‘Een dubbele nationaliteit past bij deze tijd’

Vijf vragen Nederlanders in het buitenland moeten over een dubbele nationaliteit kunnen beschikken, stellen Tweede Kamerleden Sjoerd Sjoerdsma (D66) en Ahmed Marcouch (PvdA) in een initiatief-wetsvoorstel. Waarom?

Foto Lex van Lieshout/ANP

Waarom dit voorstel?

Veel Nederlanders realiseren zich niet dat ze hun Nederlanderschap kwijtraken als ze een buitenlandse nationaliteit krijgen. Soms komen ze daar pas achter als ze van het buitenland terug willen reizen naar hun geboorteland. Dan moeten ze vaak een visum aanvragen.

Ook kunnen ze bij hun werk in het buitenland behoorlijk gehinderd worden door de huidige beperkingen in de wetgeving. Uit angst hun Nederlanderschap te verliezen, vragen ze geen tweede nationaliteit aan in het land waar ze wonen of werken. Maar dan is het vaak niet mogelijk om daar een baan aan te nemen (bijvoorbeeld bij de nationale overheid in dat land) of onroerend goed te kopen.

Een dubbele nationaliteit past ook bij deze tijd, vinden de indieners van het voorstel. Ondanks langdurig verblijf in het buitenland, houden veel Nederlanders graag een band met het geboorteland. Internet en vliegverkeer vergemakkelijken dit contact.

Zijn er concrete voorbeelden van Nederlanders om wie het hier gaat?

De toelichting van het wetsvoorstel noemt het voorbeeld van een scheepvaartondernemer in Nigeria. Die verloor zijn Nederlanderschap toen hij het staatsburgerschap van Nigeria kreeg aangeboden. Dit als dankbetuiging voor zijn grote investeringen in het land. Weigeren van het aanbod was geen optie. Dat zou een belediging van het staatshoofd zijn geweest. Door het verliezen van zijn Nederlanderschap moest de scheepvaartondernemer bij terugkeer naar zijn kantoor in Rotterdam een visum aanvragen.

Sjoerdsma heeft de afgelopen dagen de nodige mails ontvangen van Nederlanders in het buitenland die met hindernissen in hun werk in het buitenland te maken kregen. Dit omdat ze de buitenlandse nationaliteit niet aanvroegen uit angst om hun Nederlandse nationaliteit te verliezen.

De Nederlandse Michiel Horsman, die al meer dan twintig jaar in Zweden woont, schreef Sjoerdsma: ,,Het niet kunnen hebben van de Zweedse nationaliteit zonder mijn Nederlandse op te geven heeft meerdere gevolgen. Het zoeken van een baan wordt beperkt, bij diverse rijksinstellingen mag je alleen werken als je ook de Zweedse nationaliteit hebt. (..) ,,Ik schrijf momenteel z´n 50 sollicitatiebrieven per maand zonder dat daar een echte baan uit voortkomt. De enige banen die ik nu heb is invalkracht in het onderwijs in de plaats waar ik woon en als tuinman/ sneeuwruimer op urenbasis. “

Over zijn band met Nederland schrijft Horsman: ,,Als je voor meer dan 100 procent zeker weet dat je nooit meer in Nederland komt te wonen zou je misschien de stap nemen om de Nederlandse identiteit en nationaliteit op te geven. Maar aangezien zowel mijn ouders als mijn zussen met hun familie´s met kinderen in Nederland wonen, bestaat er nog altijd de kans dat je ooit weer in Nederland gaat wonen.”

Hoe groot is de groep waarover het voorstel van PvdA en D66 gaat?

Dat is onduidelijk. Bekend is dat er ongeveer 900.000 Nederlanders in het buitenland wonen of werken. Maar hoeveel van hen het Nederlanderschap hebben ingeleverd ten gunste van een buitenlandse nationaliteit, is onbekend. De indieners van het voorstel beschikken niet over deze cijfers. De verantwoordelijke departementen (Veiligheid en Justitie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken) ook niet. Volgens het CBS hadden ongeveer 1,3 miljoen Nederlanders die in Nederland wonen, in 2014 een dubbele nationaliteit.

Volgens Sjoerdsma gaat het evenwel om een substantiële groep. Hij leidt dit onder meer af uit een rapport van de Nationale Ombudsman. Die kritiseerde in mei van dit jaar het gebrek aan informatie dat de Nederlandse overheid geeft over het risico van verlies van de Nederlandse nationaliteit. Op een oproep van de Ombudsman om ervaringen hiermee te melden, kwamen zo’n 500 reacties.

Gaat het voorstel in tegen heersende trends?

Ja en nee. In de Tweede Kamer is er de laatste jaren veel te doen geweest over de dubbele nationaliteit van, onder anderen, Marokkaanse-Nederlanders. „Mede daardoor kwam rond de dubbele nationaliteit de sfeer van deloyaliteit te hangen”, zegt Sjoerdsma. Dat is onterecht, zegt hij, mede gelet op ontwikkelingen in het buitenland. Daar is juist de trend om steeds gemakkelijker om te gaan met dubbele nationaliteiten. Was in 1960 in een meerderheid van landen (61 procent) het onmogelijk om twee of meer nationaliteiten te hebben, inmiddels is dat gedaald tot 27 procent. In naburige landen als België, Frankrijk, Italië en Luxemburg is het behoud van de eigen nationaliteit, naast een buitenlandse nationaliteit, al mogelijk.

Verder vergeten veel mensen, zegt Sjoerdsma, dat Nederlanders in feite al een dubbele nationaliteit hebben: naast het Nederlanderschap ook het supranationale EU-burgerschap.

Haalt het wetsvoorstel een meerderheid in de Tweede Kamer?

Dat is nog onzeker. Sjoerdsma zegt zijn hoop vooral op de VVD te hebben gevestigd. Die heeft een behoorlijke achterban bij Nederlanders in het buitenland, net als D66. Anderzijds heeft de VVD vaak gehamerd op het belang van een enkelvoudige nationaliteit. „Ik weet niet welke kant het kwartje opvalt”, zegt Sjoerdsma. Verantwoordelijk VVD-Kamerlid Malik Azmani was vrijdag niet bereikbaar voor commentaar.