Opinie

Het ancien régime zag de revolutie ook niet aankomen

‘Weldenkenden’ die al netwerkend door het leven glijden, de regels van het spel naar hun hand zetten, zijn zich er nauwelijks van bewust hoe geprivilegieerd ze zijn. „Maak je deel uit van het oude speelveld, dan voorzie je slecht het nieuwe”, schrijft .

Eugène Delacroix; La Liberté guidant le peuple (1830) montage fotodienst nrc

President-elect Donald Trump zou zijn overwinning op 8 november te danken hebben aan de verliezers van de globalisering, aan de boze witte man, aan de populistische wind, aan Wikileaks en aan de ‘identity politics’ van de Democraten, die het vaker hadden over de juiste wc-deuren voor transgenders dan over banen.

Je zou deze verklaringen de ‘troost van de contingentie’ kunnen noemen, het geruststellende geloof dat de verkiezing net zo goed anders had kunnen uitpakken. Want ja, Hillary Clinton won de popular vote, de FBI verstoorde de campagne met nieuw onderzoek naar haar e-mails, het Amerikaanse kiesstelsel werkt verrassingen in de hand en Bernie Sanders had natuurlijk wél van Trump gewonnen. Een samenloop van omstandigheden dus. Dat troost, die gedachte.

Zo bezien is de verkiezing van Trump niet meer dan een contrarevolutie, een backlash tegen globalisering en vooruitgang. Ik zou zeggen: laten we er vooralsnog toch echt vanuit gaan dat dit dé revolutie is, dus wel degelijk een sprong de toekomst in. De grote vraag zal worden of de Amerikaanse instituties dit revolutionaire elan kunnen absorberen.

De praktijk leert bovendien dat élke grote historische gebeurtenis van toevalligheden aan elkaar hangt. Lodewijk XVI had in juni 1789 de tennishal waar de derde stand samenzwoer, kunnen laten ontruimen. Lenin had gewoon gearresteerd kunnen worden toen hij in de nacht van 24 op 25 oktober 1917 op weg was naar de vergadering van de Petersburgse Sovjet en president Hindenburg had het idee om Hitler als overgangskanselier aan te stellen kunnen weglachen.

Dat het een haar scheelde of Clinton had gewonnen, is zodoende volkomen irrelevant. Een grote historische gebeurtenis verandert het speelveld zowel kwalitatief als kwantitatief. Een keuze voor Clinton zou meer van hetzelfde betekenen, met Trump belandden we in één nacht in een nieuw speelveld. Radicale, kwalitatieve verandering is een van de twee ingrediënten van wat sommige historici een ‘sublieme, historische gebeurtenis’ noemen. Het tweede ingrediënt is dat weldenkende mensen die gebeurtenis niet zien aankomen. Maak je deel uit van het oude speelveld, dan voorzie je slecht het nieuwe.

Wat die ‘weldenkende mensen’ betreft: aan mijn studenten vertel ik over de humanisten in het 15de en begin 16de-eeuwse Florence. Die humanisten waren verontrust over het feit dat in 1494 de Franse koning Karel VIII zonder noemenswaardige tegenstand Italië onder de voet liep. Wat ze wilden, die humanisten, was to make Italy great again. Ze zochten de oplossing in hun vermogen tot ragione – het tegendeel van aan impulsen gehoor geven. Ragione is koele berekening. Wat zich in de geschiedenis voltrok is volgens humanisten een gevolg van het op elkaar inwerken van ragione en Fortuna. De invloed van dat laatste moest je bestrijden met een streven naar maximale ragione.

De humanisten wisten zich totaal geen raad met de ‘Trumps’ van hun tijd: Cesare Borgia en paus Julius II. Die deden geen enkele moeite redelijk te zijn en hadden tóch succes. Voor de humanisten waren het ongeleide projectielen, houwdegens: ze lieten zich meevoeren door hartstochten, waren lichtgeraakt en haatdragend, joegen mensen tegen zich in het harnas, waren ijdel en praalzuchtig en leken geen enkele boodschap te hebben aan hun welbegrepen eigenbelang. Het is de verdienste van Machiavelli geweest dat hij afstand nam van de humanistische weldenkendheid. Hij bouwde een politieke leer op het inzicht waarom Cesare Borgia en Julius II succes boekten – niet ondanks maar omdat ze zich niets gelegen lieten aan ragione en ruim baan gaven aan virtú. Een begrip dat misschien het best vertaald kan worden als ‘stoutmoedigheid’.

Ik beweer niet dat Trump een toonbeeld is van virtú, maar wij, weldenkenden, zijn duidelijk de humanisten van de 21ste eeuw. Het is veelzeggend dat evolutiepsychologen de enigen waren die in een vroeg stadium voorspelden dat Trump zou winnen – zij negeerden waar weldenkenden zich blind op staren: de woorden van de kandidaten.

Weldenkenden snapten niet dat Trumps redevoeringen, waarin alles ‘disaster’ is, en borstklopperij belangrijker is dan welgevormde zinnen, zovelen aansprak. Maar ja, zij zouden ook niet gesnapt hebben wat iemand zou kunnen zien in de redevoeringen van Goebbels of Hitler. Peter Thiel, de enige Silicon Valley-tycoon die onweldenkend genoeg was om zich achter Trump te scharen, verwoordde het treffend: de weldenkenden nemen Trump „letterlijk maar niet serieus”, zijn aanhangers nemen hem „serieus maar niet letterlijk”.

Dat wij, weldenkenden, Trumps zege niet zagen aankomen is niet slechts een bijverschijnsel, het is een essentieel onderdeel van de Trump-revolutie. Onderdeel van die weldenkendheid is het gevoel dat de zege ons ‘toekwam’.

Het Engels heeft daar een bruikbaar woord voor: entitlement. Het is precies dat gevoel van entitlement waartegen de Trump-revolutie zich richt. Entitlement kan het best gedefinieerd worden door het af te zetten tegen het meritocratische principe dat alleen individuele capaciteiten en prestaties tellen. Entitlement verwijst naar dat wat niet je eigen verdienste is. Entitlement is het culturele en sociaaleconomische equivalent van wat Peggy McIntosh ‘white privilege’ noemt: de voordelen die je, zonder dat je je dat realiseert, komen aanwaaien, enkel omdat je wit bent.

Je zou entitlement het 21ste-eeuwse equivalent kunnen noemen van wat in de 18de eeuw, tijdens het ancien régime, adellijke privileges waren. De voordelen van entitlement zijn minder materieel van aard, maar daarom nog niet minder reëel als die van privileges: ze geven een subtiele, maar effectieve voorsprong in de ratrace van het leven. Entitleden (sorry voor het woord) kunnen uit de voeten met de regels van het spel, kunnen netwerken, geloven in vooruitgang, voelen zich op hun gemak in een geglobaliseerde cultuur en geloven dat populistisch verzet een achterhoedegevecht is.

Entitlement is overigens niet identiek aan kritiekloze aanvaarding van de wereld zoals hij is. ‘Verlichte’, kritische kranten zoals The New York Times en, bij ons, de Volkskrant, NRC en Trouw, zijn schoolvoorbeelden van entitlement, net als Jesse Klaver en de hele universitaire wereld. Sterker, de hele Nederlandse politiek – PVV en DENK uitgezonderd – is entitled. Entitlement zit zelfs in het artikel dat de huidige president Barack Obama onlangs in The Economist publiceerde. „So we have a choice — retreat into old, closed-off economies or press forwards, acknowledging the inequality that can come with globalisation while committing ourselves to making the global economy work better for all people, not just those at the top.” De tegenstelling tussen ‘retreating’ en ‘pressing forward’ berust op het geloof dat er uiteindelijk maar één richting is: forward.

Het kenmerkende van de periode waarin we sinds een paar jaar leven is dat entitlement hoe langer hoe meer gepaard gaat met schaamte over de onoverbrugbare kloof met minder bedeelden. Die schaamte werd in Nederland verwoord door Shula Rijxman, bestuursvoorzitter van de Publieke Omroep: „Zij, die de programma’s maken, worstelen met de vraag of wij er voldoende in slagen de gevoelens in onze samenleving een plek te geven in onze programma’s.” Het is een fatale combinatie, entitlement en schaamte – een combinatie die ook kenmerkend was voor het Frankrijk van Lodewijk XVI, aan de vooravond van de revolutie. Hij maakte de bevoorrechten weerloos tegen populisten – die nu Trump, Farage, Le Pen en Wilders heten.

Filosoof Richard Rorty situeerde het begin van deze schaamte in de jaren zestig. Het werkelijk veranderen van het maatschappelijke systeem werd destijds als kansloze onderneming gezien. Velen die zichzelf aan de goede kant van de streep terugvonden, trapten volgens Rorty in de val van als mededogen vermomde wanhoop: „The system was beyond reform. The best one could do was focus on its victims.”

Dat het systeem, als puntje bij paaltje komt, inderdaad boven elke twijfel verheven is, blijkt uit het feit dat oud-president Bill Clinton ruim baan gaf aan vrijhandel en het bankwezen dereguleerde. En dat Obama naliet de crisis van 2008 aan te grijpen om fundamentele veranderingen door te voeren. In The Economist schreef hij: „Capitalism has been the greatest driver of prosperity and opportunity the world has ever known.” Focus op slachtoffers is dan wat overblijft en dat is dan ook precies wat de Democraten anno 2016 deden. Weliswaar was hun slogan ‘Stronger Together’, maar de campagne bestond bijna exclusief uit het targeten van minderheidsgroepen.

Trumps uithalen naar corruptie, de elite, politieke correctheid, de mainstream media en ‘rigged elections’ – het is allemaal te herleiden tot een breed gedeelde weerzin tegen entitlement, de essentie van populisme. Dat uitgerekend Clinton, degene die entitlement als geen ander belichaamde, tot kandidaat werd verkozen, deed de Democraten de das om. Dat zij de best gekwalificeerde presidentskandidaat ooit was, bleek geen voordeel maar haar grootste handicap. Het ironische is dat degene die het meest entitled was van iedereen – Trump – de strijd tegen entitlement won. Trump, die meent dat alles hem toekomt, van de pussy’s tot het presidentschap, is de Amerikaanse anti-Lenin. Zo bezien is de verklaring van evolutiepsychologen zo gek nog niet: deze verkiezing ging om wie het meeste ‘alpha’ is. De Clinton-weldenkenden hadden niet door dat dát het strijdtoneel was.

Een ‘sublieme historische gebeurtenis’ is dus geworteld in een radicale verandering die geen weldenkend mens ziet aankomen. ‘Subliem’ is hier niet een loftuiting, maar een neutrale, technische term. Een begrip dat stamt uit de esthetica en slaat op een mengeling van afgrijzen en fascinatie – een melange die velen die de presidentsverkiezing volgden, bekend zal voorkomen. Edmund Burke merkte in zijn Philosophical Enquiry into the Origin of our Idea of the Sublime and the Beautiful (1757) reeds op dat afgrijzen en fascinatie de gevoelens zijn die loskomen als er een appèl wordt gedaan op ons instinct tot zelfbehoud.

Dit verklaart waarom het Trump-spektakel zo’n ‘sublieme’ aantrekkingskracht op ons uitoefent: zijn zege zet het bestaan zoals we dat kennen op het spel. Het wordt nog serieuzer als we bedenken dat een sublieme historische gebeurtenis niet alleen ‘esthetisch geconsumeerd’ wordt, maar actief gemaakt vanuit eenzelfde ‘subliem’ sentiment. Mensen die een sublieme historische gebeurtenis voltrekken – de Franse revolutie, de Eerste Wereldoorlog – zetten hun eigen bestaan op het spel. Althans: ze zijn bereid een gokje te wagen met dat bestaan als onderpand. Trump werd er groot mee. In zijn boek Art of the Deal (1987) staat: „Sometimes it pays to be a little wild.” De kracht van zijn campagne was dat hij zich bereid toonde schepen achter zich te verbranden. Bij tegenslag nam hij de vlucht vooruit. Toen een groot deel van het Republikeinse establishment hem de rug toekeerde, twitterde hij: „It’s so nice the shackles have been taken off me and I can now fight for America the way I want to.”

Trumps geneigdheid gokjes te wagen, appelleerde aan een overeenkomstige drang bij het electoraat. Er waren natuurlijk echte Trump-diehards, maar een groot deel van de kiezers had sympathie voor Trump noch Clinton. Velen besloten uiteindelijk Trump toch het voordeel van de twijfel te geven en kozen zelfs tegen hun eigenbelang in. Een Democratische campagnemedewerker die probeerde mensen ervan te weerhouden op Trump te stemmen riep bezwerend: „Trump will not bring your job back.” Waarop, zo meldde de Washington Post, verbluffend vaak als antwoord kwam: „I just want change so much.” Of denk aan de jonge Griekse vrouw, op het hoogtepunt van de schuldencrisis: „Je komt op een punt dat je wilt dat er iets gebeurt. Desnoods een ramp.”

Deze blinde drang tot verandering, los van het welbegrepen eigenbelang, is kenmerkend voor sublieme historische gebeurtenissen. It’s the stuff revolutions are made of.