Opinie

Waarom ik de demonstratie tegen Zwarte Piet verbood

Opinie Maakte de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb “een totale farce” van het recht op demonstreren? Nee, schrijft hij, ik beschermde onschuldige kinderen.

Foto ANP / Marten van Dijl

Vijf weken geleden verwelkomde ik, zoals veel andere burgemeesters, Sinterklaas in ons land. Honderdduizenden kinderen kijken met plezier terug op de intocht, ook in Maassluis en Rotterdam. Dat was dit jaar niet vanzelfsprekend. De inzet van veel professionals, vrijwilligers en de politie was nodig om het feest goed en veilig te laten verlopen. Helaas was ik zelfs genoodzaakt in Rotterdam een demonstratieverbod af te kondigen en een noodbevel in werking te stellen.

In de stad was waardering voor het optreden van de autoriteiten, maar er volgde ook kritiek: van Amnesty, rechtsgeleerden en journalisten. Grondrechten zouden zijn geschonden. Ik zou de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht met voeten hebben getreden en de Wet openbare manifestaties naar mijn hand hebben gezet. NRC wijdde er een commentaar aan, dat eindigde met de conclusie dat ik van het grondwettelijk demonstratierecht „een totale farce” had gemaakt.

Laat ik vooropstellen dat ik, net als mijn collega-burgemeesters, zeer veel waarde hecht aan het demonstratierecht. Dit is echter geen absoluut recht dat altijd te gelde kan worden gemaakt. De samenleving krijgt steeds vaker te maken met groeperingen die op straat hun woede, frustratie en verdriet willen uiten over gevoelige thema’s. Zo waren er betogingen in Rotterdam naar aanleiding van de mislukte coup in Turkije, maar ook van Koerdische Turken en van de extreem-rechtse Pegida-beweging. Polariserende thema’s vragen om grote alertheid van de driehoek (gemeente, politie en Openbaar Ministerie) en maken van dit soort demonstraties ook veiligheidsoperaties. De wet voorziet hierin: de burgemeester mag maatregelen nemen als de openbare orde en veiligheid in geding zijn.

Het helpt dan enorm als organisatoren zich bij de voordeur melden met hun plannen. Kick Out Zwarte Piet heeft dat niet gedaan, in aanloop naar de sinterklaasintocht. Sterker nog: deze actiegroep heeft ons doelbewust misleid. Daardoor kon de driehoek onvoldoende voorbereidingen treffen om de veiligheid van honderden kwetsbare kinderen en hun ouders te waarborgen. Zonder demonstratieverbod en noodbevel had er een slagveld kunnen ontstaan. Dit dilemma is helaas in alle commentaren onderbelicht gebleven, evenals de dubieuze houding van de actiegroep.

Vanwege het gepolariseerde debat over Zwarte Piet werd de landelijke intocht in Maassluis extra goed voorbereid. Ook de AIVD waarschuwde voor mogelijk geweld tussen voor- en tegenstanders. Zowel Maassluis als de politie hebben meerdere malen actief contact gezocht met Kick Out Zwarte Piet, maar de groep gaf geen duidelijkheid. Voor de zekerheid had Maassluis wel vakken langs de route gereserveerd waar groepen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet konden demonstreren.

De avond voorafgaand aan de intocht kreeg ik van de politie een signaal dat demonstranten mogelijk van plan waren niet naar Maassluis, maar naar Rotterdam te gaan. Omdat een onaangekondigde demonstratie in Rotterdam niet in goede banen geleid kon worden – een groot deel van de politie was nodig in Maassluis – besloot ik een zo concreet mogelijk demonstratieverbod af te kondigen voor pro- en anti-Zwarte Piet- demonstraties in het centrum.

Zaterdagochtend 12 november bleek dat drie bussen met 200 demonstranten uit Amsterdam vertrokken waren. Van een spontane demonstratie was geen sprake, de bussen waren gehuurd met bestemming Rotterdam. Toen ze in de stad aankwamen, hebben politiewoordvoerders het demonstratieverbod direct bekendgemaakt en het aanbod gedaan om onder politiebegeleiding naar Maassluis te reizen om daar te demonstreren. Duidelijk was dat de betogers per se naar de Rotterdamse sinterklaasintocht wilden. De sfeer werd grimmig, agenten werden bespuugd en beledigd. Vervolgens liepen de betogers in kleine groepjes richting centrum. Toen werd het risico op heftige confrontaties reëel en stelde ik het noodbevel in werking om niet-demonstrerende mensen te beschermen.

Vijftien mensen is het helaas wel gelukt om nabij de intocht te komen, waar het ook tot confrontaties met bezoekers kwam. Uiteindelijk heeft de politie 197 mensen aangehouden. Nagenoeg iedereen is dezelfde dag nog vrijgelaten.

Van een burgemeester mag je terecht een uiterste inspanning verwachten om demonstraties mogelijk te maken. Het is goed dat er discussie ontstaat als dat recht wordt ingeperkt. Maar dit debat moet, naast naar de letter van de wet, ook op basis van feiten worden gevoerd en met oog voor de dilemma’s waarvoor een bestuurder in de praktijk komt te staan.

Op 12 november had ik te maken met een serieus dreigingsbeeld, beperkte politiecapaciteit en een actiegroep die mij bewust heeft misleid. Als die openheid van zaken had gegeven, hadden we de demonstratie wellicht in goede harmonie kunnen voorbereiden en waren die ingrijpende maatregelen onnodig geweest. Maar ik wilde absoluut voorkomen dat onschuldige kinderen terecht zouden komen in een heftige confrontatie.

Dat was de reden voor mijn eerste demonstratieverbod. Ik hoop dat het ook het laatste verbod zal zijn.