„Wij zeggen vaak nee tegen een opdracht. Die luxepositie hebben we inmiddels.” Foto Lars van den Brink

Miljoenen omzetten met een olifant

Reclame

Ze is het brein achter tal van reclamecampagnes voor grote merken. Nu bedenkt ze vanuit Los Angeles de populaire Olli-karakters. „Zelfspot verkoopt.”

Tutje is een muis. Ze heeft een eigen Facebook-pagina waarop ze dingen schrijft als „Wees altijd jezelf. Je kunt nooit mislukken in jezelf zijn.” En: „Echte vrouwen zijn niet perfect. Perfecte vrouwen zijn niet echt.” Een Facebook-post waarin ze meldde dat ze vetrolletjes heeft en zich er niet voor schaamt, kreeg ruim 9.000 likes en werd een miljoen keer bekeken. Tutje is een hit.

„Eigenlijk ben ík Tutje”, zegt Diederiekje Bok (45) verlegen. Zij schrijft de teksten. In de voortdurende stroom beelden van mooie mensen is Tutjes boodschap aan vrouwen – hou van jezelf – kennelijk welkom.

De boeken en spullen van Tutje verkopen in de decembermaand nog beter dan anders. Ze is één van de vrienden van olifant Olli, de bekendste van de Ollimania-figuren. Jaarlijks verkoopt Ollimania, het bedrijf van Bok en haar compagnon Hein Mevissen , 240.000 kleine knuffels en 100.000 grote (omzet bijna 6 miljoen euro). „Onze personages hebben zelfspot”, zegt Bok, die een week in Nederland op bezoek is. En zelfspot slaat aan.

Olli-spullen verkopen behalve in Nederland, waar de bedenkers vandaan komen, ook in Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Japan. Ollimania heeft de afgelopen tien jaar 15 kinderboeken geproduceerd, animatiefilms en binnenkort een eerste computergame. Er zijn ook broodtrommels, bordjes, etuis, drinkbekers en koffers. Olli zelf bestaat sinds 2004. Achter Olli hangt steevast een drol, die ook een persoonlijkheid en naam heeft (‘doodoo’) en afzonderlijk te koop is. Als sleutelhanger of masker.

Bok en Mevissen verhuisden vijf jaar geleden naar de Verenigde Staten – ze hebben de wereldwijd begeerde Green Card, de verblijfsvergunning waarvoor je moet aantonen dat je onmisbaar bent in jouw vak. Vanuit Los Angeles – het kantoor staat in de Hollywood Hills – maken ze de boekjes, films en de Facebook-pagina voor alle Olli-karakters. Ze zijn, zeggen ze zelf: „Proudly creating high quality crap.” Mevissen tekent de figuren en achtergronden, Bok verzint de teksten. Bok: „Iedereen denkt dat animaties tekenen tegenwoordig een kwestie is van computerbeelden manipuleren. Maar Hein zit echt te tekenen met de hand, op een soort elektronisch tekenbord. Zijn handen worden alleen niet vies van de inkt.”

In de reclamewereld zijn Bok (45) en Mevissen (44) al jaren een begrip. Met hun bureau John Doe maakten ze campagnes voor onder meer Ben/T-Mobile, KPN, Adidas, Lada, Toyota, Bacardi en Centraal Beheer. Mevissen maakte intussen ook filmpjes voor muziekzender MTV. Ze ontwierpen een telefoon (John’s Phone) waarmee je alleen kunt bellen – een reactie op de toen opkomende smartphone. John’s Phone was een soort cult-hit.

Olli verkoopt zichzelf

In de loop van 2008 besloten ze dat ze al zo veel merken van anderen groot hadden gemaakt dat ze nu eens een van hun eigen merken wilden uitbouwen: Olli. Maar ze maken amper reclame voor Olli en zijn vriendjes. Die verkopen zichzelf via Facebook en andere sociale media. Een grote spurt maakte het merk wel in 2013 toen Olli een rol kreeg in een campagne van Bok en Mevissen om de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp te redden van de ondergang. Olli trok bezoekers naar de dierentuin en de actie gaf Olli tegelijkertijd meer bekendheid. Olli werd toen ook ‘Feyenoord-mascotte’.

Waarom in de VS gaan wonen? Het antwoord is eenvoudig: in Californië wonen de beste cameramannen, studio’s, financiers. Om die reden gingen Bok en Mevissen er al steeds vaker heen. Bovendien is het in de VS makkelijker om mensen te contracteren en ze weer te ontslaan. Bok: „Ik voel me in Amerika thuis. Het is een heel open cultuur, iedereen stimuleert elkaar. Ze schuiven opdrachten aan elkaar door. Er is geen crab-mentality, waarbij mensen elkaar naar beneden halen. Het is echt een werkland. Iedereen is altijd aan het werk. Het is ook een hard land, je kunt hard falen, maar dat hoort erbij.”

Wordt ze niet gek van die 24/7-werkmentaliteit? „Nee, de kwaliteit van leven is er juist hoog. Ik kan er goed tot rust komen. Het land is groen en weids, het eten in Californië is vers en lekker. Er is zee en het weer is mooi.”

Toch is werk wel haar belangrijkste motor. Bok heeft geen kinderen, ze besteedt al haar tijd aan dingen maken en bedenken voor Ollimania. Ze produceert en schrijft daarnaast de films die Mevissen regisseert. „Als Hein een Hollywood-film heeft gezien die hij heel mooi vindt, dan benader ik de betrokken cameraman. Vaak doen ze dan mee, ook al is ons budget soms klein. Goeie vakmensen vinden het leuk om samen te werken en mooie dingen te maken met goeie vakmensen. Het gaat hen op zo’n moment niet om het geld. Wij kunnen toch nooit betalen wat zo’n cameraman verdient bij een Hollywood-miljoenenproductie.”

Op haar 26ste ging Bok werken bij reclamebureau KesselsKramer waar ze Mevissen ontmoette. Hij was er de eerste werknemer en werkte al sinds zijn negentiende. Ze konden het goed vinden en werken nu al 18 jaar samen. Ze geloven sterk in stripfiguren. Nederlandse kinderen, zegt Bok, leren al snel dat stripboeken minderwaardig zijn aan boeken met tekst. In 1948 werd dat zelfs door de overheid gepropageerd. „In Frankrijk, België en Engeland is dat niet zo. Daar worden stripboeken als een volwaardig kinderboek beschouwd.”

Bok had eerst rechten gestudeerd. „Ik groeide op in de jaren tachtig met het idee dat er niets te verdienen was met creatief gedoe. ‘Een slimme meid was op haar toekomst voorbereid’ – dat leerden wij. Je moest iets serieus studeren. En ik zag mijn moeder zo hard werken met schilderen om de kost te verdienen. Dat wilde ik niet.” Haar moeder is een bekende portrettist (Marike Bok) die in haar Haagse atelier ministers, de koningin en andere prominenten schildert.

Naast haar rechtenstudie ging Bok naar de kunstacademie, richting reclame. „Reclame is zo interessant. Het kleine detail dat je maakt is mooi, je vermaakt mensen. Ik hou van entertainment, daarom woon ik graag in LA. Maar het grote idee erachter, de opbouw van een campagne, de maatschappij waarin het moet passen en die je moet begrijpen, dat is ook interessant. Reclame is de massa bewerken, beïnvloeden. Het is machtig als je dat lukt.”

Concentreren

Wat zij en Mevissen zakelijk gezien goed kunnen, zegt Bok, is zich concentreren. „Wij zeggen vaak nee tegen een opdracht. Die luxepositie hebben we inmiddels. Maar het is ook nodig, om je te focussen. Je moet alle inspanningen voor een hele periode op één project durven richten.” Ze doen alles zelf. Niet de productie van knuffels of de druk van de boeken – dat gebeurt in China en Maleisië. Wel de teksten, de tekeningen, evenementen organiseren.

Op een dag is Mevissen zelfs naar een fabriek in China afgereisd omdat die de spullen niet leverde en het voorschot niet wilde terugbetalen. Eenmaal aangekomen werd hij weggestuurd door fabrieksmedewerkers die zeiden dat de directeur er niet was. Hij bleef zitten. Een uur, nog een uur. En telkens werd hij gevraagd te vertrekken. Na vijf uur wachten kroop een man uit een soort grote kast bij de ingang. De directeur. Hij zat er al die tijd verstopt. Ze hebben het uitgepraat en alles kwam goed.

    • Frederiek Weeda