Hoogste rechter: nertsenfokkerijen mogen verboden worden

Nertsenfokkers vechten het verbod al sinds het begin aan, omdat zij naar eigen zeggen ernstig financieel benadeeld worden.

Een nerts in een nertsenfokkerij in Ederveen. Foto Jeroen Jumelet / ANP

De wet die ertoe leidt dat in 2024 nertsenfokkerijen verboden worden is niet in strijd met het mensenrechtenverdrag. Dat heeft de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland, vrijdag geoordeeld. Daarmee laat het de eerdere uitspraak van het hof in stand.

In 2013 is een wet aangenomen die vanaf 2024 de pelsdierhouderij verbiedt. Nertsenfokkers vechten het verbod al sinds het begin aan, omdat zij naar eigen zeggen ernstig financieel benadeeld worden.

Investeringen terugverdienen

De rechtbank in Den Haag gaf hen daarin aanvankelijk gelijk, maar het gerechtshof besloot eind vorig jaar anders. Een periode van elf jaar is ruim voldoende om je voor te bereiden op het verbod, zo vond het hof. De investeringen die zij in hun bedrijf hebben gedaan kunnen zij tot die tijd nog terugverdienen.

De nertsenhouders beriepen zich op artikel 1 van het Eerst Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. In de cassatieprocedure stond de vraag centraal of dat protocol ook bescherming biedt tegen verlies van toekomstige inkomsten. Dat is volgens de Hoge Raad niet het geval. Het verdrag beschermt slechts tegen bestaande eigendomsrechten.

Voor het eerst flink minder nertsen

Bij de laatste telling op 1 april was het aantal fokdieren voor het eerst noemenswaardig gedaald sinds de wet door de Tweede Kamer werd aangenomen. In totaal hadden de nertsenfokkers 919.000 moederdieren, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat is een daling van ruim 10 procent vergeleken met een jaar daarvoor.

Ook het aantal pelsveehouders daalde, van 150 naar 146 bedrijven.