Discordia: theater zonder vangnet

Theater

„Geniale kunstenaars” met „enorm spannend theater”: acteurs leggen uit waarom het Nederlandse Discordia al 30 jaar zo welkom is in Vlaanderen.

Miranda Prein, Matthias de Koning, Jan Joris Lamers en Bartel Jespers in een voorstelling van Discordia. Foto Bert Nienhuis

Toen Jan Joris Lamers en co in 1986 voor het eerst in het Antwerpse kunstencentrum Monty neerstreken met Ritter Dene Voss, werd dat het begin van een vruchtbare kruisbestuiving. Discordia baarde niet alleen collectieven als De Roovers, Tg Stan en De Koe, maar inspireerde ook figuren als Lucas Vandervost of Viviane De Muynck. Hun werk heeft een blijvende invloed op het Vlaamse theater gehad.

Ze maken theater zoals abstracte schilderijen

„Ik zou niet zijn wie ik ben zonder hen”, stelt Damiaan De Schrijver. Met Stan speelt hij donderdag in Monty een benefiet voor de Hollandse meesters, nu die in eigen land weer uit de subsidieboot gevallen zijn. Zelf voert Discordia opnieuw Ritter Dene Voss ten tonele en vergast het op twee avonden van ‘repertoirevereniging De Veere’: fijne collages uit het rijke repertoire, met vele toneelspelersvrienden. Nog meer dan een collectief is Discordia een brede familie. In Monty viert die familie deze week dertig jaar Vlaamse connectie.

Wat is het geheim van de hechte band? De verlopen zeildoeken en houtlatten die bij Discordia steevast het decor vormen, het bekende en minder bekende repertoire dat soms droogweg wordt opgelezen, het geneuzel met prullaria op het toneel: sommigen vinden Discordia intussen veeleer museaal dan verfrissend. Maar er is in Vlaanderen ook een hechte fanclub.

Handenarbeid

„Je moet willen lezen wat er achter hun werk zit”, zegt De Schrijver. „Het gaat Discordia om het voortdurende hergebruik van een lang opgebouwd repertoire van tekst en ander materiaal. En daar neemt de toneelspeler zelf alle verantwoordelijkheid in – van de affiche tot de verkoop. Dat is heel anders dan allemaal virtuoos tekst te staan brallen ter meerdere eer en glorie van een regisseur die zijn ego ver boven de auteur verheft. Bij Discordia is toneel nog handenarbeid. Duizenden keren heb ik dezelfde stoelen mee helpen in- en uitladen, niets wordt weggegooid. Elke keer worden dezelfde katrollen, staketsels en achterwanden anders opgesteld om opnieuw verbeelding mogelijk te maken.”

Ook Sara De Bosschere van De Roovers is juist door dat element altijd ontroerd geweest. „Bij Discordia ben je als speler niet de verf op het schilderij, maar word je mee de schilder. Elk moment kan elke speler de geleerde tekst onderbreken voor spontane interactie in het moment, ook met het publiek. Dat maakt het heel spannend en accuraat.”

Dat is in die dertig jaar natuurlijk niet altijd gelukt, nuanceert Peter Van den Eede van De Koe. „In de jaren tachtig was hun ‘afstandelijk betrokken’ spel een noodzakelijk alternatief voor de emotioneel gezwollen acteur van toen, maar ze zijn daarna soms ook zichzelf gaan imiteren. Ook op het toneel kan dat fout gaan, juist omdat ze elk vangnet weigeren. Maar als het lukt, is het jaloersmakend om erbij te zijn. En zeker de laatste jaren hebben ze zichzelf heruitgevonden. Ze blijven zoeken, telkens opnieuw.”

Foto Bert Nienhuis

Perfecte evenwicht

„Bij Discordia beheersen ze alle facetten van het medium, van de kunst van opkomen en afgaan tot het verschil tussen eerste en laatste plan”, vindt De Bosschere. „Ze bespelen het perfecte evenwicht tussen klassieke toneelkunst en avant-garde, tussen intelligentie en emotionaliteit. Nergens anders ken ik een plek waar zo prikkelend gediscussieerd wordt over theater.”

Het perfecte evenwicht tussen klassiek toneel en avant-garde

Ook jongere makers voelen zich welkom in de familie. Bartel Jespers liep stage bij Discordia nadat hij les had gehad van Jan Joris Lamers. „Hij is een van de meest energieke, belezen en pretentieloze mensen die ik ooit ontmoet heb.” Freek Vielen vond hun werk eerst te veel kunst om de kunst, maar hoe meer hij van hen zag, hoe meer hij ervan ging houden. „Met alle terloopse details boeit hun theater me nu meer dan het overduidelijke onderwerptheater dat je steeds vaker ziet. Ze maken theater zoals abstracte schilderijen.”

Hoe lang gaat Discordia nog door, na de opdoffer van de geschrapte subsidies? „In de eerste plaats moeten we hun opslagruimte zien te behouden”, zegt De Bosschere. „Anders zou dat voelen als een bibliotheek die afbrandt. Voor de rest is theater zo verweven met hun leven dat ik ze nog niet meteen zie stoppen.”