kamer zijn ook stemmen van andere partijen nodig. Ruttes op informele consultaties gebaseerde hoop is dat genoeg CDA-senatoren voor het aan het Oekraïne verdrag verbonden geopolitieke belang zullen kiezen. Voor de CDA-senatoren is in dit scenario wel de vraag wanneer zij hun steun uitspreken. Hoe dichter bij de verkiezingen hoe moeilijker het wordt verdeeldheid tussen de Eerste- en Tweede-Kamerfractie voor het CDA te etaleren.

In die optiek is het wenselijker als de Eerste Kamer zich pas na de verkiezingen van 15 maart uitspreekt. Alleen is vanaf die datum het kabinet Rutte demissionair en is de vraag of een kabinet in die staat wel een dermate controversieel onderwerp kan verdedigen. Premier Rutte wilde deze week niet vooruitlopen op alle mogelijkheden. Maar het ziet er naar uit dat hij nog niet van zijn Oekraïne-molensteen af is.