Vijftig films die je een gelukkiger mens maken

Lijstje Wie zich de opdracht stelt in één jaar tijd vijftig met zorg geselecteerde films te kijken, bewijst zichzelf een grote dienst. Zie het als een daad van verzet tegen makkelijke keuzes.

Op een donderdagavond in januari 2016 zag ik Her voor het eerst. In de laatste scène keek Theodore (Joaquin Phoenix) vanaf het dak van een appartementencomplex uit over het Los Angeles van de nabije toekomst. Torens staken in het donker scherp de lucht in, dreigend als een Minas Tirith van de nabije toekomst. Hij zuchtte diep. De soundtrack, van Arcade Fire, viel even stil. Toen ging het beeld op zwart en kwam de muziek terug. Aftiteling in zacht neon.

Het voelde kwetsbaar. Ik had zojuist een van de beste films gezien die ik ooit gezien had. Zou ik opstaan, of iets anders kijken, of een gesprek beginnen, dan zou ik de afstand tussen mij en Her groter maken. Dat wilde ik niet.

Zo kan het dus voelen als je een film hebt gezien waar je helemaal ondersteboven van bent.

Her (2013), over een man die verliefd wordt op zijn besturingssysteem, was de eerste van vijftig films die ik dit jaar afwerkte volgens een vooraf zorgvuldig samengestelde lijst. Je kunt het een goed voornemen noemen, een licht autistische afwijking, of lijstjesfetisjisme als bij Rob Gordon in High Fidelity, maar dit was het plan: in één jaar zou ik de vijftig films kijken die ik, zoals ik mezelf vaak hoorde zeggen, ‘ooit nog eens’ wilde zien.

Ooit nog eens. Zo’n loze belofte aan jezelf wringt, tegenwoordig. Er zijn op elk vrij moment tientallen dingen te doen en de meeste kosten veel minder tijd en toewijding dan minstens anderhalf uur met je volle aandacht een verhaal volgen. Maak ik er geen bewuste keuze van, dan vlucht ik al snel naar iets lichts en toegankelijks. Omdat ik nu eenmaal zelden denk: zo, drukke werkweek gehad, voeten op tafel, biertje erbij; tijd voor Schindler’s List.

Dan is het waarschijnlijker dat twee uur later de zesde aflevering van Modern Family wordt ingezet. Of erger: dat het buitensporige aanbod van al die zenders en diensten zo intimideert dat ik helemaal niets onderneem, waarna die vervelende smartphone alsnog wint.

We denken graag dat we keuzes maken om gelukkige, betere mensen te worden, maar dat is niet zo. Het brein is lui. Het wil doen wat voor de hand ligt en aangeleerd is. Dat is verraderlijk, want erin meegaan – eindeloos scrollen op Facebook, memes kijken op Reddit, nog eens de nieuwsapp verversen – brengt al snel een verlammende leegte. Het drijfzand waarin je wegzakt als je niets hóéft te doen maar jezelf ook nergens toe zet.

Gelukkig is het brein ook veelzijdig en lenig. Dus kun je iets tegenover die luiheid zetten. Er zijn mensen die zich voornemen elke avond in bed nog een half uurtje te lezen; na een paar weken is het een gewoonte en krijgen ze gedaan wat ze willen: meer boeken lezen. Anderen zoeken een hardloopmaatje of een teamsport; door er een sociale verplichting aan te koppelen, lukt het om meer te bewegen.

Wedstrijdje met mezelf

Ik ben 33 en ik ken mezelf inmiddels een beetje. Ik weet dat ik competitief ben ingesteld, zelfs in wedstrijdjes met mezelf, en dat ik ervan hou lijstjes te maken en te documenteren. Op m’n werk vink ik dagelijks to-do’s af in kleine notitieblokjes. Ik houd een dagboek bij. Ik maak elke maand een Spotify-playlist met de liedjes die ik die maand veel luisterde. Ik lees elk jaar vijftig boeken; de voortgang houd ik minutieus bij op boekensite Goodreads.

Het was, terugkijkend, een kwestie van tijd voordat ik mijn liefde voor afvinken zou inzetten om eindelijk al die ‘ooit nog eens’-films te zien.

Daarom: de lijst.

Wat de films zelf betreft: ik ben een liefhebber, maar geen veelvraat. Ik ga hooguit tien keer per jaar naar de bioscoop. Actiefilms kijk ik weinig, horror vrijwel niet. Ik begrijp he-le-maal niets van de aantrekkingskracht van, bijvoorbeeld, Blade Runner. Maar het gaat ook niet om de films zelf; het is geen lijst met vijftig titels die iederéén zou moeten zien. Het ging om de belofte aan mezelf dat ik die films voor het einde van 2016 gezien zou hebben. Het was mijn verzet tegen de makkelijke keuze, of erger: het verlammende ontbreken van welke keuze dan ook.

Het loont om net iets meer moeite te doen en een goede film op te zetten – en niet alleen omdat je dan kunt meepraten op feestjes (of een artikel uitsloverig kan beginnen met verwijzingen naar Lord of The Rings en High Fidelity). Ik ben ervan overtuigd dat het steeds belangrijker wordt om bewust te kiezen waar we onze tijd aan besteden.

Een film maakt je, net als een boek, écht gelukkiger dan Facebook of Instagram. Het is je gemoed uitlenen aan een verhaal, aan een ander leven, en benieuwd zijn hoe je het twee uur later terugkrijgt. Het is de uitwisseling van zienswijzen, ideeën en kennis door middel van emotie. Het is de kortste weg uit je filterbubble.

Ik was dit jaar een van seksueel misbruik beschuldigde kinderleraar (Jagten), een zwarte man die ten prooi valt aan slavernij (12 Years a Slave) en een homofoob met aids (Dallas Buyers Club). Ik was een jonge vrouw in liberaal New York (Frances Ha) en een oude man in een uitzichtloze ‘red state’ (Nebraska).

Ik was in Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Denemarken, Polen, Griekenland, Brazilië en het fictionele Zubrowka (The Grand Budapest Hotel).

Ik keek de iconische slotscène van The Graduate nog vijf keer en zag steeds weer iets anders. Ik dacht nog dagenlang aan La vita è bella. Ik lachte om Crazy, Stupid, Love.

En ik keek uit over het Los Angeles van de nabije toekomst, teneergeslagen door de afloop, maar dolgelukkig dat ik het had meegemaakt.

    • Peter Zantingh