Rapport: Eritrea intimideert diaspora in Nederland

Volgens de onderzoekers heerst er angst en wantrouwen binnen de gemeenschap. De ‘lange arm’ is veel aanwezig.

Eritreeërs komen aan bij een asielzoekerscentrum in Apeldoorn Olaf Kraak/ANP

De Eritrese ambassade in Nederland oefent vergaande controle uit over de Eritrese diaspora in Nederland. Daarbij worden intimidatie, afpersing en openbare vernedering niet geschuwd. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Tilburg en de DSP-groep, een beleidsonderzoeksbureau, dat is uitgevoerd in opdracht van minister Asscher (PvdA) van Sociale Zaken. Het rapport is donderdagavond naar de Tweede Kamer gestuurd.

Er gingen al langer geruchten over de ‘lange arm’ van het regime in het land, maar het rapport geeft nu voor het eerst een overzicht van systematisch onderzoek binnen de gemeenschap. Volgens de onderzoekers is de conclusie dat er binnen de Eritrese diaspora veel angst en wantrouwen heerst “onafwendbaar”. Het merendeel van de gemeenschap ervaart druk van het regime, uiteenlopend van “subtiel”, zoals zelfcensuur om de familie in Eritrea niet in gevaar te brengen, tot zware intimidatie en dreiging van geweld. Er is weinig vertrouwen binnen de gemeenschap en er heerst angst voor infiltranten. Die zouden onder andere als tolk actief zijn.

De druk functioneert voor een groot deel via Eritrese organisaties in Nederland die volgens het rapport sterke banden lijken te hebben met de PFDJ, de enige partij in Eritrea, en de ambassade. Het gaat om bijvoorbeeld de jeugdorganisatie YPFDJ en de vrouwenorganisatie NUEW. Die partijen innen bij evenementen vaak een zogenoemde “diasporataks”, met bedragen die zeer hoog kunnen oplopen. Bij veel festivals en evenementen is de knokploeg van de regering, Eri-Blood, aanwezig.

Volgens de ambassade is de taks vrijwillig, maar de onderzoekers stellen dat dat door een klimaat van angst en intimidatie niet het geval is. Bovendien wordt de taks ingezet voor afpersing en machtsmisbruik.

Ontkenning

De conclusies van het rapport, met de titel Niets is wat het lijkt, zijn opmerkelijk omdat de Eritrese ambassade tot nu toe heeft ontkend dat er sprake zou zijn van een “lange arm” van het regime in Nederland. De onderzoekers spreken echter van een ontluisterende situatie:

“Het komt weinig voor dat we als ervaren onderzoekers - op basis van een gedegen analyse (meer dan 100 interviews, literatuur/document analyse, groepsgesprekken) stuiten op zoveel angst, wantrouwen, tegenstellingen, trauma en diepe ellende zoals we die in het bijgaande onderzoek tegenkwamen binnen de gemeenschap van Eritrese vluchtelingen in Nederland.”

Naast de conclusies over de invloed van het regime in Nederland deden de onderzoekers ook onderzoek naar andere aspecten van de Eritrese gemeenschap in Nederland. Het blijkt dat - naast de intimidatiepraktijken - trauma’s, seksueel misbruik en de Eritrese orthodoxe religie integratie bemoeilijken. Wel zijn veel jonge Eritreeërs erg gemotiveerd om in Nederland aan de slag te gaan en bij te dragen aan de maatschappij.

Bezorgde kamer

Om beter zicht te krijgen op de intimidatie raden de onderzoekers aan een meldpunt in te stellen voor leden van de Eritrese gemeenschap. Het kabinet wil echter eerst onderzoeken of zo’n punt een aanvulling is op de al bestaande mogelijkheden. Het onderzoek van DSP en de Universiteit Tilburg werd ingesteld na berichtgeving over de diasporabelasting en de rol van de ambassade binnen de gemeenschap.