‘En dan gaan we nu het embryo plaatsen’

Vruchtbaarheidstoerisme Stellen met een kinderwens hebben in Spanje mogelijkheden die in Nederland verboden zijn. IVF met behulp van experimentele technieken? Ja hoor. Anonieme eiceldonatie? Kan. En wilt u een sportief of sociaal vaardig kind? NRC reisde mee.

Foto Thomas Rueb

Klassieke muziek kabbelt door de operatiekamer. Op het tv-scherm een petrischaaltje, ‘Van der Veer’ staat erin geschreven, een pipet ingezoomd tot reusachtige proporties zuigt iets uit het midden. Live. „Kijk”, zegt de arts, „dat is jullie embryo.” Buiten jaagt de regen door de palmbomen. Zulk slecht weer zien ze in Alicante zelden.

De deur opent. Het bevruchte eitje wordt binnengedragen vanuit het lab. Annemiek van der Veer (41), benen in de beugels, volgt de bewegingen van de assistent met haar ogen. Maarten Jonges, haar vriend, filmt alles op zijn telefoon.

„En dan gaan we nu het embryo plaatsen”, zegt de arts in het Engels. Met de muis wijst ze op het beeldscherm aan waar dat moet gebeuren. „Precies… hier, in het dikste punt van de baarmoeder.” Met een rietje wordt het bevruchte eitje ingebracht, het is secondewerk.

Tien minuten later is Annemiek weer aangekleed. Ze speelt met het koekje dat ze toegestopt kreeg. Een feestelijk blauw ding, met een ooievaar erop. Ze is geëmotioneerd, veegt het blonde haar uit haar gezicht.

„Gefeliciteerd”, heeft ze te horen gekregen, „vanaf nu bent u twee weken zwanger.”

Dit is waar ze voor naar Spanje zijn gekomen. Een kind, hun laatste kans. Maar het is wel een gek gevoel: of ze zwanger blijft, of het eitje nestelt, is nog afwachten. Het is in Nederland al eerder mislukt, dit is de zesde keer dat ze een ivf-behandeling hebben ondergaan. Maar ze zijn hoopvol. „Hier in Alicante doen ze de dingen anders”, zegt Annemiek.

Foto Thomas Rueb

Vruchtbaarheidsindustrie

Vruchtbaarheid is in Spanje een industrie. Enkele tienduizenden Europese vrouwen reizen jaarlijks naar het land af voor een ivf-behandeling of om een anoniem gedoneerde eicel aan te schaffen. Bijna nergens in Europa is de medische wetgeving zo soepel, en de belofte aan stellen met een kinderwens zo hoopgevend.

Een dag in privékliniek IVF Spain in Alicante en je hoort een potpourri aan talen voorbij trekken. Engels, Duits, Deens, Nederlands, Vlaams – nauwelijks Spaans. 95 procent van de clientèle is van over de grens. „En we kunnen bijna iedereen in hun eigen taal ontvangen”, zegt manager Inge Kormelink.

Hoeveel Nederlanders per jaar voor een kind naar Spanje vertrekken? We weten het niet. De landelijke vereniging voor Gynaecologen (NVOG) schat het aantal op vele honderden, mogelijk duizenden. „Het wordt nergens bijgehouden”, zegt woordvoerder Jesper Smeenk. „Maar we hebben het gevoel dat het er elk jaar weer meer worden.” Bij IVF Spain zijn er onder de ruim duizend patiënten per jaar zo’n 200 Nederlanders.

In Spanje is ivf ingericht op de buitenlandse markt, zegt Smeenk. In Nederland hebben op dit moment twaalf klinieken een vergunning om ivf-behandelingen uit te voeren, zegt hij; in Spanje (bevolking 46,8 miljoen) zijn dat er ruim 250. De website van IVF Spain is in foutloos Nederlands (of Duits, of Frans, of Engels). Smeenk: „Zo worden patiënten ook benaderd: kom naar Spanje, wij beschikken over allerlei technieken die bij jou thuis niet worden gebruikt.”

Technieken als assisted hatching, waarbij er gaatjes in de schil om het embryo worden geschoten zodat het er gemakkelijk uitkruipt. Of time lapse, waarbij er in een zogeheten ‘broedstoof’ elke vijf minuten een foto van het embryo wordt gemaakt om de ontwikkeling te volgen. Waslijsten medicijnen worden voorgeschreven, diepgravend DNA-onderzoek gedaan, met andere technieken gekoeld.

Waarom daar wel en hier niet? „In Nederland pas je als arts alleen behandelingen toe die klinisch bewezen zijn”, zegt Jesper Smeenk van NVOG. „In Spanje experimenteren ze meer.” Daar komt nog een financiële component bij. „Zorg in Nederland is collectief ingericht; is deze behandeling kosteneffectief? Wie betaalt bepaalt – zo werkt dat bij ons niet.”

De maximumleeftijd van vrouwen voor ivf ligt in Nederland op dit moment op 45 jaar, en wordt vergoed tot 43 jaar, al zijn er plannen om die leeftijd te verhogen. In Spanje bestaat er geen leeftijdsgrens. Bij IVF Spain mag het tot je 51ste.

Late kinderwens

Maarten Jonges (50) zou nooit oud worden, dat wist hij zeker. Net als zijn vader, die was tenslotte ook al op zijn 36ste dood. Nee, het was niet Annemiek, maar Maarten die laat was met zijn kinderwens. „Zonder vader opgroeien, zoals ik, dat wilde ik een kind niet aan doen”, vertelt hij in de wachtkamer in Alicante. „Ik voelde gewoon dat het zou gebeuren.”

Hij ontmoette Annemiek, die altijd al moeder wilde worden, maar hij was onwrikbaar. En toen kwam, alsof voorspeld, die hartaanval. „Er veranderde iets in mij op dat moment”, zegt hij. „Ik klampte de artsen vast: ‘Als je me godverdomme maar niet dood laat gaan…’” Dat gebeurde niet, en hij voelde zich klaar voor een kind.

Maar was dat nog op tijd?

Annemiek heeft het inmiddels genoeg gehoord in Nederland, in verschillende bewoordingen. Telkens kwam het hierop neer: „U bent nu in de veertig, mevrouw, misschien moet u accepteren dat dit voor u niet is weggelegd.”

Ze hoorden over Spanje, waar meer mogelijk zou zijn. Eén van de grootste pull-factors, naast ivf, is eiceldonatie. In Nederland – en de meeste andere Europese landen – is het niet toegestaan om anoniem eitjes te doneren, in Spanje wel. Stellen reizen vanuit heel Europa hierheen om bij een privékliniek een eitje te kopen, dat vervolgens door de man in vitro wordt bevrucht en door de vrouw gedragen. Kortom, de man is de biologische vader, de biologische moeder blijft onbekend.

Aanvankelijk bracht dat ook Annemiek en Maarten naar Spanje, tot bleek dat ze daar wel een goede kans met ivf kregen toegedicht. In Nederland hoorden ze dat er slechts 20 procent kans bestond dat ivf bij haar nog zou lukken. „Bij IVF Spain zeiden ze 70 procent”, zegt Annemiek. „Dat wilden we dus eerst nog een keer proberen. Dan zou het toch van ons allebei zijn.”

Blauwe ogen

Er loopt vandaag nog een Nederlands stel rond in de privékliniek in Alicante. Ingeborg (45) uit Tilburg zit met haar man Johan (46) in de wachtkamer bij te komen van de behandeling. Zojuist is bij haar een bevrucht donoreitje geplaatst.

„Ik vind het ergens wel moeilijk dat het kind niet van mij is”, zegt ze zachtjes. „Maar een kind is onze grootste wens.”

Bij eiceldonatie in Spanje kun je er nooit achterkomen wie het eitje heeft gedoneerd – en het kind dus nooit wie de biologische moeder is. „Ik vind dat een nadeel, Johan vooral een voordeel”, zegt ze.

De kliniek is bij wet verplicht de beste uiterlijke match te vinden in de database, die ongeveer 500 donoren bevat. „Als een stel beiden blauwe ogen heeft”, zegt Inge Kormelink, „dan heeft de donormoeder die dus ook.”

Alleen bij Joodse ouders die een Joods kind willen, moeten ze soms nee zeggen. „Die zitten niet altijd in de database”, zegt Kormelink. „Maar we zullen wel ons best doen om actief donors te vinden.”

De beoogde ouders kunnen voorkeuren opgeven voor eigenschappen van de anonieme donormoeders uit de database. Vinden ze sportiviteit belangrijk? Of intelligentie? Sociale vaardigheden? Op basis van die kenmerken wordt de eiselectie door de artsen gemaakt.

Wat zij hebben gekozen? Top drie? „Sportiviteit”, zegt Johan. „O, en intelligentie. En sociaal.”

De eitjes zijn volgens de kliniek vooral afkomstig van studenten uit de omgeving van Alicante, gemiddelde leeftijd: 25 jaar. Te controleren is dat niet.

Betalen voor weefsel is in Spanje, net als in Nederland, bij wet niet toegestaan, maar daar is wel een weg omheen: donoren krijgen een ‘onkostenvergoeding’ van maximaal duizend euro. En er zijn meer manieren om donoren te trekken. Zo biedt IVF Spain aan om kosteloos eitjes in te vriezen voor mogelijk eigen gebruik in de toekomst – wat normaliter toch al gauw een paar duizend euro kost – in ruil voor een paar gedoneerde eitjes.

Kosteloos invriezen

Gynaecologen in Nederland zijn bezorgd over dit vruchtbaarheidstoerisme, zegt Jesper Smeenk. Niet zozeer vanwege medische risico’s, maar vooral omdat de verwachtingen niet altijd worden ingelost.

Want is ivf in Spanje nou echt succesvoller dan hier? Dat is moeilijk te zeggen. In Nederland worden ivf-cijfers centraal bijgehouden, in Spanje bepalen de privéklinieken zelf wat ze al dan niet naar buiten brengen. Geadverteerde succespercentages zijn dus niet te controleren.

De kosten zijn niet gering. Maarten schat dat hij en Annemiek tot nu zo’n 30.000 euro aan de Spaanse behandelingen hebben uitgegeven, inclusief reiskosten. Veel geld, maar dat is het hun waard, zegt hij – als het lukt, natuurlijk.

Denken ze daarover na? Dat het ook mis kan gaan?

Maarten haalt zijn schouders op. „Je wil er niet aan denken, maar ik probeer ons mentaal wel voor te bereiden. We hebben een goede kans, maar het is geen garantie natuurlijk.” Als het deze keer mislukt, hebben ze nog één kans: er zijn door de kliniek twee gezonde, bevruchte eitjes geoogst. Eentje is net geplaatst, de ander is reserve. „Dus als deze niet blijft zitten, dan kunnen we nog één keer terug.”

En anders? Adoptie?

Annemiek schudt haar hoofd. „Als we mochten adopteren, dan hadden we dat al lang gedaan, maar daar zijn we – geloof het of niet – volgens de Nederlandse wet te oud voor.” (De maximumleeftijd is 41 jaar.)

Eiceldonatie dan? Ze kijken elkaar even aan. „Daar hebben we het t-z-t nog wel over”, zegt Maarten. „Dit heeft allemaal al een hoop geld gekost.”

Die avond gaan ze luxe uit eten in Alicante. Ze proosten, alcoholvrij, op het slagen van de trip. Ze praten over hoe anders dit ging, vandaag, dan ze in Nederland al zo vaak hebben meegemaakt. „Ik overdrijf een beetje”, zegt Annemiek, „maar toen was het echt: broek uit, ga maar zitten, nog net niet middenin de spreekkamer van de arts. In vijf minuten stond ik weer buiten.”

Hier in Spanje was alles steriel, ze mocht geen make-up op, geen parfum, slikte van tevoren hormonen om haar baarmoederweefsel dikker te maken, ze kon alles volgen op het scherm. Na afloop kreeg ze een waslijst aan medicijnen mee.

En nog zoiets, ze mag de komende weken niet fietsen, daar was de arts heel stellig over. Dat kan het embryo verstoren. Ze schudt haar hoofd. „In Nederland heeft daar nog nóóit iemand iets over gezegd.”

De afloop

Twee weken na hun reis naar Alicante duikt er op de Facebookwall van Annemiek een bericht op. „Allereerst willen we jullie bedanken voor al het duimen, kaarsjes branden, steunbetuigingen, medeleven. Maar helaas…”

Zij en Maarten hebben geen goed nieuws. Het embryo heeft zich niet ingenesteld, de zwangerschap is net voortijdig afgebroken.

„Zo verdrietig, we zijn er doodziek van”, zegt Annemiek over de telefoon. „We hadden echt zoveel hoop. We moeten nu het verdriet een plekje geven. Maar ook naar de toekomst kijken.” Ze gaan snel weer naar Spanje om te laten uitzoeken wat er deze keer misging.

Op haar Facebook plaatst Annemiek een afbeelding van een kerstkaart, met daarop een Engelse tekst: ‘I think as you grow older your Christmas list grows shorter, because the gifts you want can’t be bought’.

In Alicante ligt nog één eitje voor ze klaar.