Cultuur

Interview

Interview

foto Bildarchiv Austria

Déja vu: keizer en sultan bewaakten samen de grenzen

Geschiedenis

Drie eeuwen geleden begon het Habsburgse Rijk de grensbewaking te versterken. Daartoe sloot de keizer overeenkomsten met de Ottomaanse sultan. Net als de Europese Unie nu doet met Erdogan.

Aan het begin van de achttiende eeuw begonnen de Europeanen overal op de Balkan grensposten te bouwen. Net als nu. Om dat te doen zette het Habsburgse Rijk, dat een groot deel van Centraal-Europa besloeg, een centrale grensbewaking op – een soort Frontex avant la lettre. Maar die grensbewaking kon alleen functioneren als Turkije meewerkte. Dus sloten de Habsburgers, precies zoals wij nu, allerlei akkoorden met het Ottomaanse Rijk.

Toen Josef Ehmer en Jovan Pesalj gingen onderzoeken hoe het Habsburgse Rijk driehonderd jaar geleden grensposten op de Balkan opzette en beheerde, verwachtten ze niet dat ze zoveel parallellen zouden vinden met het migratieverhaal op de Balkanroute nú. Maar hoe meer oude documenten en verslagen de twee wetenschappers lazen over de eerste grote, stabiele buitengrens van het Habsburgse Rijk, hoe meer ze ontdekten dat er kennelijk patronen zijn in de geschiedenis. Wat er toen gebeurde, herhaalt zich nu. „Je ziet echt golfbewegingen,” zegt Ehmer, historicus-met-emeritaat aan de Universiteit van Wenen. „In de achttiende eeuw werden overal in Europa grensposten opgetrokken. In de negentiende werden die ontmanteld en begon er een fase van globalisering. Begin twintigste eeuw, na 1914, herstelden we de grensbewaking. Op zo’n punt lijken we nu weer te zitten. Wederom hebben we genoeg van de globalisering, wederom bouwen we grenzen.”

Het onderzoeksproject van Ehmer, een Oostenrijker, en zijn Servische collega Pesalj loopt nog. Ze bestuderen Habsburgse documenten, waaronder correspondentie van grenswachten, aankoopbonnen van materieel en verslagen van onderhandelingen met de Turken. Het Habsburgse Rijk omvatte grote delen van Midden-Europa: Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Kroatië en een deel van Oekraïne. Anders dan de EU nu was het een staat met een leger. Maar er zijn ook veel parallellen. Zo werden er meerdere talen gesproken en was de politiek in Wenen, net als die in Brussel nu, gebaseerd op compromissen, niet militaire verovering. Regels stonden centraal. Alles werd gedocumenteerd. De Habsburgse archieven zijn enorm. Veel is bewaard gebleven, tot en met de brieven die eenzame douaniers naar huis schreven. Ehmer en Pesalj zeggen dat ze daardoor een redelijk beeld krijgen van het Habsburgse grensbeheer.

Alleen soldaten

Tot begin achttiende eeuw waren er in Europa, en op de Balkan, nauwelijks grenscontroles. Het enige wat er was, waren soldaten die vijandige manoeuvres van de andere kant moest voorkomen. Maar mensen, dieren en goederen trokken tussen de Habsburgse en Ottomaanse rijken redelijk vrij heen en weer. De enigen die hen de weg versperden of reizigers lieten betalen, waren lokale grondeigenaars. De grens verschoof geregeld, want ze werd door beide partijen betwist; Turkije probeerde tweemaal vergeefs Wenen te veroveren. De Vrede van Karlowitz in 1699 maakte een eind aan de Turkse expansiedrift. Toen wilden beide partijen om allerlei redenen een stabiele, goedbeheerde buitengrens – zoals de EU nu.

Besmettelijke ziektes, zoals de pest, raasden die dagen rond. De Habsburgers zochten een manier om onderdanen en vee te beschermen. Daarom sloot de keizer in Wenen, die zich nooit eerder met civiel grensbeheer had bemoeid, een akkoord met de sultan. Voor het eerst bakenden zij een duidelijke grens af voor het beheer van migratie- en handelsstromen. De Habsburgers bouwden de eerste sanitaire grensposten; de Turken deden dat later ook. Om de paar honderd meter verrezen wachttorens. Ze werden bemand met militairen, gemanaged vanuit Wenen en Istanbul. Soldaten hadden twee maanden dienst (velen verveelden zich te pletter en vertelden elkaar verhalen) en mochten dan voor verlof naar huis. Beide rijken vaardigden paspoorten uit voor reizigers. Ook dat was voorheen nooit gebeurd. „Grenzen werden niet als afschrikmiddel gebruikt, zoals nu,” zegt Ehmer. „De Habsburgers verwelkomden reizigers in principe. Wel hielden ze hen drie weken in quarantaine op zo’n grenspost. In 1777 waren er achttien sanitaire posten op de Balkan. Kleren werden uitgerookt en gewassen, handelswaar gecheckt, dieren ontsmet. Rond de posten ontwikkelde zich een industrie om reizigers, die in speciale opvangkampen zaten, van tabak, eten en drinken te voorzien.”

Grenscontroles werden trend

Ook in havens als Marseille en Venetië werden toen grenscontroles ingevoerd. Het was dus een trend, net als nu. En ook toen waren er politieke consequenties: het leidde tot centralisatie. „Grensbeheer, dat eerst ad hoc door provinciale autoriteiten werd gedaan, werd overgenomen door Wenen,” zegt Pesalj. „Nu dragen Europese landen het over aan Brussel.”

De Habsburgers werkten nauw met de Turken samen om te controleren wie en wat de grens passeerde. Ze traden samen op tegen ‘bandieten’, vooral smokkelaars. Die smokkelaars kwamen vooral uit de grensstreek. Zij kenden het terrein en de procedures, de beambtes, de lacunes. De Habsburgers kondigden zelfs verordeningen af om de loyaliteit van grensbewoners veilig te stellen. Zo mochten zich daar vooral katholieken vestigen – geen protestanten, moslims of joden. Niet-katholieken mochten de grens over (voor een tijdelijk verblijf), maar na quarantaine mochten ze niet in de buurt blijven hangen. Ook probeerde Wenen grensbewoners aan zich te binden met publieke dienstverlening als scholen, postkantoren en ziekenhuizen. Er kwamen ook meer ambtenaren. En controleurs, en inspecteurs. Van de rapporten en brieven die zij penden, maakt het Weense onderzoek dankbaar gebruik.

Hét verschil tussen toen en nu is de omgang met immigratie, zeggen Ehmer en Pesalj. Nu trekt Europa grenzen op om immigranten te weren. De Habsburgers zagen immigranten als „inferieur”, maar verwelkomden hen met open armen. Voor hen waren het nuttige arbeidskrachten, waar de economie van profiteerde. Ze trainden ze en leenden hen zelfs geld voor woonruimte. Ook vluchtelingen (zoals tijdens de Turks-Russische oorlogen, 1768-1774) werden opgevangen, met duizenden tegelijk, in tenten. Habsburgers waren vooral bezorgd over émigratie, zoals de Sovjet-Unie twee eeuwen later bang was voor een braindrain.

Eind achttiende eeuw werden de Habsburgse grenscontroles afgezwakt. De pest was uitgeraasd, quarantaine werd overbodig. Uit Frankrijk kwamen de eerste Verlichtingsideeën overgewaaid. De toenmalige Habsburgse keizer, Jozef II, was geen maatschappelijk liberaal – maar economische ideeën over vrijhandel spraken hem aan. Zo werden grens controles die de hele achttiende eeuw op de Balkan van kracht waren geweest, na begin negentiende eeuw langzaam ontmanteld. Alleen Rusland hief zijn grenscontroles niet op. Na een eeuw vol grenzen tussen mijn en dijn kregen openheid en globalisering ruim baan. „Dat was de vorige globaliseringsgolf,” zegt Ehmer. Ze zou honderd jaar duren, om in 1914, met het Habsburgse Rijk, stuk te lopen op de Eerste Wereldoorlog. Over de vraag hoe dat ging, en welke lessen Europa daaruit kan trekken, zijn wel vele geschiedenisboeken volgeschreven.