Onderzoek

Ambassade bedreigt Eritreeërs

De Eritrese ambassade in Nederland oefent vergaande controle uit over de Eritrese diaspora in Nederland. Daarbij worden intimidatie, afpersing en openbare vernedering niet geschuwd. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Tilburg en onderzoeksbureau DSP-groep dat is uitgevoerd in opdracht van minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA). Het rapport is donderdagavond naar de Tweede Kamer gestuurd.

Er zijn al langer sterke aanwijzingen over de ‘lange arm’ van het regime in het land. Het rapport geeft voor het eerst een overzicht van systematisch onderzoek. Volgens de onderzoekers is de conclusie dat er binnen de Eritrese diaspora veel angst en wantrouwen heerst „onafwendbaar”. Het merendeel van de gemeenschap ervaart druk van het regime, uiteenlopend van „subtiel”, zoals zelfcensuur om de familie in Eritrea niet in gevaar te brengen, tot zware intimidatie en dreiging van geweld. Er is weinig vertrouwen binnen de gemeenschap en er heerst angst voor infiltranten. Die zouden onder andere als tolk actief zijn.

De conclusies van het rapport zijn opmerkelijk omdat de Eritrese ambassade steeds heeft ontkend dat er sprake zou zijn van een „lange arm” van het regime in Nederland.

Om beter zicht te krijgen op de intimidatie raden de onderzoekers aan een meldpunt in te stellen voor leden van de Eritrese gemeenschap. Het kabinet wil echter eerst onderzoeken of zo’n punt een aanvulling is op de al bestaande mogelijkheden. Het onderzoek werd ingesteld na berichtgeving over de diasporabelasting en de rol van de ambassade binnen de gemeenschap.

    • Milo van Bokkum