Het overlijden van de broer van Philip Freriks hing een grauwsluier over het gezin

Jonge jaren Hoe word je wie je bent? Philip Freriks (72) presenteert zaterdagavond weer het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Als jongeman serveerde hij een cognacje in de slaapcoupé.

Hij wil niet de indruk wekken dat hij geen gelukkige jeugd had. Want dat had hij wel. „Mijn ouders deden daar erg hun best voor en slaagden daar ook in.” Maar het verdriet over hun overleden zoon Jantje lag „als een grauwsluier” over het gezin.

Philip Freriks was nog een baby toen zijn oudere broer Jantje op 14 april 1945 in Groningen om het leven kwam. Het gebeurde tijdens de bevrijding van de stad door de Canadezen, Jantje was negen.

Hij en broer Joop waren door hun ouders in de oorlog vanuit Utrecht naar Groningen gebracht. Daar was meer voedsel en het zou er veiliger zijn, dachten ze. De kleine ‘Flip’ bleef bij zijn ouders in Utrecht.

Hij heeft later gereconstrueerd hoe het gegaan moest zijn in Groningen en schreef er het boek Jantje over. Want hoewel de schim van zijn overleden broer in het gezin altijd aanwezig was, werd over de toedracht van zijn overlijden niet meer uitgebreid gesproken. Philip Freriks herinnert zich wel dat zijn vader een tuinman, heel feitelijk, vertelde wat er met Jantje was gebeurd. Dat vond hij „hartverscheurend”.

Op 14 april 1945 keken opa en oma met Jantje en Joop hoe de Canadese tanks door de straat reden. Hun benedenbuurman was een NSB’er. Hoewel er niets meer te winnen viel, vuurde hij enkele kogels af. Aanvankelijk gebeurde er niets. Maar even later vuurde een Canadese tank een mitrailleursalvo af. Jantje werd geraakt en overleed.

Het duurde anderhalve maand voordat het bericht van Jantjes overlijden zijn ouders bereikte. Utrecht werd pas in mei, met de rest van Nederland bevrijd. Er was geen post, geen vervoer. Zijn ouders gingen op de fiets naar Groningen, waar Jantje al begraven was.

Philips oudere broer Joop herinnert zich de vele uitbundige bevrijdingsfeesten na de oorlog, waaraan het gezin Freriks niet meedeed. Hun moeder maakte een depressieve periode door. Ze ging zelfs enige tijd uit huis. Het lukte zijn vader meer „om vooruit te kijken”, zegt Philip Freriks. Zijn moeder hervond zich later, toen ze namens de PvdA in de gemeenteraad in Utrecht ging. Ze was het brein van het gezin, zegt broer Joop, maar ze was ook nerveus en gevoelig voor stress. Had vaak migraine.

Of het door het verlies van Jantje kwam, weet hij niet, maar zijn moeder „was overbezorgd”, zegt Philip. En Flip was volgens zijn oudere broer Joop een „ondernemend kind”. Als kind ging hij geregeld „aan de wandel”. „Dan vond mijn moeder hem een kilometer verderop, waar hij met zijn knietjes over elkaar mensen grappen zat te vertellen.” Met smaak vertellen, dat is het talent dat Philip van zijn ouders en een opa heeft geërfd, zegt Joop.

Parijs

In zijn middelbare-schooltijd zat Philip Freriks uren met klasgenoten in de Espressobar van het Smitshotel in Utrecht, waar je voor een dubbeltje slagroom op je koffie kreeg. Ze fantaseerden over weggaan uit Nederland, en reizen. Philip heeft het als enige van die groep gedaan. „Zoals zoveel sentimentele pubers droomde ik van een groots leven.” Het verdriet thuis speelde „ongetwijfeld” ook een rol bij de wens om te vertrekken. Het straatje in Utrecht waar zijn ouders woonden, benauwde hem. De eeuwige fietstochtjes naar het graf van zijn broer op zondag vond hij beklemmend.

Zijn moeder heeft hij groot verdriet gedaan toen hij op middelbare leeftijd in een interview vertelde dat hij het verdriet ontvluchtte door als twintigjarige naar Parijs te vertrekken. „Ze had zo haar best gedaan ons niet te belasten met het verdriet. Ze zag het als een echec dat dat niet was gelukt. Ik had mijn opmerkingen volstrekt niet als verwijt bedoeld, maar je voelt als kind dat je moeder verdriet heeft.” Het gekke is, zegt Freriks, dat hij nu graag op begraafplaats Den en Rust in Bilthoven komt, waar zijn ouders bij Jantje zijn begraven.

Vrij reizen

De familie Freriks „was van de trein”, zegt Philip. Zijn vader en diens broer werkten er, zijn grootvader en hijzelf later ook even. „Maar wat we daar eigenlijk mee bedoelden te zeggen was: de trein was van ons.” Dat er ook reizigers mee moesten, was een noodzakelijk kwaad en ook wel enigszins „hinderlijk”, zegt Philip niet zonder ironie. Met mannen die een treinbaan aanlegden op zolder, had Philips vader weinig op. „Hobbyisten die beter dan hij wisten welk typenummer een bepaalde trein had. Mijn vader hoefde al die typenummers niet te weten, want hij wérkte bij het spoor.”

Een fijne bijkomstigheid was in die tijd dat het hele gezin vrij mocht reizen, eerste klas zelfs in het geval van de familie Freriks. Ze gingen op vakantie naar Ventimiglia in Italië of naar Frankrijk. Toen het met zijn journalistieke carrière nog niet zo wilde vlotten, werkte Philip op de nachttreinen van Wagon Lits. Hij maakte de bedden op en serveerde desgewenst een cognacje in de slaapcoupé of een kwartliterflesje champagne. Op tussenstations liet hij de kleine hondjes van chique dames uit. Dat hield overigens niet meer in dan dat hij ze aan hun riem uit de trein hing en weer naar binnen hees als ze hun behoefte hadden gedaan.

Van onze roeimedewerker

Philip Freriks is als 72-jarige nog volop aan het werk. Hij is dan ook, zegt hij zelf, een laatbloeier. Op de hbs voerde hij weinig uit. Zelf zegt hij: „Ik was niet iemand die graag leerde.” Hij roeide, en was druk met leeftijdgenoten. Toen het gezin telefoon kreeg, herinnert broer Joop zich, werd er voortdurend voor Philip gebeld. Jeugdvriend Felix Visser: „Op feestjes en gelegenheden praatte hij alles aan elkaar, hij was altijd al de presentator.”

Als er al een moeilijke periode in zijn jeugd is geweest, zegt zijn broer die zelf huisarts werd, dan was het toen. „We maken wel eens grappen, dat hij te druk was voor school, maar het ging gewoon niet goed. Hij had de lachers altijd op zijn hand, maar daar moest hij het ook van hebben; hij was geen goede leerling.”  Felix Visser zegt: „Hij kon het natuurlijk wel, maar we waren alleen maar aan het fuiven. We hingen de hele nacht in donkere jazzkelders.”

Naast school roeide Philip bij Viking. Een buurman werkte bij het Nieuw Utrechts Dagblad en Philip vroeg hem: waarom staat er nooit iets over roeien in de krant? De buurman vroeg hem een verslagje te schrijven, dat zijn moeder uittypte. Toen Philip zijn stukje in de krant zag en daarbij de woorden: ‘van onze roeimedewerker’ vond hij dat wel wat. „Het kwam op een goed moment, ik had geen idee wat ik moest.”

Hij werkte voor het Vrije Volk en later als correspondent voor de Volkskrant in Parijs en presenteerde Het Journaal. Hij is altijd onzeker gebleven over zijn journalistieke talent. „’t Was tobben: is het wel goed genoeg wat ik doe?”

Ongeveer vier maanden per jaar is Philip Freriks in Amsterdam, met Lili, het meisje waar hij als tiener verliefd op werd tijdens een jazzfestival in Juan-les-Pins. Ze trouwden toen hij 23 was. Hun appartement in Amsterdam, het is niet groot, kijkt uit over de Wittenburgergracht. Het is vroeg donker, ze serveren thee en stroopwafels. Aan de muren hangen vooral stadsgezichten. De Utrechtse Oudegracht, het straatje van Vermeer in Delft, zicht op de Koepelkerk in Amsterdam. In Nederland presenteert Freriks kennisquiz De Slimste Mens en Het Groot Dictee der Nederlandse taal, dat hij hier naar Frans voorbeeld introduceerde. De rest van het jaar wonen hij en Lili in Frankrijk.