Met dit oog zal hij nooit meer zien

Vuurwerkslachtoffer „Hier, steek dit af,” zei de buurjongen tegen de twaalfjarige Ayman. Daarna hoorde hij een knal. Elk jaar zien oogartsen honderden trauma’s na de jaarwisseling.

Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner

Ayman Mokaddem (13) bokst weer. Hij heeft zijn sokken uitgetrokken en staat nu met zijn blote voeten op de blauwe mat, omringd door vijftig leeftijdsgenootjes. Ze hijgen. Het was een pittige warming-up. Tien minuten rondjes rennen. Sit-ups, push-ups en sprintjes tussendoor. De eerste boksoefening is een simpele: een rechtse directe. De jongens vormen paartjes. Ayman niet. Hij leeft zich uit op een bokszak.

Vandaag is het toevallig maandag, maar ook als het woensdag, vrijdag of zaterdagmiddag zou zijn, zou je Ayman kunnen vinden hier in El Otmani Gym, een sportschool in een oud benzinestation diep in Amsterdam Nieuw-West. Voor Saliha Mokaddem is het de eerste keer dat ze haar zoon ziet trainen. Van een afstandje kijkt ze toe, afwisselend geamuseerd en bezorgd. „Mama, mag ik nu even met Nordin?” haar zoon kijkt haar vragend aan. „Ik vertrouw hem hoor. En het is alleen met rechts.” Saliha twijfelt even. „Oké. Maar doe voorzichtig.”

Het nieuwe jaar begon zo goed. Het huis zat vol familie, om twaalf uur ging iedereen in feeststemming de straat op. Saliha was zoals altijd een beetje extra op haar hoede. Ze heeft het nooit gehad op vuurwerk. Siervuurwerk begrijpt ze nog wel, dat is mooi om naar te kijken, maar dat geknal vindt ze niks. Op 31 december 2015 zijn er dan ook alleen een paar vuurwerkpakketten van de Action in huis gehaald: pijlen, sterretjes, grondbloemen, niks bijzonders. Het afsteken gebeurt onder toezicht van de volwassenen en met veiligheidsbrillen op. „We gaan niks bewaren hoor”, roept Saliha nog als de kinderen even later weer naar binnen gaan. „Nu knallen, of het gaat de prullenbak in.”

Over wat er de volgende dag precies gebeurt, doen later verschillende verhalen de ronde. Wat zeker is: het moet ongeveer half twee ’s middags zijn als het misgaat. Ayman is met zijn neef naar de moskee geweest voor het middaggebed, en hoewel hij eigenlijk van plan is direct weer naar huis te gaan, blijft hij nog even kletsen met twee buurjongens. „Hier, steek dit af”, zegt een van hen. Hij geeft Ayman iets dat hij herkent als een bom: een rond, roze stuk vuurwerk met een klein lontje. „Nee, dankje”, antwoordt Ayman. Hij geeft het terug.
Ben ik dood? Is dit een droom?

Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner

De knal is uit het niets gekomen. Ayman heeft alleen het geluid van een aansteker gehoord, en in een reflex zijn linkerhand opgetild. Toen is alles zwart geworden. Minuten, seconden of seconden die minuten lijken te duren gaan voorbij. Ayman ziet niks, hoort niks. Pas als twee armen hem optillen komt de pijn en begint hij te schreeuwen. Er zijn stemmen. Iemand slaat een deken om hem heen. Mensen bellen een ambulance.

Saliha, gewaarschuwd door een buurtbewoner, treft haar zoon zittend op zijn knieën. Op blote voeten en zonder hoofddoek is ze de straat opgerend. Ze neemt zijn gewonde hand en begint die te deppen met de theedoek die ze toevallig nog vastheeft. Dan ziet ze zijn rechteroog. Er loopt een straal bloed uit. Als de ambulance een even later arriveert, is Saliha nog aan het bijkomen. „Wacht maar even in het portiek”, zegt het ambulancepersoneel. De halve straat is uitgelopen, maar de buurjongens zijn nergens te bekennen.

Foto Rachel Corner

Dit is mijn lot

De operatie in het VU Medisch Centrum vindt nog diezelfde middag plaats en duurt drie uur. De artsen hebben waarschijnlijk nog nooit aan zoveel mensen tegelijk slecht nieuws moeten brengen: in de familiekamer krijgen Aymans moeder, zussen, ooms, tantes, neven, nichten en vrienden te horen dat ze het oog niet hebben kunnen redden. Dat wil zeggen: hij zal er nooit meer mee kunnen zien.

Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner

Als Ayman later die avond wakker wordt uit de narcose, twijfelt Saliha of ze haar zoon iets moet vertellen. Het blijkt niet nodig. „Mama”, fluistert hij in het Arabisch. „Niet schrikken hè, als ze morgen zeggen dat ik niet meer kan zien. Als je het niet aan de familie kunt vertellen, dan doe ik het. Ik zal tegen ze zeggen dat dit mijn lot is. Allah heeft het zo gewild. Ik mag blij zijn dat ik nog een goed oog heb.”

Vier dagen later ziet oogarts Tjeerd de Faber Ayman Mokaddem voor het eerst. De artsen in Amsterdam hebben hem doorverwezen naar het Oogziekenhuis in Rotterdam voor een second opinion. Het oog zit er nog. Het ziet er op het eerste gezicht redelijk uit, constateert De Faber. Maar hij weet ook: schijn kan bedriegen. Als vuurwerk ontploft, komen er chemicaliën vrij die het weefsel van zo’n oog volledig kunnen verteren – alsof je er gootsteenontstopper ingooit. In dat geval moet je het alsnog verwijderen en vervangen door een prothese van glas of kunststof. Dat lot, spreken de artsen uit, zal Ayman hopelijk bespaard blijven.

Foto Rachel Corner

Nu is De Faber wel wat gewend. Oogarts is hij al sinds halverwege de jaren tachtig, al negentien jaar heeft hij dienst tijdens de jaarwisseling. Hij vergelijkt zijn beroep tijdens Oud en Nieuw weleens met werken in een oorlogsgebied. Blast injury, zoals de artsen het door vuurwerk veroorzaakte letsel noemen, is vergelijkbaar met wat je ziet bij militairen in Irak of Afghanistan als er in hun buurt een bermbom is ontploft. Zo ook bij Ayman. Zijn lens en zijn hoornvlies zijn beschadigd en zijn netvlies is gescheurd.

Foto Rachel Corner

Dankzij de drie operaties die volgen, behoudt Ayman zijn oog. Hij kan er nog ongeveer één procent mee zien. Vage contouren. Thuis en bij zijn tante herstelt Ayman van de ingrepen. In de eerste weken kan hij nauwelijks lopen, niet zelf douchen of naar de wc. Als zijn nicht op 26 januari, de dag voor zijn dertiende verjaardag, in het buurthuis een surpriseparty voor hem organiseert met zijn favoriete rapper, Appa, is hij dolblij maar nog steeds doodmoe. In mei, na vier lange maanden revalideren mag hij voor het eerst weer naar school.

Foto Rachel Corner

Nu het einde van het jaar nadert, denkt Ayman weer vaker aan het ongeluk. Er loopt een civielrechtelijk onderzoek tegen de daders, maar Ayman en zijn familie hebben geen contact meer gehad met de buurjongens. Iedere dag kijkt hij wel even in de spiegel. Het litteken op zijn hoornvlies is witter en troebeler geworden, als hij zich heeft ingespannen kleurt zijn oog regelmatig rood. „Snel Ayman, ga druppelen!” roept Saliha dan bezorgd. Waarop haar zoon zucht: „Mam, jij bent echt de enige die het ziet.”

Foto Rachel Corner
Foto Rachel Corner

Automonteur

Kan een jongen van dertien zich redden met maar één oog? Ja hoor, zegt Ayman. Maar leuker of makkelijker is het er natuurlijk niet op geworden. Vroeger voetbalde hij drie keer in de week, dat kan nu niet meer. Net als taekwondo of kickboksen tegen iemand anders. Daar baalt hij van. Hij ziet geen diepte meer. Simpele handelingen zoals een glas drinken inschenken waren een hele opgave, zeker in het begin. En hij wilde piloot worden. Maar ja. „De artsen zeiden meteen: ‘we gaan je iets heel naars vertellen, daarvoor heb je echt twee goede ogen nodig.’ Ik dacht: oké, goed, dan word ik elektromonteur.”

De oogbeschadigingen door vuurwerk lijken op die na een bermbom

In het Rotterdamse Oogziekenhuis, waar Tjeerd de Faber en zijn collega’s het afgelopen jaar 23 door vuurwerk beschadigde ogen behandelden, hebben ze de letsels erger zien worden. De meeste verwondingen komen door legaal siervuurwerk. De enige echte oplossing is dan ook volgens De Faber: totaal verbieden. Namens het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, pleit hij al een paar jaar voor een verbod op consumentenvuurwerk. „In Nederland krijgen we het voor elkaar om in twee oudejaarsnachten meer oogletsels te veroorzaken dan alle 523 oogtrauma’s opgelopen door Amerikaanse troepen gedurende drieënhalf jaar militaire vijandelijkheden in Irak en Afghanistan. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een feestje.”

Foto Rachel Corner

Zou het helpen? Ayman vermoedt van niet. „Het wordt toch wel afgestoken.” Zijn moeder zou een verbod toejuichen. Het liefst, zegt Saliha, zou ze op 31 december met haar gezin een huisje huren in Center Parcs, ver weg van al het geknal. Ze heeft al vrij gevraagd, maar of ze weg mag is nog niet zeker. Wat wel zeker is: het gezin viert het nieuwe jaar straks binnen. „Niemand gaat naar buiten, er komt geen vuurwerk, niks.” Ayman vindt het best. „Andere kinderen vragen nu aan me: ga je weer vuurwerk afsteken? Dan zeg ik: nee joh, daar heb ik helemaal geen zin in. Dit keer heb ik het niet zelf gedaan, maar stel dat er straks weer een ongeluk gebeurt, dan is het misschien wél mijn eigen fout.”