Jong en oud deinen mee met 35-jarig De Dijk

Pop

De uitvoeringen van de nummers zijn in vijfendertig jaar gestroomlijnder geworden, met meer nadruk op blazers en een ritme dat vaker deint dan stoot.

Concert van De Dijk in Paradiso. Foto Andreas Terlaak

Bij De Dijk kan worden gestampt, gesprongen en ritmisch heen en weer gewiegd. De Dijk doet een voorzet, waarop het publiek volgt, zo bleek donderdagavond in het uitverkochte Paradiso, Amsterdam. De band laat de zaal vervolgens even op adem komen, en barst dan los in de volgende kraker. Zo kan een lied als Niemand In De Stad, met zijn oorspronkelijk gedragen tempo en melancholieke tekst (‘Iedereen gaat maar dood’) hier uitgroeien tot voetballied waarbij het publiek zelf de ondersteunende koorzang - ‘ihoo ihoo’ - bedenkt.

De Dijk - Niemand In De Stad

Dit jaar is het vijfendertig jaar geleden dat De Dijk begon én vijfendertig jaar geleden dat de band voor het eerst optrad in Paradiso, als voorprogramma van Raymond van het Groenewoud. De relatie tussen band en zaal is hecht, sinds 1995 bestaat een jaarlijkse traditie van drie december-concerten – die elk jaar uitverkocht zijn.

Galante gastheer

De band heeft een opvallend gemengd publiek. In alle leeftijdsgroepen zijn aanhangers te vinden van de manier waarop De Dijk soulvolle rock combineert met de Nederlandstalige romantiek van teksten als ‘Mijn van Straat Geredde Roos’ en ‘Groot Hart’. De uitvoeringen van de nummers zijn in vijfendertig jaar gestroomlijnder geworden, met meer nadruk op blazers en een ritme dat vaker deint dan stoot. Zeven muzikanten op het podium zorgen voor stijlvolle uitvoeringen, met gedoseerd vuurwerk van blazers en nu en dan een zigeuner-achtig accent van saxofoon en accordeon. Gitarist Jelle Broek neem nu de plaats in van JB Meijers, die zich sinds 2014 wijdt aan The Common Linnets, en liet een paar onverwacht psychedelische solo’s horen.

De Dijk - Niet De Lef

In zijn wisselende kostuums is zanger Huub van der Lubbe de galante gastheer. Met uitnodigende gebaren bespeelt hij de fans en verkondigt met onverminderd geprononceerde stem zijn hersenspinsels. Die gaan niet alleen over liefde of hunkering, maar hebben ook actuele thema’s, zoals het recente Niet De Lef. Het lied werd door Van Der Lubbe aangekondigd als tekst over ‘het Nederland anno nu’. Tussen schetterende blazers tierde hij over een volk dat niet ingrijpt bij onheil: ‘We zaten erbij en we keken ernaar/ zagen het gebeuren, lieten het gaan/ (..) We hebben de ballen niet, niet de lef/ niet de moed.’ De boodschap drong niet meteen door bij het publiek, door het misleidend vrolijke ska-ritme.

Het concert, dat begon met hits als Binnen Zonder Kloppen en in de toegift de vloer deed trillen met Dansen Op De Vulkaan, was een bekroning van vijfendertig jaar warmbloedig samenspel. Hoogtepunt was Als Het Golft (2000), een wiegende overpeinzing over café’s en lange nachten. Overal in de zaal zwaaiden armen samen heen en weer, tot heel Paradiso leek op een deinend schip.