Grote steun motie van wantrouwen

Met onverwachts grote steun vanuit de oppositie in de Tweede Kamer voor een motie van wantrouwen tegen het kabinet zijn de Algemene Beschouwingen afgesloten.

De drie grootste oppositiepartijen (SP, VVD en PVV) zegden het vertrouwen in de regering op. Belangrijkste reden was de in hun ogen onbevredigende manier waarop premier Balkenende (CDA) de stroom van vragen over de aanpak van de economische crisis beantwoordde. Ook andere oppositiepartijen, zoals GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren, waren zeer kritisch. Maar zij vonden het steunen van de motie van wantrouwen van VVD-fractieleider Mark Rutte net te ver gaan.

Rutte vond het geen pas geven dat het kabinet eerst fundamentele crisisingrepen laat onderzoeken door ambtelijke werkgroepen. Zo laat het kabinet volgens hem „een jaar voorbij gaan aan studeren en evalueren”. Balkenende noemde de stap van de VVD een „gotspe”. Hij voegde Rutte toe dat hij hem wel eens beter had gezien, waarna de VVD-leider antwoordde dat dat „geheel wederzijds” was.

Het optreden van Balkenende riep bij een groot deel van de Kamer irritatie op. Het debat verliep daardoor in een grimmige sfeer. SP-leider Agnes Kant noemde het „een premier onwaardig”. Ze zei niet meer te kunnen uitleggen waarom de SP vertrouwen zou hebben in dit kabinet. GroenLinks-leider Femke Halsema had het over een „ondraaglijke leegheid” en D66-leider Alexander Pechtold sprak van een „dieptepunt in de democratie”. Diederik Samsom, de tweede man van de PvdA-fractie, zei in de wandelgangen: „Ik heb zelden iemand met minder bezieling beleid zien verdedigen, terwijl bezieling juist nu zo hard nodig is.”

De Rijksbegroting 2010 bleef door steun van de coalitie overeind. Een voorstel van de oppositie om te korten op het koningshuis haalde het niet.

Rijksbegroting: pagina 3

Commentaar: pagina 7

Achtergronden op nrc.nl/prinsjesdag