Cultuur

Interview

Interview

Kasper Dolberg: ‘Er gaat best veel in mijn hoofd om, hoor’

Kasper Dolberg Tegen PSV sluit de 19-jarige Ajax-spits Dolberg zondag het jaar van zijn doorbraak af. Hij geniet, ook als hij niet scoort. „Spits leek me altijd een beetje saai.”

Heel even maar kijkt hij op, je ziet het amper. Net voor Kasper Dolberg de verdediger van Celta de Vigo met één voetbeweging afschudt, op weg naar het doelpunt waarmee hij internationaal de aandacht op zich vestigde, is er die korte blik achterom. Een fractie van een seconde waarin de Ajax-spits zijn positie bepaalt, de verdediger ziet naderen, de ruimtes taxeert. Als de pass van Bertrand Traoré komt, weet hij al precies hoe het verder gaat.

„Ik zag dat die verdediger alleen stond, de andere verdediger stond bij Amin Younes”, vertelt Dolberg wanneer hij zes weken later de beelden nog eens terugkijkt. „Er lag wat ruimte, ik probeerde de bal er langs te chippen. Ik weet niet hoe precies, maar ik voelde dat die verdediger eraan kwam. Als-ie was blijven staan, had het geen zin gehad om dit zo te doen.

„Het gaat er ook om wat die verdediger daarvoor deed, dat neem je in je op. Het was een vrij agressieve jongen. Hij probeerde er steeds voor te kruipen. Daar hebben we het voor de wedstrijd ook over gehad, maar uiteindelijk moet je dat voelen, je moet het ervaren, hoe zo’n verdediger speelt. Ik wist dat ik hem met een goeie first touch kwijt zou zijn.”

Zijn voeten voeren zijn voorgenomen handeling vlekkeloos uit. In één beweging stuurt hij de bal langs Sergi Goméz, hij glipt zelf aan de andere kant de aanstormende Spanjaard voorbij waarna hij voor de goal belandt en met rechts afmaakt. De Arena in katzwijm, met bijna 45.000 getuigen van een wereldgoal. Eén van hen, de Nederlandse bondscoach Danny Blind, zei later: „Ik wist niet wat ik zag.”

Dolberg knikt. „Die goal trok veel aandacht, ja. Maar voor mij veranderde er niet zo veel. Het was een goede uitvoering, ik heb toen ik hier bij Ajax kwam [op zijn 17de] en spits werd veel gewerkt aan dat eerste balcontact. Dat bepaalt namelijk zoveel in je spel. Nu weet ik dat als ik de bal krijg, ik meteen iets moet doen met die eerste actie. Het heeft geen zin eerst de bal te stoppen en in beweging te komen, dat duurt allemaal te lang.”

Kasper Dolberg, negentien jaar geleden geboren in een klein dorp in Midden-Jutland, spreekt in afgemeten antwoordjes die schril afsteken bij zijn sensationele opmars in het profvoetbal. Uiterlijk onbewogen laat hij je rustig aanrommelen met een ellenlange aanloop voor een vraag, om dan te antwoorden met: „Yeah, I guess.”

Het is vrijdagmiddag, daags na het bekerfiasco tegen Cambuur (2-1 nederlaag). Peter Bosz stelde in Leeuwarden een B-ploeg op. Een kwartier na rust, bij 2-0 achter, bracht de Ajax-coach drie basiskrachten in – onder wie Dolberg. De Deen kon weinig uitrichten in het half uur dat hem gegeven was. „Het is niet echt voetbal meer wat je dan speelt, het is meer alles doen om te scoren”, zegt Dolberg. „Dat ligt mij niet zo.”

Dat ik nu niet scoor is niet iets waar ik mee bezig ben.

De bekernederlaag heeft amper zijn weerslag op de sfeer in de kantine op trainingscomplex De Toekomst. De Deense scout John Steen Olsen, even op bezoek in Amsterdam om zondag tegen PSV zijn ontdekking Dolberg aan het werk te zien, schudt handen. Sjaak Swart legt Amin Younes nog een keer uit hoe het moet. Peter Bosz baalt dat hij zijn reserveploeg niet goed aan de aftrap had gekregen tegen Cambuur. „Misschien ben ik niet zo’n goede trainer”, zegt hij in het vrijdagse perspraatje. De topwedstrijd tussen Ajax en PSV zondag zal de nasmaak van de eerste seizoenshelft bepalen, na de nederlaag tegen FC Twente afgelopen zondag en het echec in Leeuwarden. Al dat moois dat Ajax afgelopen maanden op de mat legde, dreigt overwoekerd te worden door het chagrijn van de laatste week.

En Dolberg? Hij scoort al eventjes niet, het zij zo. Sinds de fabelachtige hattrick tegen NEC op 20 november kon de Deen het net niet meer vinden. Vorige week, tegen FC Twente, bracht de 19-jarige ster van Ajax volgens Bosz niet genoeg. „Het is moeilijk te zeggen waarom het niet lukt. Zo’n verdediging van Celta is waarschijnlijk beter dan die van FC Twente, en toch lukt het niet. Die situaties ontstaan niet, of ik zie ze niet ontstaan. Snap je?”

Je voelt je wel hetzelfde als toen het wel liep?

„Precies hetzelfde. Nee, ik zou niet willen zeggen dat het aan me knaagt.”

Wat voel je dan wel?

„O, van alles. Er gebeurt best veel in mijn hoofd, hoor. Maar dat ik nu niet scoor is niet iets waar ik mee bezig ben. Belangrijker vind ik dat ik het gevoel heb goed in een wedstrijd te zitten, dat ik me prettig voel op het veld. Goals zijn maar een onderdeel daarvan.”

Meen je dat?

„Ja. Drie jaar geleden zou ik niet gedacht hebben dat ik een spits zou zijn. Ik was altijd vleugelspeler, hield van acties maken, betrokken zijn in het spel. Ik vond spits maar een beetje saai: in de zestien komen, naar de eerste paal gaan voor die voorzet. Da’s alles, dacht ik.”

Zo niet bij Ajax, waar een spits zoveel meer moet zijn dan de man die het laatste zetje geeft. John Bosman, spitsentrainer in de Ajax-jeugd, kreeg Dolberg voor het eerst te zien tijdens een stage twee jaar geleden. „Goed lichaam, mooi koppie. We hadden hem linksbuiten staan, maar we dachten allemaal meteen: dit is een spits”, zegt de oud-spits van Ajax en Oranje. „Ik gooide een paar ballen voor hem op, dat hij ze terug kon koppen. Er zat echt power achter. Zó, dacht ik, da’s hard. Hij heeft zo’n stijl van koppen waarvan ik dacht: dat zie je niet vaak meer. En een pegel in die poot, hè.”

En toch, zegt Dolberg zelf, is het koppen hem niet aangeboren. Hij kan goed timen, hoog springen, iets dat hij volgens zichzelf onder meer aan zijn jeugd als handballer dankt. „Maar ik was er nooit echt dol op, bleef liever uit het doelgebied weg.” Nu kopt hij uit alle standen op doel, tot aan die achterwaartse kopbal tegen NEC. „Als het met het voorhoofd niet gaat, moet je wat anders bedenken.”

Ik leef niet alleen voor goals, ik wil ook meevoetballen.

Het is bijna alsof Dolberg het opgekropte verlangen naar een echte Ajax-spits heeft aangehoord, de jarenlange kritieken over voorgangers tot zich heeft genomen en toen heeft besloten dat hij het precies goed ging doen. „Wat ik hoorde over het zijn van Ajax-spits, dat is precies hoe ik wil spelen”, zegt Dolberg. „Want ik leef niet alleen voor goals, ik wil ook meevoetballen, kansen creëren voor anderen. Ik zie voor mezelf geen andere rol weggelegd dan deze.”

Onder druk van de tegenstander wegdraaien. Aanbieden, kaatsen, diepte zoeken. Scoren, al twaalf keer in totaal, acht keer in de eredivisie waaronder tegen Feyenoord. Hij heeft ‘zachte voetjes’, zoals dat heet: de bal speelklaar leggen uit keiharde passes. Van de centrumspitsen in de eredivisie heeft hij veruit de meeste dribbels en schoot hij ook het meest op doel per negentig minuten. Ajax, zo lijkt, heeft zijn gedroomde nummer negen, kort nadat de vorige – Arek Milik – voor een recordbedrag van 32 miljoen naar Napoli verhuisde.

Zoals het gaat met de echte groten sloeg hij Jong Ajax over. Bosz promoveerde hem deze zomer van de A1 vrijwel meteen tot vaste spits in het eerste. Hij scoorde bij zijn debuut, zo hoort het ook als grote Ajacied in wording. Het gekke, zegt Bosman, is dat hij ondanks de verhoogde weerstand in de senioren nu beter speelt dan in de jeugd. En ook knappere goals maakt. „Ik had in de A1 weleens het idee dat hij niet helemaal besefte wat hij kon. Dan zag je hem gewoon een hele tijd niet, was hij er met zijn hoofd niet bij. Blijkt dat hij vooral gewoon hogerop wilde, uitgedaagd wilde worden.”

Zijn huidige mentor Dennis Bergkamp, spitsentrainer bij het eerste, zei dat hij lang niet zo’n complete spits had gezien bij Ajax. „Interessant wordt voor hem hoe vaak hij dit kan laten zien. Want alleen dat zal bepalen hoe groot hij wordt.”

Mensen verwachten heel wat van je.

Dolberg: „Yeah, maybe. Maar ik ga niets anders doen dan wat ik deed. Ik ben wel veel aan het denken over situaties in de wedstrijd, wat er kan gebeuren, welke keuzes ik maak. Maar als je op het veld staat, is het toch altijd weer anders. Die situaties herkennen. Dat gaat stap voor stap.”

Wat doe je buiten het voetbal om?

„Het liefst doe ik niets, blijf ik thuis met vrienden, familie of mijn vriendin als ze overkomen. Ik mis ze allemaal wel, dat is soms wel moeilijk, maar ze komen gelukkig vaak langs.”

Je bent verliefd hè?

Hij bloost. Tovert zijn eerste – tevens laatste – glimlach op zijn gezicht. „Ja, het speelt al een tijdje. Ik ken haar al sinds mijn tijd bij Silkeborg. Yeah, it was a good year. Er zijn echt fantastisch dingen gebeurd.”